vrijdag 16 februari 2018

Grand Bahama - West End



Grand Bahama, niet de Biminis is waar we na 2 dagen en nachten aankomen. Als we uit Havana vertrekken, nadat de duiker niet was komen opdagen en Dansel, gisteren te dronken om te duiken, ex-commando, ex professional skateboarder, ex-oceanracer uit Cornwell onze speedmeter weer gangbaar had gemaakt, begint de wind stevig door te pakken. In plaats van de voorspelde 15 tot 20 knopen is het 22 tot 27 knopen. Die wind tegen de stroom van 3 knopen geeft hoge golven. Is niet aan te raden, maar met 2 riffen en een half voorzeil varen we lekker. In de nacht varen we langs de Amerikaanse kust. Er zijn 5 cruisenschepen en 1 tanker die de één na de ander een CPA (closest point of approach) van een paar honderd meter geven. Maar met enig VHF-contact met de stuurlieden wijken ze allemaal keurig voor ons uit. Het is imposant zo’n drijvend felverlicht flatgebouw op een mijl te zien passeren.

Als het laatste cruisschip in de duisternis (er is nog een dun sikkeltje maan in LK) is verdwenen en we ons even ontspannen komt de windgenerator met een klap naar beneden. De rvs paal is door het heftige gestamp afgeknapt en de molen ligt op de zonnepanelen heen en weer te schuiven tussen de antennes. Staand op de achterreling binden we de molen vast met een lijn. Dat lukt vanwege het geslinger van de boot niet goed, als hij weer begint te schuiven binden we er nog maar een touw om.

Als het licht is, het waait nog steeds 27 knopen en de golven zijn 5 meter hoog, halen we we windmolen naar beneden. Het duurt een uur voor we alle touwen weer hebben los gemaakt. Het is een zwaar ding en kost ons veel kracht, alleen jezelf vasthouden kost veel kracht. Maar het moet gebeuren. Het groene boeglicht is er door de golven afgeslagen, maar hij ligt nog op het voordek. Met de lifeline aan de veiligheidslijn  brengt Rommy de lamp in veiligheid. Dan kunnen we wat eten en rustig de volgende nacht afwachten.

De wind is afgenomen en we varen 7 knopen aan de wind. Een cruiseschip op aanvaringskoers wijkt 20 graden uit om vlak achter ons langs te varen. De Biminis liggen 20 mijl aan stuurboord, maar een tack tegen de stroom in is zinloos, we zeilen 4  knopen door het water en de stroom is 3 knopen. Als we deze koers kunnen houden komen we uit bij de westpunt van Grand Bahama. De wind is steeds rustiger geworden en we zetten de motor bij om bij licht aan te komen. Als het anker heeft gepakt en we alles hebben opgeruimd gaat de zon onder. Tijd voor een sun-downer, in dit geval een rum-punch.

We eten vissalade (we hebben midden in de Golf nog een dorade gevangen) en openen een fles witte wijn uit de koeling. We genieten van het leven. We drinken het laatste glas terwijl we een aflevering van 24 kijken. Anderhalf uur later worden we wakker voor een blauw tv-scherm. Die aflevering moeten nog maar een keer bekijken.

Als het licht wordt bak ik een brood, we ontbijten en maken een plan: eerst een duik in het heldere water, dan roeien we naar de Customs and Immigration en geven $300 uit visa en vaarvergunning, een wandeling door het dorpje, deze blog posten en een nieuwe weerbericht ophalen. Bij goed weer gaan we morgen naar Grand Cay, het meest noordelijk eilandje van de Bahamas.


vrijdag 9 februari 2018

Hemingway door het achterhek



Op zondagochtend rijden we in de Ford naar La Finca Vigia, het huis van Hemingway. We rijden langs Parque Lenin, het grote pretpark met een ontoepasselijke naam. La Finca Vigia is een landhuis met veel ramen op een kleine heuvel ten zuiden van Havana. Hemingway schreef daar The old man and the sea, zijn meesterwerk.


Maar het huis is op zondag gesloten, zegt de mevrouw door het dichte toegangshek. Maar.... voor $10 kunnen we naar binnen door het hek aan de achterkant. De bewakers van het perceel verdienen er op zondag een centje bij. Normaal is de toegang $5. Es Cuba. Een uitdrukking die je voortdurend hoort.


