vrijdag 14 juli 2017

Beaufort, NC


Bij zonsopgang zijn de landingsvaartuigen verdwenen, niks van gemerkt, goeie mariniers. De eerste 10 mijl varen we door het oefengebied van de Marines. Her en der liggen kapotte pantservoertuigen. Dit is pas de Mekong. Je mag nergens aan land, er passeren visbootjes, verder is het stil.

De brug van Surf City laat ons een half uur wachten. Er komt een ambulance. Als de ambulance in aantocht is sluit de brugwachter de bomen en na vijf minuten zijn de linker weghelften leeg. De ambulance voorafgegaan door een politiewagen gaat over de brug. Dan opent de brug en kunnen we doorvaren. Goed werk.

We ankeren in de creek bij Beaufort NC (spreek uit: bovert), een klein stadje met een historisch centrum. Er zijn veel tochtjesboten, de eilanden voor het stadje zijn prachtig met wilde paarden. De Water Bug vertelt de toeristen, dat die zeilboot uit Rotterdam komt. En dan is er de piratenboot, de Revence of Queen Anne. Ze zijn verkleed en voeren een hele theatershow op voor de kinderen. De kinderen mogen schieten met waterkanonnen, die op reling zijn gemonteerd. En dan komt een klein bootje met een piraat  langszij: eerst ruzie dan een zeeslag. Als ze ons passeren horen we steeds hetzelfde stuk tekst: wanna –be-Jack-Sparrow, Walt-Disney-reject. Het doet ons denken aan het Land van Ooit.

Beaufort heeft een buitengewoon Maritiem Museum. Een grote collectie, goed uitgestald, goede teksten en vriendelijke staf. We mogen op het uitkijkdek op het dak. Het museum is van de State, dus gratis. Als iets van belastinggeld is betaald mag er niet aan verdiend worden, zo zijn ook de zeekaarten van de NOAA gratis. Goed idee.

We lopen elke dag naar het winkelcentrum. Op het land is heet, erg heet. Een dame stopt haar auto, draait het raam omlaag: are you boaters? Ze keert en brengt ons naar het winkelcentrum. We kopen een Amerikaanse gasfles met regulator. Die fles kunnen we nu bij elke supermarkt omwisselen, een half volle Europese fles dient als reserve.
En dan wil de computer niet meer aan. Geen biepje, geen lampje, geen gezoem, nada. Na wat omzwervingen komen we terecht bij een computer nerd in Morehead City, de aangrenzende stad. Dan is het wachten op een telefoontje. Is het te repareren? Moeten er onderdelen worden besteld? Moeten we een nieuwe kopen?


We zijn dus nog wel een paar dagen in Beaufort. Maar erg is dat niet, het is hier erg mooi, de mensen zijn erg vriendelijk en in Morehead City is er twee keer in de week een Taoistisch Tai Chi klas. Hamish haalt me op bij de steiger, in zijn rode sportwagen rijden we naar de klas. De instructeur heet Terri en is Tai Chi glimlachend positief en aardig. In de pauze komt iedereen naar me toe voor een praatje. Een vrouw vertelt, dat haar dochter vorige maand in Rotterdam is geweest en dat ze het de mooiste stad van Europa vond. Ik kreeg het even te kwaad.

De Nederland connecties zijn telkens verbazend. Hamish heeft Nederlandse buren, hij heeft zelf veel in Nederland gewerkt, kent Zwolle, Helmond en Rijswijk. We spreken een vrouw bij haar historische huis. Haar man is van Nederlandse afkomst en is de stamboom aan het uitzoeken. Haar zoon is met een Nederlandse vrouw getrouwd. De mensen waar we 4th of july vierden heetten Zwart. Gisteren spraken we een man, die voor General Electric aan de Helpman Centrale in Groningen had gewerkt. En ga zo maar door, altijd zijn er connecties of zijn ze  zelf in Nederland geweest. Nou ja, Amsterdam. Hier dichtbij is een gebied, Terrasea gesticht door Nederlandse settlers. Met tulpen, klompen en souveniers.
Het moederbord is defect. Er kan een nieuwe uit Taiwan komen. Ik vraag de computerman naar een soortgelijke computer te zoeken, die je hier kan kopen. Hij gaat aan de slag. Hamish maar bellen, dat ik ook naar de vrijdagklas kom.


