maandag 16 april 2018

Naar Puerto Rico


De dagen voor een grotere oversteek gaan ongeveer hetzelfde. We bestuderen uur na uur de windvoorspellingen. Ik zie gemene winden opsteken, Rommy denkt dat het prima zal gaan. We discusieren over 21 knopen, dat toch nog maar 5 Bft is. Over stormen waar we dan net gepasseerd zijn. Als de voorspellinmg klopt... Maar als je zo voorzichtig bent kom je nooit ergens... Dat kan hoog oplopen. Ik angstig, Rommy voortvarend. Allebei denken we dat we de situatie objectief bekijken.


En dan gaan we toch maar. Ik bijna in paniek. De eerste nacht is beangtigend, het gerol en gestamp zit nog niet in je systeem en de maan komt pas om 3 uur op. Donker dus.

De tweede dag en nacht begint het te wennen.De derde nacht vraag je je af: is dit de derde of vierde nacht? De vierde nacht vraag je je af: is dit de vierde of de derde nacht? De dagen zijn allemaal eender, je leest, je kookt, je vangt een vis. En dan komt de laatste nacht. Alles krijgt weer energie: morgen komen we aan! En wat is er mooier om een haven binnen te lopen. Waar komen jullie vandaan? Uit Grand Turk, 6 dagen gevaren, wind en  stroom tegen, maar het ging prima. Stukje cake.


Op het beeldscherm kaartje kan je zien, dat we in het begin niet opschoten. We dwarrelden heen en weer als een 16e eeuws galjoen. De wind  ging verder naar het ZO staan, zodat we wat meer afstand goed konden maken. Daarna kromp de wind naar 90 en konden we San Juan bezeilen. Maar later niet meer en de wind werd niet de voorspelde 11 Knts, de meter ging geregeld naar 26 Knts. Stroom tegen de wind in gaf golven van 5 meter hoog. San Juan is niet te bereiken, we draaien van de wind weg en varen naar Mayaguez aan de westkant van Puorto Rico. Om 01.00 uur gooien we het anker uit. Voor het eerst sinds 6 dagen en nachten rollen en stampen ligt de boot stil. We bakken het laatste stuk Mahi Mahi.



Heb je goed geslapen? vraagt Rommy. Geen idee, ik ben gewoon bewusteloos neergevallen na 6 etmalen slapeloosheid. Het is zondag, we bellen de Customs in San Juan. Ze nemen onze gegevens op en vragen ons morgen naar het kantoor in Mayaguez te komen. We mogen naar de marina 8 nMijl verderop om water en diesel te tanken. We varen achter de kliffen langs, overal is het 3 tot 4 meter diep. Rommy ziet een plekje van 2,7 diep. Ik mopper, dat ze altijd het negatieve ziet. Zij zegt, dat het alleen maar om dat ene plekje gaat. Nou, ja. We tanken en  vinden een man, die ons morgen naar de Customs en de supermarkt wil brengen.
Het is toch een oversteek van een week geweest, de helft van een Atlantische oversteek. Volgende keer gaan we vanuit de  Chesapeake Bay met een Noordenwind in één keer naar St Martin. Nu tegen wind en stroom in St Maarten of Statia zien te bereiken. Dan een leuke tijd met Jori, van St Vincent naar Grenada. Voor haar bekend gebied, maar we zoeken nieuwe plekken.



Ons Amerikaanse telefoonabonnement doet het weer, we lezen dat John’s operatie goed is gegaan en dat Feyenoord de 4e plaats zeker heeft gesteld. Daar zijn we blij mee. Nou eigenlijk niet met het 2e feit, we horen op een andere plaats te staan. De plaats waar nu die boeren weer staan. 