Door de ramen kan je goed naar binnen kijken. Het zijn mooie lichte kamers, jachttrofeën uit Afrika, duizenden boeken. In de kleine slaapkamer schreef hij staand zijn boeken. Er is een zwembad waar Ava Gardner naakt in heeft gezommen en een toren. De eerste verdieping was voor de 30 katten, de tweede voor de opslag van zijn geweren en hengels, de derde verdieping is een werkkamer met zijn militaire bibliotheek. Vanaf die bovenste verdieping kun je Havana zien liggen.





Hij vond het raadzaam om Cuba tijdens de revolutie te verlaten. Er werd op rijke Amerikanen geschoten. Hij kwam in 1960 nog terug voor het Ernest Hemingway Fishing Tournament. Fidel deed ook mee aan het toernooi (en won natuurlijk de eerste prijs). Vlak bij onze ligplaats staat het monument ter nagedachtenis aan de ontmoeting van Castro en Hemingway. De foto van hun beiden zie je overal in Cuba, maar ze suggereren een innige relatie die er niet was.


Als we een paar dagen later weer in Havana zijn ga ik even naar het Ambos Mundos Hotel. Een mooi oud hotel waar Hemingway 2 jaar kamer 511 huurde. Voor $5 cuc mag je rondkijken. De barkruk in La Floridita waar hij altijd veel te veel dubbele frozen daiquiris dronk is nu een monument. De daiquiris serveren ze nog steeds en kosten veel te veel.


Later schoot Hemingway zichzelf een kogel door het hoofd in een hotel in Idoha. De FBI wist, dat hij zich daar onder een valse naam had ingeschreven.



Een paar dagen geleden was er hier een bericht op internet, dat de oudste zoon van Castro zelfmoord had gepleegd. Later was het ook op het nieuws, zonder de doodsoorzaak. De zoon, Fidelito was de enige kernfysicus in Cuba, dus de nuclaire dreiging van Cuba is behoorlijk afgenomen. Trump kan weer lekker slapen in zijn mooi wittte huis. Fidelito had ooit de leiding over de bouw van een kerncentrale bij Cinfuegos. Dat project is uiteindelijk mislukt en Castro gaf zijn zoon de schuld. Maar als je ziet hoe de dingen hier gaan, lijkt het sowieso onmogelijk dat ze zo’n centrale kunnen bouwen.


We zijn al bijna 30 dagen in Cuba, onze visa lopen af. De wind is zaterdag heel goed, maar we weten niet hoe de Guarda  telt, wat is dag 1? Ik ga naar de Capitano. Ik moet even wachten en zie 6 mensen in het kantoor druk bezig. Op de pier lopen dag en nacht 5 bewakers, 2 bewakers bij het begin van de pier, 2 bewakers bij de poort van de marina en overal nog andere figuren met onduidelijke functie. Er liggen ongeveer 25 boten. De staatsbedrijven zijn niet efficient en niet georganiseerd, maar wat geeft het. Als de Capitano (klein mannetje met een snor en drie strepen) tijd voor me heeft, rijden we 3 km in zijn electrische golfkarretje naar de Guarda Frontera. Hij was leraar zeevaartkunde en we praten over Bowditch en astronavigatie. De Guarda is er snel uit: we kunnen zaterdag vertrekken.  Dat geeft ons 2 dagen om schoon te maken, op te ruimen, vlees en eieren zien te vinden en de situatie in de Biminis te bestuderen. Het is 2 etmalen varen, stroom mee, ruime wind 15 tot 20 knopen. Omdat de Bahamas duur  zijn, laten we hier voor $40 nog het onderwaterschip schoon maken, er zit 2 cm aangroei op.


We verlaten de tropische DDR. Volgend blog zal uit Bimini komen. Met nog meer Hemingway.


Feyenoord verliest van Venlo, misschien komen we niet terug.
Wat valt op bij de 2 mannen, die de Nederlandse vlag hijsen?


woensdag 7 februari 2018

Vinales



Orlando brengt ons voor $100  in de rood-witte Ford uit 1959, die nog van zijn grootvader is geweest. We doen de excursie naar Vinales samen met John en Pam, een Engels echtpaar. De auto ziet er goed uit, maar na 180 km kom je er gebroken uit. Sommige veren van de zittingen zijn gebroken en de weg is vol kuilen. Zelfs de 6-baans snelweg is vol diepe kuilen. Hoewel snelweg... er zijn paarden, fietsers, voetgangers, boeren die kaas verkopen, overstekende ossewagens. Af en toe gaat de vaart eruit en stopt Orlando om een paar klappen op de ebrandstofpomp te geven. De motor is een Hyundai diesel. Geen van de maquinas heeft nog de orginele motor, meestal zijn het Russische dieselmotoren met het geluid van een tractor.