Het is morgen een jaar geleden, dat we uit Delfshaven vertrokken. We krijgen een mail met een foto van de Islemunda collega’s. Moet ik alweer bijna huilen. Ik mis John en die andere lui.
De mensen, die in Southport met ons als heroes op de foto wilden sturen de foto. We laten hem zien.(oh nee, gaat niet. foto staat op de computer in reparatie. in plaats daarvan een foto van Rommy met het laatste stuk pizza)

In verband met de Tai Chi klas ontbijt ik om 07.00 uur en lees mijn boek over de Amerikaanse geschiedenis (Burns). Op de privésteiger aan de overkant zit een jonge vrouw te lezen. Als Rommy mij overzet naar die steiger, zit ze er nog. Ze roept: Hallo, jullie zijn het. In het Nederlands dus. We zagen haar eerder even op een motorbootje, dat een Amerikaanse en een Nederlandse vlag voer. Ze heet Marie-Clair en haar familie bezit hier een huis met steiger.
Tijdens de klas gaat mijn telefoon. Later bel ik de computerman terug: hij heeft hetzelfde model gevonden, laat het opsturen en vervangt de onderdelen. Zal 3 tot 5 dagen duren.

We zitten in de kuip en een jongen in een Laser vaart langs. Hij roept: Bonjour (?), could you do me a favour? Yes?? Keep Trump! Hij ziet rood-wit-blauw en denkt, dat we Fransen zijn. Trump is vandaag,  in Frankrijk. Echter Trump heeft geen stijl, geen manieren en geen intelligentie. Geen kans, dat de Fransen hem een dag langer willen houden.

Morgen naar de Farmers Market en een tochtje met Hamish en Dorothy naar het fort.

zaterdag 8 juli 2017

Southport



De Intra Coastal Water Way kronkelt tussen met bomen begroeide oevers. De krekels zijn oorverdovend. Hier zijn veel Vietnam-films opgenomen. Als ik alleen aan het stuur sta, beeld ik me in dat we op de Mekong varen. Elk moment kan de Vietcong uit het oerwoud beginnen te schieten. Geratel. We roepen Rotterdam! Piet Nak! Johnson molenaar! Ze blijven schieten. De hete zon en het eindeloze oerwoud brengen je op rare gedachten.


We ankeren in een zijtak van de Waccamaw River (Mekong). Rommy gaat in het water om af te koelen, het is 34,4 graden en windstil. Maar misschien zijn er alligators? Dan moet ik maar met steentjes gooien, zegt ze. Vragen: a. Gaan alligators weg als je steentjes gooit? b. Waar hebben we in godsnaam ergens steentjes? Het gaat goed, je knapt er erg van op, zegt ze. Dan moet ik het ook maar doen en moet Rommy steentjes gooien... maar de vragen blijven onbeantwoord.

Vroeg in de ochtend. Rommy neemt nog snel een duik en lichten we het anker. De ICW loopt nu langs een gebied met badplaatsen, beaches. Waterscooters en motorbootjes razen de hele dag langs. Om half zes zijn we bij South Port/Cape Fear. We kunnen ankeren in een zijkanaal. Er is een city-dock, maar die heeft nogal geleden van de orkaan Matthew. En er is de steiger van Provision Co, een populair visrestaurant. Daar lig je gratis als je komt eten. Ik bel en er is plek. Het restaurant is niet meer dan een afdak met tafeltjes, maar er zitten 20 mensen bij de ingang te wachten op zo’n tafeltje. We leggen vast en worden op de wachtlijst gezet. Een uur later eten we een enorme hoeveelheid shrimps en 2 moten geelvin tonijn. Na het eten verkennen we het stadje. Een mooi stadje, niet zo heel historisch. De film Save Haven is hier opgenomen.