Op de weg naar Mayaguez zijn  ze bomen aan het omzagen. Na de hurricane Maria zijn de wegen vrijgemaakt en de leidingen hersteld, nu zijn ze alles aan het verwijderen wat nog op de leidingen kan vallen. Het geeft dus files, maar we hebben geen haast. Alleen onze chauffeur raakt gestressed. Hij windt zich over meer dingen op, terroristen, benzineprijzen, stoplichten. Hij is Kuweit veteraan, radio soldaat. We kiezen zorgvuldig andere onderwerpen. Bij de Customs blijkt dat onze Cruising permit 8 dagen is verlopen. Dat wisten we, we hadden vertraging in de Bahamas (alternator). Krijgen we dus een nieuwe. Nee, het document moet 15 dagen zijn verlopen voordat ze je een nieuwe geven. Het enige wat kan is om in elke US haven opnieuw in en uit te klaren voor $ 38,00. We stemmen er mee in. Wat kan je anders.



Onze chauffeur windt zich op de terugweg danig op over deze bureaucratie. Wij genieten van het prachtige heuvelachtige landschap met veel vernielde huizen en dode bomen. In de bergen is de electriciteit 6 maanden na Maria nog niet hersteld.

We gaan langs de zuidkust naar het Oosten. Zonder in en uit te klaren.


maandag 9 april 2018

Turks and Caicos


Aan de kust van sommige eilanden gaat de diepte binnen honderd meter van 1200  naar 12 meter. Dat zijn mooie duikplekken. Hier bij West Caicos is zo’n plek. Er liggen 6 moorings voor de duikersboten. Grote boten waar de gasten aan boord slapen en die een reis maken langs de super duikplekken. Eén mooring is bezet, we nemen één van de andere. We hadden gerekend met een ETA van 20.30 uur, maar de oostenwind ruimde een beetje, zodat we rechtstreeks konden varen en we om 18.00 uur aankomen.

Onderweg vangen we een grote Mahi Mahi, goed voor 4 maaltijden. Een mooi afscheid van de Bahamas. We zijn nu in de Turks and Caicos, eigenlijk een afgelegen stuk Bahamas. We blijven hier tot de wind gunstig is voor een oversteek naar Puerto Rico. Voorlopig zien we ongunstige zuidoosten wind.

Veel boten durven de Turks and Caicos Bank niet op. De Caicos vormen met 8 eilanden en veel rotsen een cirkel met een diameter van 110 km. In het Oosten en Westen kun je de cirkel binnenvaren, het is overal 3 m diep. De zandbodem licht turquase op. Vanuit de ruimte zien ze een lichtblauwe cirkel. In het midden zie je geen land en is het alsof je in een nogal groot uitgevallen zwembad vaart. Er zijn wat riffen, maar met de zon rechtboven zijn die goed te zien, het zijn bruine of zwarte plekken.

Na 10 uur motoren zijn we aan de overkant van het ronde zwembad. De wind is gaan liggen, er zijn geen golven, ieder plantje en elk koraaltje is scherp te zien. De schaduw van de mast gaat over de bodem. Het is heet. Als we ankeren achter de Six Hill Cays, kunnen we goed zien hoe het anker zich ingraaft. Geen emmer met doorzichtige bodem nodig.


Maar is ook wel saai, 10 uur motoren, 3 keer zien we een andere boot in de verte. We lezen veel, detectives (Nicci French, Borjlond, Schepp, Ohlson, Berg en Paris (aanrader)) en filosofie (epicuristen, Stoa, sceptici in een boeiend overzicht van Gottlieb). En gisteren deden we een quiz: waar stond het Kinderziekenhuis vroeger? Waar komt het nieuwe Feyenoord Stadion? Een Rotterdam Quiz dus. Wat anders....

Van de Six Hills naar Cockburn Harbour is maar 10 nMijl, maar er is weer wat golfslag en de zon staat nog voor ons. Omdat de passage “unsurveyed” is, weten we niet wat voor ons ligt. Stel je voor, dat een deel van het Ijsselmeer niet in kaart is gebracht. Daar zou de VVD meteen kamervragen over stellen (van de VVD moeten wij jachteigenaren het wel hebben). Maar Mark laat dat natuurlijk niet gebeuren.