Vinales is mooi, steile bergen in de tabaksvelden, paden van rood zand met toeristen op paard en fiets. Veel toeristen: Canadezen, Duitsers en ook Nederlanders. Er zijn  300 casas particulares, (bed and breakfast) en zo’n 50 restaurants. Toch is de sfeer heel relaxed. De bewoners zijn spraakzaam, we komen veel te weten over hun leven. Hoeveel je kan kopen op het rantsoenboekje (de libreta), hoe lang je moet wachten in het ziekenhuis, welke vrienden naar de overkant zijn gevlucht en hoe blij ze waren met internet vorig jaar.



De buurman van 82 vertelt over zijn kinderen en 20 kleinkinderen, zijn moeder is 103 en nog goed van geest. Hij zegt, dat het komt door de berglucht, de rum en de sigaren. Later komt hij mij een sigaar brengen.



Het is een genot om op een café-terras in de hoofdstraat te zitten en naar de mensen en vervoermiddelen te kijken. Niet alleen rijden hier Cadilacs met dubbele voorruit en ronde achterkant (het voorbeeld voor de Bentley, vertelt John), maar rare brommers, ossewagens, fietsen omgebouwd tot brommer, vrachtwagens omgebouwd tot bus en daartussen door de toeristen, de Cubanen en heel veel straathonden. Om de hoek is een botanisch tuin. Je ziet en proeft alle Cubaanse vruchten. De gids heeft, zoals gebruikelijk nodige grappen. Dit keer veel grappen over schoonmoeders. Als we het er over hebben, legt hij uit dat alle pas getrouwde stellen bij haar ouders moeten inwonen in die kleine huisjes en dat geeft fricties. En schoonmoedergrappen.


De tweede dag doen we met zijn vieren een toer door de omgeving. We gaan met een bootje door een grot, deze gids doet alleen maar champagneflessen, koppen, slangen, die je kan zien in de druipsteen. Geen stalagtieten- 3 cm- per- eeuw verhaal. We bezoeken een tabaksplantage. Ze vertellen alles over de plant, het oogsten, drogen en fermenteren. John en ik steken er één op, het mondstuk gedoopt in honing, zoals Che het altijd deed. Ik rook voor het eerst sinds 40 jaar, Rommy staat erbij met een gezicht van: is dat wel verstandig? De gids laat dan zien hoe je een sigaar maakt. Ik let extra op, want mijn grootvader was sigarenmaker in Oude Pekela. De gids is vaak naar sigarenfabrieken in Nederland geweest. Na de lunch gaan we nog naar de Mural Préhistorique, we hebben de auto met chauffeur voor de hele dag ($10 pp). Het is een gigantische schildering op een rotswand, die de evolutie van pre-historische mens naar socialistische mens verbeeld. Niks pre-historisch dus, maar een idee van Fidel. De socialistische mens is natuurlijk het eindpunt. De schildering wordt bijgewerkt door mannen aan touwen. John heeft een bedrijf dat vuurtorens en bijzondere gebouwen restaureert met mannen aan touwen. Hij vindt deze touwen volstrekt onveilig.

De laatste dag lopen we voor we vertrekken nog een ronde om de bergen. Omdat paden niet zijn aangegeven lopen we steeds te zoeken naar het juiste pad. Op een gegeven moment eindigt het pad bij een rotswand, een steile trap gaat 30 m omhoog. Boven komen we in een grot en achter in de grot is een zwart gat. Het is een gang. Met het licht van het telefoonscherm gaan we de gang in. Halverwege is een bocht en dan zien we in de verte een klein driehoekje van licht. Aan de andere kant is geen trap, maar moeten we klauteren.