Er komen steeds mensen uit het restaurant onze boot bekijken. Een familie wil met ons op de foto: You are heroes. Bob van het charterschip drie steigers verderop, komt zijn hulp aanbieden. Een man die bij de loodsdienst werkt gaat morgen uitzoeken hoe het met onze gasflessen moet. En je ligt dus gratis.

Tussen de Kaap Verden en de Carib leek zich een orkaan te ontwikkelen. Nu geeft de NOAA het volgende bericht: multispectral satellite imagery shows the Sahara Air Layer is overtaking the depression and it will be increasingly more difficult for the system to maintain organised deep convection. Het duurt even tot je begrijpt wat er staat, maar dan is het een hele geruststelling.

Om verder naar het Noorden te gaan moeten we de Cape Fear River op. Als die uitstroomt lig je bijna stil. De kentering is om 14 uur. Dan waait het loeihard (24 kts). We besluiten nog een nacht aan de Provision Co steiger te blijven. En nog een keer in het restaurant te eten.  Dat is geen straf. We zitten met 3 tafeltjes van 2 dicht bij elkaar. Met z’n zessen hebben we een heel leuk gesprek.

De volgende ochtend als de zon om  6.08 uur opkomt, vertrekken we. Er was nog een korte heftige onweersbui in de nacht. De steiger is niet zo best, de bolders laten los, de drijvende steigers zitten met een touw vast aan een paal. Dat touw hield het niet. We leggen ons direct aan de paal en kijken elke paar uur of we nog mooi zakken. Het verval is hier 1,8 meter. Maar goed, om 6 uur varen we. En dat is mooi, het licht, het water, de vogels.

Later overdag veel jetskis en snelle motorboten. En snel is hier echt snel. Een Amerikaan is helemaal gelukkig met veel pk’s en veel benzineverbruik. Boot, auto, grasmaaier. Maakt niet uit, zolang het maar lawaai maakt en veel slurpt.

We ankeren in een baai van de mariniers. Er liggen wat landingsvaartuigen tegen een kade. Er staat een groene Hummer naast. Maar je mag hier liggen. Het is uitgediept, verder is het overal ondiep. Soms zijn er nachtelijke oefeningen met helicopters. In het donker, met infrarood kijkers. Zal vandaag wel niet gebeuren, het is zaterdag.


woensdag 5 juli 2017

Georgetown, Independence Day


Zo zou de Biesbosch er uit hebben gezien, als het 100 keer groter was geweest.  De eerste 10 mijl vanaf Charleston varen we nog voorbij aan een lange rij mansions met elk een steiger, dan riet en kreken zover het oog reikt. Een gebied van 20 km breed en 60 km lang (is dat 100 keer de Biesbosch?). Het is zaterdag, de eerste van een serie vrije dagen naar Independence Day toe. Er passeren geregeld kleine motorbootjes, model Dexter. De meesten minderen vaart bij het passeren, maar geven weer gas zodra ze je voorbij zijn en dan zit je nog in hun golven. Om vijf uur ankeren we in Georgetown in de Sampit River, een kleine rivier langs de achterkant van de hoofdstraat. Er is een boardwalk, gezellig druk. ’s Avonds begint in een café een band te spelen: My daddy was a rolling stone. Dat nummer betrek ik altijd op mezelf en schiet dan vol. Deze café versie met verkort intro geeft slechts een vage droefheid.

De muziek op de radio in Amerika is voor ons een verademing. In de Carib was er alleen maar gedreun zonder melodie, vandaag horen we hier Niel Young, Beatles, The Band, Ellington en Sinatra. Veel reclame tussendoor. En er zijn blues, klassieke en jazz programma’s.

Georgetown is beeldschoon. Huizen uit de Engelse tijd en van na de Independence (1776). Een hoofdstraat met een bioscoop en mooie eikenlanen (southern live oak). We gaan later naar de Big Tuna om een lokale IPA te drinken. We zitten buiten en beneden in het water zwemt/drijft een alligator. We praten met een couple met drie kleine kinderen. Zijn zus woont in Delft, getrouwd met een ingenieur. Het meisje Lulu laat haar plastic eendje in het water vallen. Huilen. De alligator en twee schilpadden schieten er op af. Met een dustpan uit de bar redden we de badeend. Wordt de reis toch nog een avontuur.