Cockburn Harbour is half vernield door de laatse hurricane. We lopen door alle straten, maken foto’s en gaan langs de Customs en langs Immigration. Allemaal heel aardige vrouwen. De Nederlandse boot, die na ons arriveert vraagt een passerende auto waar het Customs gebouw is. Stap maar in, zegt ze, dat ben ik. Ze was na ons bezoek voor de lunchpauze op weg naar huis, maar keerde om. Op zoek naar de ATM machine praat ik met mensen, die in schaduw van hun huis zitten. Ik krijg een lift naar Digitel/Canadian Bank. Een erg prettig eiland in de meest verre uithoek. Het Customs gebouw is boven op de hoogste heuvel en geeft een prachtig uitzicht op het lichtblauwe water.

De Seeview Marina wordt aanbevolen in de Waterway Gids, het had prachtige voorzieningen, maar er is niks meer van over. Bij navraag blijkt er toch diesel verkrijgbaar. Onze diesel begint op te raken, dus morgen eerst tanken en dan naar de overkant, naar Grand Turk. Zijn we ook nog niet geweest. Dus zijn we benieuwd.

Grand Turk is verrassend. Veel vakantiehuizen en klaine hotels in historische koloniale panden, op zondag een cruiseschip. We liggen als enige zeilboot tussen de riffen voor Cockborn Town. Wat reisgids wetenswaardigheden: De ezeltjes, die de zoutkarren trokken, zwerven nu over het eiland. De Amerikanen hadden hier een basis voor het uit zee vissen van de ruimte capsules, Glenn was de eerste. In het Noorden is een kreek waar een Rothchild een haven wilde maken, de toevoer verzande steeds ook al werden alle autowrakken van het eiland er voor gegooid. Hier is het scubadiving begonnen, vanwege alle Spaanse wrakken en grote koraalriffen. Er is een monument voor de eerste landfall van Columbus, maar dat feit wordt door de wetenschap betwist. Het oudste scheepswrak is hier gevonden, een Spaanse Caravel, dat wordt niet betwist. Het Turks Head bier is erg lekker, maar kost $5,00. Turks komt van de cactussen met een rode hoed, zoals de Turken die dragen. Maar dat wist u waarschijnlijk wel.


Vanuit Johns Ocean View Bar roept een aangeschoten man dat het 1e biertje gratis en de 2e dubbel kost. Hij herhaalt de grap nog 4 keer en nodigt ons uit voor een rit in zijn taxi, die met draaiende motor voor de bar staat. Toch maar niet, hoewel je hier hooguit een ezel kunt aanrijden.



Een heel mooi oud houten huis wordt te koop aangeboden door de makelaar Theo de Boer.


We gaan ergens eten waar ze WIFI hebben en posten dan deze blog. We wachten nu op gunstig weer voor de oversteek naar Puerto Rico. De wind is niet hard, maar precies uit de
richting waar we heen moeten. Dat wordt misschien 500 nM in plaats van 300 nM varen. We zien wel. Vrijdag of zaterdag is er een bericht uit Puerto Rico.

donderdag 5 april 2018

KORTE GOLF BERICHT

korte-golf radio bericht.doen er een paar dagen langer over. alles goed. we denken aan John

Gerard Rommy:
21 44 974 N 69 39 367 W

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

dinsdag 3 april 2018

Long Island en verder.


Het blijkt verstandig, dat we naar de Thomson Bay aan de zuidkant van Long Island zijn uitgeweken. De wind is hier in de luwte van het eiland nog geregeld 25 knopen. De 2e dag maken we een wandeling over het strand aan de oceaankant en zien de zee op de riffen en rotsen knallen.


Salt Pond is een aantal huizen langs de lange weg die in de lengte van het 100 km lange Long Island loopt, de enige weg. Er is profiand, hardware, liquor, diesel en de South Bar. De Tourist Office swapt boeken. De bewoners zeggen, dat dit het vriendelijkste eiland van de Bahamas is. Ongeveer 28 boten hebben hetzelfde idee gehad en liggen hier de storm uit. We komen ze tegen op de dinghysteiger of in Salt Pond. De steiger is van een visser, die daar vis staat schoon te maken als hij binnen is na een week vissen. Enorm dikke groupers, grote lobsters en heerlijke hogfish. Onder de steiger zwemmen haaien en needle fishes voor het visafval. Zijn vrouw heeft naast de hardwarestore een beautysalon en knipt je haar. Wij eten onze zelf gevangen mahi mahi (dolphin of goudmakreel) en Rommy knipt mijn haar. Het is allemaal al duur genoeg.