We gaan weer verder over de rode zandpaden, die soms meer modderpoelen zijn. Twee fietsers komen van de andere kant, hun fietsen door de modder slepend: zou het nog lang zo doorgaan? Vraagt de vrouw aan de man. Het wordt nog erger, zeg ik, ook in het Nederlands. We hebben midden in Cuba een leuk gesprek met de directeur van het Dolfinarium en zijn vrouw. Vermoeid komen we bij de Mural, van daar is het nog 5 km lopen. Een paard en wagen passeert en de koetsier roept: Vinales, tres CUCs. Dat doe
n we dan maar. Moe maar voldaan.

Terug in Marina Hemingway komen John en Pam (GB) en Jean en Francoise (FR) bij ons wat drinken. Geen taalproblemen, want Francoise is lerares Engels. John en Pam zijn al een keer de wereld rond geweest en gingen als laatste met een convooi langs Somalië naar het Suezkanaal. De verhalen over bedreigingen en kidnapping zijn vreselijk. Ze maakten de kaping van een handelsschip, 28 nMijl van hun vandaan via de radio mee. Captain Phillips (de film met Tom Hanks) is niet gelogen. Als er een Somalisch schip naderde moesten ze dicht bij elkaar gaan varen en de War Offfice in Londen waarschuwen. De Engelse marine kwam dan met schepen en vliegtuigen. Iets waar Nederland niet toe bereid is..

het plaatsen van foto's gaat erg slecht, 






dinsdag 30 januari 2018

Havana 2


Er zijn 2 toeristische voetgangersstraten door Oude Havana, de Obispo die wordt gekruist door de Mercaderes. Om de tien passen wordt je aangesproken door iemand met een geplastificeerde menukaart of door iemand die wil, dat je een souvenierwinkeltje binnengaat. Gegrilde kip kost $12, niet veel voor ons en een half maandsalaris voor een Cubaan. De honderden souvenierwinkeltjes verkopen allemaal hetzelfde: guerillapetjes, houtsnijwerk en koelkastmagneten. En er zijn steeds mannen waarvan de broer in een sigarenfabriek werkt en die je sigaren voor de halve prijs kunnen verkopen.

Het museum voor Moderne Kunst laat zien, dat ze goed kunnen schilderen. Alle westerse schilders hebben hun invloed, van Seurat, Gaugin tot Mondriaan en Rauschenberg. Wifredo Lam en Ponce de Leon zijn heel orgineel en toonaangevend. Fotograferen is verboden en de suppoosten letten er streng op. Net als in grote winkels moet je je tas in bewaring geven en daar bij afhalen voor betalen. Ergelijk, maar je betaalt, omdat de mevrouw van de bewaring er van moet leven. Ik loop een stukje mee met een groep met een Engels sprekende gids, elk schilderij blijkt een patriotische boodschap te bevatten. Was me ontgaan.

Het museum met Afrikaanse Kunst is gratis. Het zijn voor een deel beelden en voorwerpen, die Fidel cadeau kreeg van Afrikaanse regeringsleiders. De glimlachende suppoosten vragen om een donatie. Een zaaltje met textiel en muziekinstrumenten wordt  speciaal voor ons geopend. Bij het verlaten van het zaaltje vragen ze weer een donatie. Het begint op Marocco te lijken: ongevraagd je iets laten zien en je dan laten betalen. Het gaat maar om pesos/dollars, maar deze geldklopperij begint ons tegen te staan. Volgens mijn normen is het eerlijker vooraf te vertellen, dat iets geld kost. Maar volgens hun  normen zou het eerlijker zijn, als ze evenveel geld hadden als wij.

Toen de Russische steun stopte en de ‘Speciale Periode’ begon, heeft Fidel in een toespraak gezegd: Toerisme is Goud. Toeristen zijn geld. Wees vriendelijk. Verder contact is afgeraden. Hij zal er wel nog wat meer over hebben gezegd, want zijn toespraken duurden meestal 4 uur.


We steken de brede straat, die het oude en nieuwe Havana scheidt over. Ook druk, veel minder toeristen. Er wordt wat opgeknapt, maar de meeste panden zijn verwaarloosd en kapot. Je moet voortdurend kijken waar je loopt, de straten zijn vol gaten en modderige stukken. In de etalages staan wat flessen bleekwater en plastic emmers. Het meest triest is de boekhandel met vergeelde boeken van Fidel en Che.