Het eerste huis bij de vissershaven is gebouwd door een Schotse dokter. De dochter werd verliefd op een visser. Dat werd haar verboden, maar stiekem zagen ze elkaar toch. Totdat hij naar een ver oord vertrok. Vaak zien mensen licht achter de ramen van het huis. Dat is haar geest. Zo maakte ze geheime afspraakjes met de visser. Zo heeft elk huis hier zijn geesten. Bijvoorbeeld het huis waar de Engelse soldaten waren ingekwartierd tijdens de burgeroorlog. De knappe dochter van de  familie lonkte met de Engelse soldaten, maar ze was een spionne. Op een dag vertelde ze de Engelsen, dat een beroemde rebellenaanvoerder in de stad was. De Engelse soldaten stormden naar buiten. Eén soldaat struikelde op de trap en brak zijn nek. Nog voelen de huidige bewoners een hand op hun schouders als ze die trap afdalen. Alsof de geest hun wil beschermen tegen struikelen. Er zijn ook huizen met kwade geesten, maar daar vertellen de bewoners niet over. Dat maakt het huis onverkoopbaar.


Het historisch gedeelte van Georgetown beslaat een vierkant van 4 bij 12 straten. De huizen zijn uit de 17e en 18e eeuw. Er zijn meer dan 20 kerken met elk een eigen kerkhof. Elk huis heeft een jogglingboard op de veranda, een verende zitbank. Typisch voor South Carolina. Leer je toch nog iets van deze blog. Het plafond boven de veranda is altijd lichtblauw geverfd. De Gullah slaven deden dat om boze geesten af te weren. Een man is in de tuin aan het werk, we maken een praatje. Over het huis, over Amsterdam en Delft (waar ze geweest zijn), over Rotterdam, over Trump, over de burgeroorlog, over immigranten. Zijn vrouw komt er bij staan, leuke mensen, we praten nog een kwartier.

Het is 4th of july, Independence Day. We hadden heel wat feestelijkheden verwacht, maar het is stil op straat. En 33,4 graden. Met twee zitkussentjes gaan we naar het koorconcert op het grasveld voor het Kaminski House. Het is erg patriotisch. Saluut aan de vlag, het volkslied, voorlezen van de Declaration of Independence , saluut aan de vijf legeronderdelen (de mannen die gediend hebben gaan staan en er is dan applaus en hugs). Maar het was bijzonder om mee te maken (iets wat we van de hele reis kunnen zeggen).

Na het concert lopen we over de boardwalk terug. Vanaf een balkon horen we roepen: ROTTERDAM! Het is donker, we zien de mensen op het balkon eerst niet goed. Het zijn de mensen van vanochtend, die met de tuin. Ze zijn bij vrienden in het appartement om naar het vuurwerk te kijken. We ontmoeten boven de Zwarts, de bewoners, Katherine en Jack van vanochtend en Nancy en haar man. Ze geven ons te eten en te drinken en vragen ons honderd uit over onze reis. Maar ook vragen ze, wat we van Trump vinden. We aarzelen, we zijn gast. No you are among friends. Rommy zegt: he is a patient. Dat vinden ze mooi gezegd. Rommy steelt de show, ik ben de sukkel met hoogtevrees die niet kan zwemmen. Be it so. Na het vuurwerk blijven we nog wat drinken en het is heel gezellig. We komen langs op de terugreis. We had a great night, we felt welcome to the USA. Thank you. Dit, voor als ze het blog lezen, maar het is waar.