De hardewarestore verkoopt emmers met een doorzichtige bodem. We hebben er zelf één gemaakt, maar die is te klein en te slap. De emmers kosten $ 9,50 en met plexiglas bodem $ 64,50. Dus zijn we nu op zoek naar een stuk plexiglas..... Waar het voor dient? Om te kijken of het anker goed is ingegraven. Je kunt hier gemakkelijk 12 meter diep kijken, maar als er veel golven zijn moet je je hoofd in het water steken of zo’n emmer gebruiken.

Naar Clarence Town aan de oceaankant van Long Island is een stevige tocht. We sturen om de beurt een uur en na 12 uur tegen de wind en golven in lopen we de baai van Clarence Town binnen. De baai is nogal ingewikkeld, veel ondieptes en riffen. Er liggen al 2 boten voor anker, ze roepen ons op en waarschuwen voor een “unmarked rock”. Maar wij begrijpen niet waar die moet liggen. Als we uitleggen, dat onze bedoeling is de betonning te volgen (die er niet meer ligt, maar wel op de electronische kaart staat) en dan bakboord uit te gaan en achter hun te ankeren, is het goed. Als we geankerd zijn, blijft de man aanwijzingen geven voor het binnenvaren en hij nodigt ons uit voor de party op zijn boot. Het wordt ons duidelijk, dat de party al een tijdje aan de gang is. We bedanken vriendelijk, we hebben allebei 6 uur achter het roer gestaan en nog niet gegeten. De nacht is onrustig, veel stroom en swell.

Naar Crooked Island is een nog zwaardere tocht. We denken even aan omkeren. Om 22 uur komen we aan. De volle maan zat steeds achter een dik wolkenpak, maar komt door als we voor het strand het anker uitgooien. We hadden graag een dag op Crooked doorgebracht, we hebben er leuke herinneringen aan. Omdat we 5 dagen gestopt zijn vanwege het weer, moeten we echter door. Rond de noordkant van Crooked Island naar Atwood Harbour, langs de witte vuurtoren die we gisteren voor een zeilschip aanzagen. De toren geeft geen licht. Atwood Harbour is een schitterende baai in de verlaten noord-west hoek van Atckins Island. Als we door de opening in de riffen naar binnen varen zien we 2 boten, een Duitser en een Amerikaan. Rond de hele baai ligt een wit strand en het water is lichtblauw. 

De oversteek naar West Plana Cay is 40 nMijl. Om 13.30 liggen we voor het strand. De Plana Cays zijn onbewoond. Het is het enige gebied waar hutia’s ongestoord leven. De Arawaks aten de knaagdieren, die zo groot zijn als een kat.Een eiland van 5 bij 3 km met een prachtig strand helemaal voor ons alleen. We lopen een paar kilometer over het strand vol met stukken koraal. Na het zwemmen en haar wassen gaan we zitten lezen. Als  we om 17.30 opkijken zien we een Canadese zeilboot naast ons liggen.

Weer een tocht met veel gestamp tegen de wind in. De lezers haken af, geen leuke ontmoetingen, geen interessante plaatsen, alleen zeilen. We moeten verder. Abrahams Bay bij Mayaguana Island zijn we 2 keer eerder binnengevaren. Het is eigenlijk  geen baai, maar een strook koraalriffen. Het vereist eyeball navigatie om de rotsen en riffen te ontwijken. Dit keer doen we het in het donker. Op de electronische kaart kunnen we zien hoe we de vorige keer zijn gevaren. We volgen dat spoor een halve mijl en gooien dan het anker uit in 4 meter diep water.

Er is wel meen GSM mast in de buurt, tijd om dit blog te posten.

De BTC company heeft het alleenrecht op de mobiele telefonie in de Bahamas, maar met de verplichting overal waar mensen wonen een mast te plaatsen. Dus hebben we overal internet en weten we van de uitslag van Feyenoord (5-0) en ander wereldnieuws. 

zaterdag 24 maart 2018

Cat Island, Conception Island en Rum Cay.


Cat Island is L-vormig. Wij liggen bij New Bight in de binnenhoek van de L, voor de heuvel met het klooster van Father Jerome. We zagen op Long Island zijn Anglicaanse kerken en zijn katholieke kerken, eerst was hij dominee en jaren later priester. En architect, een soort Dom van der Laan, maar niet zo byzonder. We willen het klooster bezichtigen, maar de wind steekt op en we liggen erg onrustig. We gaan niet aan land, maar varen tegen de wind in naar de onderste punt van de L. Daar is een kreek in de mangroven, Hawks Nest. Veel no-see-ems (ze noemen het hier Cat Island Fever), maar met de harde wind is dat geen probleem.


De smalle ingang van de kreek is duidelijk gemarkeerd met rode en witte boeien. De kreek stroomt uit en de wind staat er tegenin, hoge golven. Het is nog even spannend als we op een paar meter van de rotsen naar binnen worden gespoeld. In de kreek is het rustig. Als de stroom kentert zwaaien we door de wind te dicht naar de kant. We brengen een achteranker uit.

We laten de wind 2 dagen over ons heen komen en maken lijstjes in ons Trinidad Boek. Wat te doen, hoe de boot achter te laten. We lezen Nicci French en Plato. Ik maak een houten chain-stripper, die precies tussen de ribbels van de nestenschijf past. Zal een boel ergernis schelen, als je even niet oplet zit de ketting nu 3 keer om de lier. Ik heb een echte rvs stripper naar Capelle laten sturen.


De meeste mensen leven in huizen met kamers, met een auto voor de deur en een krant in de bus. Wij leven nu al 2 jaar op een boot van 11,40 m. We missen wel wat, maar niet veel. Eigenlijk alleen de mensen. En de haring, de gevulde koeken en de concerten. Als we elk jaar de zomer naar Nederland gaan, kunnen we het zo nog wel een paar jaar uithouden.

Er zijn vandaag verkiezingen in Nederland. We weten niet wat de Aftapwet is en dat willen ook maar zo houden. Ik kreeg het verzoek om weer voorzitter van het stemlokaal in IJsselmonde te worden, maar ze willen de reiskosten niet vergoeden. Ga alsjeblieft stemmen, want bij een geringe opkomst is het een lange slaapverwekkende dag voor de stembureau commissies. Voor die 100 Euro doen ze het niet.

Inmiddels lezen we de uitslag van de verkiezingen. GL de grootste in Amsterdam, Leefbaar de grootste in Rotterdam. Ik weet niet wat erger is. De volgende keer komen we meestemmen, want zo gaat het niet goed.

En ook inmiddels, ben ik bij Aristoteles aangeland. Wat een verademing na Plato. Alleen heb ik moeite met dat alles een doel heeft. Alles heeft een oorzaak, daarom zijn de dingen zoals ze zijn. Wij hebben vandaag als doel Conception Island, daarom gaat de boot die kant op. Maar dat we dat willen komt omdat we: iets nieuws willen ontdekken, iets byzonders willen doen, het weer rustig is, het op 25 nMijl, ligt, Rommy het wil en om redenen, die ik me niet bewust ben. Wat is het doel van regen? Dat de planten groeien? Nee, de condens in de wolken is te zwaar en valt naar beneden. Hebben wolken het doel dat het regent? Nee, ze ontstaan doordat water op de grond verdampt.

In de ochtend bij de kentering is het windstil in de kreek. We lichten beide ankers. Lastig op het hard stromende water. De no-see-ums vallen gretig aan.Maar de jeuk is ook snel weer weg, anders dan die keer in de swamps in de USA. Andere no-see-ems? Toch eens naar kijken. 