De Amerikanen hebben van die dingen, zoals: bij de intro van het concert vraagt de spreker: wil iedereen, die hier voor het eerst is zijn hand opsteken en blijven opsteken. Dan vraagt hij het publiek te zeggen: welcome, we are glad you are here. Het werkt, geloof het of niet.
In de ochtend vertekken we met bloedend hart (rode tonnen aan bakboordzijde). Er is nog nooit een hurricane in de Chesapeake Bay geweest. Daar gaan we heen.
Vandaag wordt onze vriend John aan zijn hart geopereerd. We hopen, dat het goedkomt.


vrijdag 30 juni 2017

Charleston


Zo moet Holland er uit hebben gezien voor de inpolderingen. Maar dan zonder albatrossen, dolfijnen, krokodillen en palmen. We varen 30 mijl door de Low Country. Rivieren, kreken, riet, bomen en in de verte hoger gelegen stukken met huizen en wegen. Af en toe passeert een motorbootje, dan zijn we weer een uur alleen. De vaargeul is duidelijk aangegeven, rode driehoeken aan stuurboord en groene vierkanten aan bakboord. Tussen de rivierarmen is soms een short cut gegraven, zodat je niet de zeemonding op hoeft te varen. Om 17 uur ankeren we in een kreek. Nergens een boot te zien. Nergens een huis, alleen maar water en riet.


Om 9 uur gingen we door de Lady Island brug. De brug waar Forrest Gump over liep, toen hij Amerika op en neer rende. Zogenaamd over de Mississipi. Het huis waar zijn moeder een pension had staat 10 mijl buiten Beaufort. We varen langs Buba’s huis, maar de oever is te ver weg om het goed te zien. Een mevrouw in Beaufort had een multomap met foto’s uit films, die in de Low Country zijn opgenomen.

De huizen zijn prachtig. Bij Daytona zag je nog wel veel miljonairs-kitch, maar hier is alles in dezelfde koloniale stijl: op palen, grote verranda’s, balkons voorlangs en de schuine daken zijn vrij plat, zodat het dak ver kan uit steken. In pastelgroen, lichtblauw, wit of roze. Voor elk huis een botenlift met een vierkant huisje op palen, honderd meter het water in, bereikbaar over een plankier op palen. Vaak hangt de Amerikaanse vlag uit en staat er een schommelstoel op de verranda. Aan de waterkant gekleurde adirondacks. Ik dacht, dat die in Main thuis hoorden, maar hier staan ze bij elk huis.

Bij het tanken in de haven van Beaufort zijn er kakkerlakken aan boord gekomen. Vliegende Amerikaanse kakkerlakken (er zijn 4690 soorten kakkerlakken). Ze zijn inmiddels allemaal gearresteerd en terechtgesteld....


Charleston is volgens de Huttington Post de mooiste stad van Amerika. En volgens Skipper Bob, onze gids op de ICW, heeft het de allerslechtste ankerplek. Een Amerikaans schip is nu al een uur bezig met ankeren. Onze Kobra pakte meteen. Iemand zei, dat je de eerste 12 uur aan boord moet blijven om zeker te weten, dat het anker diep in de zachte modder ligt. Dat ziet er inmiddels wel naar uit, dus morgen steken we de rivier over naar de stad.

De volgende dag regent het, zijn we niet meer gewend. Voor de hele week zijn scattered thunderstorms voorspeld.

De stad is heel mooi. Grote huizen met verranda's, bloeiende bomen. We gaan naar het kunstmuseum. Een goede collectie met voor ons onbekende schilders. Behalve één Hopper en twee kerkinterieurs van Smets.

Gezien het regenachtige weer en de zuidelijke wind, besluiten we echter de volgende dag door te varen. Op de terugweg zullen we wat langer in Charleston blijven.

dinsdag 27 juni 2017

Beaufort (bievert)


Op kanaal 09 vragen we de Bridge of Lions om een opening om 07 uur. Als we om 5 voor 7 komen aanvaren, opent de brugwachter de brug. De Nederlandse brug- en sluiswachters zouden stage moeten lopen in de US. De brugwachters hier zijn vriendelijk, geven duidelijke informatie en spreken je aan met Captain. Elke keer kunnen we zonder vaart te minderen doorvaren. In Nederland zijn de brugwachters onvriendelijk en kleinerend. “Wat denk u, wat een rood licht betekent?” De jachtjes zijn beneden hun waardigheid. Met beroepsschippers spreken ze de niets-aan-de-hand schipperstaal. De jachtjesmensen kennen de niets-aan-de-hand schipperstaal niet, ze zijn soms nerveus en zeggen “over” door de marifoon. Maar een reisje naar Amerika gun ik de brugwachters ook weer niet. Zo lang we hier zijn, maar genieten van de vriendelijkheid. Straks weer van Veere naar Vlissingen bij elke brug 20 minuten wachten en geen antwoord krijgen op de marifoon.