Conception Island is onbewoond. Een baai met een wit strand. 5 dolfijnen begroeten ons, een kleine dolfijn maakt vrolijke sprongen. Als we ankeren zwemt een jonge haai onder de boot. Gelukkigerwijs gaat het 52 meter motorjacht met miljonairs-tieners om 17 uur weg en liggen we alleen. Ongelukkigerwijs zitten we toch vol met bultjes van de no-see-ums en komt er veel swell rond het kleine eilandje. ’s Nachts om 4 uur pak ik maar een boek, van de jeuk en de swell kan ik niet slapen. Naar die no-see-ums hoef ik niet meer te kijken.

De oversteek naar Rum Cay met halve wind, 18 knopen, gaat perfect. De stroom is nu altijd tegen, toch maken we 4 tot 5 knopen over de grond. Als we de zeilen hebben gehesen en de vislijn uit de windmolen hebben gepeuterd, zien we de spuiter van een walvis. Eén keer zien we de kop, het is een pilot whale.  We vangen weer een baracuda en gooien hem terug. De eilandbewoners geven het aan de honden.


Voor het strand van Rum Cay liggen 7 zeilboten en 2 motorboten. Ik ga sociolisen met de Engelsen van de Minnie B. Een OVNI met Phil en Norma uit de buurt van Hull. Ze vertellen me over Rum Island: 2 winkels, 2 restaurants/bars. Ze hebben ook op Trinidad op het harde gestaan en zijn daarover zeer positief. Op de radio wordt een pot-luck aangekondigd. Er zwemmen veel haaien, we zien nurse sharks, tiger sharks en bull sharks. 


We lopen het eiland rond. De verwoeste marina, een grid van wegen met weinig huizen, de 2 bars en we kopen kip en uien in de One Stop Store. Ooit woonden hier 600 mensen, nu nog 60. Er is een school met 5 leerlingen, een kerk, maar geen RO-water. De zomerhuizen staan leeg sinds de laatste hurricane. De Noor, die de Marina runde heeft een boerderij op de heuvel. We lopen met Judith, die aan een overgebleven steiger ligt over de lange zandweg. Ze vertelt, dat een miljonair de marina wil overnemen door  met rechtzaken te dreigen. Zoals Trump het altijd deed, zeg ik. I voted Trump.... We veranderen van onderwerp, maar van zelf komen we toch weer op de rechtse praatjes. We zijn blij, als we bij de winkel een andere kant op kunnen lopen. In de Ocean View bar zien we op de haperende tv de demonstraties tegen de wapenwetten, er zijn ook heel andere Amerikanen.


Over 2 dagen is er heel harde wind. We overleggen al de hele dag wat we moeten doen. Hier is het niet zo beschut. Onze geplande bestemming, Crooked Island (spreek uit: kroeket ailend), is ook niet erg beschut en heeft poor holding en harde stroom. Het beste is om achter Long Island te gaan liggen in de Indian Bay, waar we vorig jaar Lynn oppikten. We gaan de 60 nMijl in 2 etappes doen. Daar zien we dan wel weer. Jammergenoeg kan je niet achter Long Island langs naar het Zuiden, te ondiep. Of we vinden toch een weg...

maandag 19 maart 2018

Eleuthera en Little San Salvador


Met het opzoeken van stalling in Trinidad en het aansluitende e-mails hebben we nogal wat stroom verbruikt. Na het eten willen we de motor draaien, zodat onze nieuwe alternator de accu’s bij kan laden. Als ik contact maak komt er een hoop lawaai en gevonk uit het motorruim. Kapotte startmotor? Dat kan er ook nog wel bij. Bij de afgebroken windgenerator, de defecte spanningsregelaar, de haperende tachometer, de verloren roeispaan, de losgeschoten preekstoel en de verloren kettingstripper. In het donker is het niet goed werken aan de motor, dus we slapen eerst (onrustig). ’s Morgens ontdekken we dat de moer van de kabels aan de plus van de startmotor los zit. Dat gaf het gevonk en geen start. Valt dus gelukkig mee. Alle andere voornoemde dingen, behalve de chainstripper zijn opgelost.