We gaan de zee op. Van St Augustine naar Charleston, 130 nMijl, 36 uur varen. De kust loopt in een bocht, wij snijden de hoek af. In de avond nog een paar uur windkracht 6 bakstags, dan neemt het af, wordt Oost en later zelfs Noord. Maar dan zijn we al in Charleston. Zo is het voorspeld, zo is het gepland. We zullen zien, wat de reis ons brengt.
Er zijn voortdurend dolfijnen te zien. Een groepje grijsgestippelde dolfijnen zwemt een tijdje met ons mee.

De mensen op de H-steiger in Daytona Beach vonden ons hele goede zeilers, maar lousy vissers. Met waardeloos kunstaas: Weggooien, die rotsooi! We kregen een pluim kunstaas (feather) cadeau. En vanmiddag vangen we er een hele dikke tonijn mee. Hij gaf zich niet snel gewonnen. Toen de hengel even in de houder stond, brak het houten onderstuk. Een dolfijn zwemt naast de tonijn en bekijkt het gebeuren. De nieuwe visknuppel doet het goed. Het fileermes is geslepen. Nu ligt er een kilo tonijn in de koeling. Lekker.
Ik lees nu Seneca: Leren sterven. Is niet gemakkelijk, leren sterven bedoel ik. “Doe je niet aan filosofie, dan ligt je geest er verdord bij”.” Leven onder dwang, daartoe is niemand gedwongen”.” Het heerlijkste is de leeftijd waar de zaak al bergafwaarts gaat, maar nog niet omlaag stort”. Zomaar een paar citaten. De laatste sprak me erg aan...


We eten stukken tonijn met eigengemaakte aardappelsalade. Boven het land ligt een zwarte wolkenstrook. De wind komt van zee, dus dat zwarte komt niet onze kant op. Denken we. Dan draait de wind en komt het zwarte dichterbij. Wij varen er voor langs. Een uur lang weten we uit de onweersbuien te blijven, maar dan zitten we er midden in. We strijken de zeilen. Bliksems aan alle kanten. Door de regen zie je niks, ik blijf in de hoge golven 30 graden op het kompas varen. Volgens het computerscherm varen twee vrachtschepen op 1 mijl voor ons langs. Niet te zien. Het is weer gezellig. Langzaam neemt de wind af en trekt het onweer naar het zuisoosten. De hele nacht blijft het daar weerlichten.
We hebben door de onweersbui vertraging opgelopen. Derhalve besluiten we naar Beaufort (spreek uit: Bievert) te gaan, dat ligt 20 mijl dichterbij. Moet een mooi historisch stadje  zijn. Forest Gump is daar opgefilmd.

De geul naar Beaufort heeft stroom tegen. We halen Beaufort niet, we gaan ankeren in een kreek. De Cowes Creek. De oevers zijn groen, op het land bossen met grote mansions ertussen. Het lijkt wel Denemarken. Een groepje dolfijnen zwemt naar binnen. Later weer naar buiten, nu het hier zo stil is hoor je hoeveel lawaai zo’n dolfijn maakt. Dat is wat de reis ons brengt.
 
Het is even zoeken en telefoneren, maar hebben we de Custom and Border Control aan de lijn. De officer noteert ons voor Beaufort en geeft het nummer, dat we moeten bellen als we in Charleston zijn.  In principe moeten we ons in elke nieuwe haven melden. 
De volgende dag vroeg naar Beaufort. We wandelen door de oude straatjes, bezoeken het museum, hebben twee gesprekken over Europa-vergeleken-met-de-USA. Dan lopen we over de brug naar een supermarkt, drie kwartier langs de autoweg. Als hebben afgerekend en met de volle kar naar buiten willen, spreekt een mevrouw ons aan. Of ze ons naar de jachthaven kan brengen. Ze had ons langs de weg zien lopen. We doen in onze boodschappentasjes een knoop, zodat we ze van de hare kunnen onderscheiden. Ze komt uit Zuid Afrika, we spreken even Afrikaans/Nederlands. Ze zet ons af, we laden uit en we krijgen een hug.


’s Avonds eten we op een terras aan de waterkant. We praten met David Rosenblum. Hij is New Yorker, woont nu hier. Hij geeft ons tips over New York, havens, restaurants. Hij bezweert ons om hem te bellen als we hulp of raad nodig hebben. En om op de terugweg bij hen langs te komen. 


Als je verteld, dat uit Nederland bent komen zeilen, is iedereen diep onder de indruk en willen ze alles voor je doen. Dat blijven we dus maar vertellen. Maar als ze beginnen van: dat had ook zo graag willen doen, dan zeggen we: je kunt het doen, wij zijn heel gewone mensen, niet rijk, niet moedig. Je kunt zoiets ook doen, maar wel in dit leven..

zaterdag 24 juni 2017

St Augustine


Weer eens gedouched. In de jachthaven van Daytona Beach. Ik stapte per ongeluk op het badmatje. Voordat ik terug was bij de boot had ik al accute voetschimmel. Wijnand zegt, dat zoiets helemaal niet kan. Zo zie je maar weer, dat dokters er soms behoorlijk naast kunnen zitten. Gelukkig wordt hij oogarts en geen voetarts. Drie dagen smeren met miconazol brengt het weer onder controle.


St Augustine is door de Spanjaarden in 1565 gesticht. Het heeft een fort en veel oude huizen. Het oudste schooltje, de oudste bakkerij, toeristisch en mooi. In de negentiende eeuw heeft Flagler, een miljonair uit New York grote hotels laten bouwen in Moorse stijl. Ook mooi. We blijven drie nachten liggen aan een ton bij de brug. Twintig dollar per nacht met gebruik van de douches. Ik ga de badslippers zoeken.
Omdat de uber (oeber zeggen ze hier) niet kwam opdagen, liepen we naar de Marine Exchange. Een grote volle tweedehands bootonderdelen winkel. Ik had er wel uren kunnen rondneuzen. We kochten sumbrella-doek om een uv-bescherming op de dinghy te maken. Oh, en een kleine Penn Senator reel. Voor op de nieuwe hengel, die ik voor mijn verjaardag kreeg. Daarna liepen we, langs de autowegen, door de hitte, naar de West Marine voor nog meer bootspullen (lures, ventilator) en de Win Dixie, de grote supermarkt. Voor terug riepen we weer een uber auto op. Dat ging perfect. Een Jeep, my favourite car. Of we airco in de boot hadden, vroeg de chaufeur.
We blijven nog een dag langer in St Augustine, er is zoveel te zien en er is het beer-and-hamburger festival.

Op de radio veel lokale stations. Soms ongeneeerd voor Trump: populistisch telegraafachtig gebral. Maar ook lekkere popmuziek, jazz en blues. In de krant elke morgen een lijst van iedereen die in de cel is gegooid: naam, adres en misdrijf. Met reclame van een bail-advocaat. Nu in het nieuws: iemand, die onterecht gevangen heeft gezeten krijgt schadevergoeding. Behalve als je al eens eerder heb gezeten....

Tegenover het Ierse cafe waar we wat drinken staan ze te demonstreren tegen de paardenkoetsjes. 

Ze zijn de boot aan de mooring naast ons aan het repareren. De hele avond en de halve nacht een lawaaierige generator. We zijn er vanmorgen langs gegaan. Hij is erg sorry, zal het niet meer doen en belooft bier te brengen. We wachten het af.

We eten de All American Hamburger: angus beef, pulled pork, gefrituurde uienringen en bacon. Met een koude Budweiser. Helemaal perfect. Onderweg terug even naar binnen bij Dolce Cafe voor een dubbele espresso. We zien nu paardenkoetsjes. Aan boord alles opgeruimd, de dinghy op het dek. Morgen richting Charleston.
Hij heeft geen bier gebracht.