Van Marsh Harbour varen we langs de tvtas van de Near Bahamas, langs Lubbers Island (hier wordt een groot staatsman geëerd) en we ankeren in de buurt van Little Harbour onder Lyanard Cay.           ‘s Morgens om 6 uur bereiden we ons vertrek voor en als eerste van een stuk of 10 boten nemen we de nauwe doorgang door de riffen en koersen naar Eleuthera. Voorspeld was 4 tot 5 Bft, maar het is 5 tot 6 Bft: 11 uur stampen schuin tegen de wind in. Maar we bereiken bij daglicht de baai van Royal Island. Er liggen 20 boten in de beschutte baai met een ingang van 10 meter breed. De volgende morgen vertrekken we als enige, er is een dag regen voorspeld. Maar de oversteek naar Alice Town gaat soepel en de regen valt mee. Alice Town is een lagune waar de ingang door de rotsen met explosieven is gemaakt. 


Binnen liggen we met 12 andere boten uit vele landen. Twee mannen van de boot naast ons komen aanvaren: Goede middag ... Robbert is op zijn 17e van Warmond naar de USA verhuisd en heeft leren zeilen op de Kaagerplas. We praten over de Annalena en de lastige doorgang Current Cut met stroom en riffen.

Volgende stop is Governors Harbour, de hoofdstad van Eleuthera. In de nacht harde wind. We liggen beschut, maar de swell doet de boot schommelen en stampen. We slapen weinig. 
Er staan mooie Engelse zomerhuizen op de heuvels, er is een oude bibliotheek en op vrijdag kun je bloed geven bij de medische post (voor een Guinness). We maken er lange wandelingen en vergeten bloed te geven. Als Rommy naar de kapper is koop ik zelf een blikje Guinness in de liquorstore. De kapster deed maar wat, zegt Rommy. Voor we het anker ophalen praten we nog kort met de Amerikanen van de grote boot naast ons. Ze hebben een zomer in Trinidad op de kant gestaan op dezelfde boatyard als waar wij naar toe gaan. Het is er perfect zeggen ze, alleen erg warm. Ze begonnen ’s nachts om 3 uur te werken en stopten om 9 uur. Je kan er ook een airco appartement huren. We zien wel.

We gaan naar Rock Sound, een mooie ondiepe baai zonder swell aan de zuidkant van Eleuthera. Het is windstil en 25 nMijl rechtuit. Geschikt om de electrische stuurautomaat te gebruiken. En er gebeurt niks.... We zitten we even in een periode van storingen en pechgevallen. Ik haal de reserve stuur-unit tevoorschijn en sluit die aan. Ook niks. Er is spanning op de stekker van de servomotor. Twee kapotte automaten? Mijn analyse is een verrotte leiding (wel spanning, geen stroom). Rommy’s  hypothese is een kapotte stekker. Ik haal de strekker er tussen uit...niks. Slechte hypothese. Nee, zegt ze, een hypothese is nooit slecht. Of ik geen wetenschapstheorie heb gehad? Het blijkt de leiding te zijn. Een goede analyse. Nieuwe kabel gelegd en hij werkt weer als een zonnetje. Nu de kettingstripper nog.


We gaan verder oostwaarts langs de buitenste eilanden: Eleuthera, Little San Salvador, Cat Island, San Salvador, Conception en Rum Island. Allemaal door Columbus ontdekt en benaamd. Het is er wat minder beschut en weinig zeilers gaan er naar toe, maar de stranden zijn schitterend en het snorkelen is superb. Als we de baai van Little San Salvador naderen vertrekt net de Nieuw Amsterdam, een cruiseschip van de HAL, 86.700 ton, 2106 passagiers. Het eiland is eigendom van de HAL en de schepen komen hier voor een dag strandplezier. Aan de zuidkant van de baai is een caribisch dorp nagebouwd met een pretpark. Caribisch Disney Land. Men kan jetskien en zwemmen in een met netten afgezet zwembad. Zeiljachten mogen aan de noordkant liggen. Er vertrekt nog een veerboot met personeel en dan is het uitgestorven. ’s Avonds is het pikkedonker, een eerste sikkeltje maan, alleen maar duizenden sterren.

Als we de volgende morgen om 7 uur opstaan liggen er de Koningsdam en Oosterdam. Er liggen dus nu 3 Rotterdamse boten. De tenders varen druk heen en weer naar het strand. Met 4000 man op een onbewoond eiland. Deze mensen beleven een heel andere Cariben dan wij. Ze komen niet voorbij de aangeveegde namaak Caribische souvenir en taxfree gebieden. Ook al liggen er 3 cruiseschepen, we komen er nooit iemand van tegen op de markt, bij de vissers, in de snackbar of bij de kapper. Maar we hebben hetzelfde mooie weer en het heldere water. Zij hebben een net om hun zwembad, wij moeten uitkijken voor de haaien.

We posten deze blog (het internet is ook prima hier) en varen dan langs de cruiseschepen naar Cat Island. Ze beweren daar, dat Columbus er is geland, maar er zijn meer eilanden die dat claimen.

woensdag 7 maart 2018

Marsh


Eric heeft de nieuwe alternator van het vliegveld opgehaald en brengt hem naar Snappas, de bar waar we voor geankerd liggen. We drinken een pilsje en hij groet zijn zus, die in de keuken werkt. Het is een kleine gemeenschap, iedereen kent iedereen. Nou ja, overal kent men natuurlijk z’n zus.   ’s Avonds bestudeer ik de manual en de achterkant van de nieuwe alternator, ik ben er niet helemaal zeker van hoe de draden worden aangesloten. Na het ontbijt monteer ik de alternator, zoals ik 's nachts bedacht heb en met angst en beven start ik de motor. Geen rook, geen vonken, maar een keurige laadstroom van 60 Ampere. Weer een klus van de lijst af. Maandag of dinsdag heeft een lasser een driehoekige plaat aan de paal van de windgenerator gelast en kan ik ook die weer monteren. Zijn we weer bijna op orde en $1450 armer.


Het kost tijd om de goede man voor een karwei te vinden, je loopt van de ene kant van de stad naar de andere. Maar uiteindelijk heb je hem te pakken. Ik vind het leuk om te doen, je spreekt nog eens iemand en je komt nog eens ergens. Onderdelen bestellen is een graadje moeilijker. De alternator hebben we op Amazon besteld en naar Fort Lauderdale laten sturen. Een vervoerder (Sean) heeft zijn broer daar zitten, die verstuurde het naar Freeport. Sean stuurde het naar Great  Abaco en Eric, een lokaal vervoersmannetje, bracht het naar de Snappas Bar. Nu we Eric kennen hebben we een betere informatiepositie: hij kent alle bedrijfjes en zzp-ers op het eiland.


Buiten op de oceaan waait het als een gek, verder naar het Noorden zijn golven van 12 meter. Zomers zijn er orkanen en ’s winters de stormen uit het Noorden. In North Carolina is een hele jachthaven weggespoeld en een containerschip van Maersk heeft daar 70 containers verloren. Hier in de baai van Marsh Harbour liggen we goed beschut en we hebben extra ketting uitgebracht. De zon schijnt heerlijk en we lopen in zwembroek/bikini. Wat anders dan schaatsen op de grachten.


Wat betreft het plan van een Midden-Amerika rondje: we doen het, ook als we niet met die Engelse groep mee kunnen. Zo vaak worden er nou ook weer niet zeilers beroofd en vermoord. De buitenwijken van Baltimore zijn onveiliger. Dus de destinatie is nu Trinidad. We willen daar eind mei aankomen, de boot op de kant zetten, nog wat klussen en dan voor een paar maanden naar Nederland komen. We zoeken nog een logeeradres….


Scott heeft een mooi stukje laswerk geleverd, de windgenerator staat nu heel stevig op het rek. Daarmee is de klussenlijst afgewerkt, we kunnen vertrekken. Maar morgen is het smerig weer, de laatste winterstorm, we gaan overmorgen. Naar Little Harbour op de oostpunt van Abaco. Dan een lange oversteek naar Eleuthera.









s