De tocht terug gaat vandaag met een Oldsmobile uit 1955, de chaufeur is wat spraakzamer, dan de meeste Cubanen. Als we door de villawijk met ambasades en paleizen van partijleiders rijden, vertelt hij hoeveel ton deze huizen kosten. Niet echt een partijlid, maar hij scheurt lekker door het drukke verkeer. De stoplichten, bediend door een agent in een hokje, hebben een aftelbord. Bij 0 seconden trekt de Oldmobile het snelst op.
Het goede nieuws is dat de WIFI in de marina het weer doet, we hebben nog wat ETECSA-kraskaartjes. Op het terras checken we de mail en lezen dat van Persie ons een overwinning gaat bezorgen tegen ADO. Er is een Chinees restaurant bij het terras. Addison had al verteld, dat het niet naar Chinees smaakt. Maar Addison Chan is een Chinees, dus vast veel te kritisch denken we. De loempias smaken naar droog meel en gemalen karton.


We lopen de volgende dag, de toeterende taxis negerend naar het naastgelegen dorp. Voorbij een Marine Basis met 2 patrouileschepen en veel witte jachten (verboden te fotograferen: even heb ik de neiging) lopen we tegen een kunstenaars-kolonie aan. Alle huizen en muren zijn met kleurig mozaiek betegeld, een hommage aan Gaudi. De kunstenaars verkopen hun werk in kleine gallerijen. We lopen deaarna langs een appartementencomplex: grote appartementen met eronder geparkeerde Mercedessen en 4WD Toyotas. Ambassadeurs. Baseball sterren. Familie van partijleiding. Aan de achterkant van het ommmuurde complex is de supermarkt die we zoeken, een supermarkt met stukken vlees en kaas. Er liggen zelfs 2 pakjes boter, maar de klant voor ons koopt ze allebei. Bij de uitgang controleren 3 bewakers de bonnetjes en de tassen. Er zijn hier geen electronische poortjes, daarom moet je ook steeds je tas in bewaring geven of laten verzegelen.


Op zondag komen ze met de mooiste oldtimers naar de bar tussen kanaal 1 en 2. We snappen niet wat ze er aan vinden, wat kades, lege terassen en wat zeilboten. We spreken met een ouder Frans paar (onze leeftijd), dat hier in de aanloopgeul de schroef verloor. Niet eenvoudig om dat in Cuba op te lossen. Maandag weer een dag naar Havana.

Feyenoord heeft dus met 3-1 van ADO gewonnen en dat terwijl van Persie maar 10 minuten mee deed.

We wandelen in het nieuwe Havana, langs de zee en door mooie wijken met Art Deco gebouwen. De Amerikaanse ambasade is verlaten. Eens hadden ze een lichtkrant op de ambasade om de Cubanen het echte nieuws te geven. Fidel liet toen 48 vlaggenmasten met zwarte vlaggen voor de lichtkrant plaatsen. Eén vlag voor elke dode door Amerikaanse schuld. De masten staan er nog. Daarnaast is een veld met podium waar Fidel toespraken hield, konden de Amerikanen meeluisteren.
Terug met de rode Peugeot 205, die ons ook bracht gaan we op visite bij de Fransen: Francoise en Jean. Ze vliegen elke zomer terug naar huis en varen hier de winter. Verhaal: De apparatuur, kussens, kleding, bb-motor hadden ze in een selfstorage in Fort  Pierce opgeslagen. Ze kregen na de 1e maand geen rekening en dachten dat het zeker per kwartaal zou gaan. De firma had hun Franse telnummer niet willen hebben, alleen het Amerikaanse. De storage heeft alle spullen 1 dag nadat er 30 dagen zijn verlopen aan een opkoper verkocht. Niet betaald, niet telefonisch bereikbaar. Geheel volgens de regels, zonder nadenken. Een deel hebben ze nog van de opkoper terug kunnen kopen voor de dubbele prijs. Nu liggen ze dus zonder schroef in Havana. Maar het goede nieuws is, dat Jean bij Air France heeft gewerkt en dat ze 4 keer per jaar gratis kunnen vliegen. Ze gaan dus zelf een nieuwe schroef ophalen in Frankrijk.


Het is weer hard uit Oosten gaan waaien, we liggen hier nog wel een tijdje. Misschien een paar dagen naar Vinales, 180 km naar het Westen, je kunt daar prachtig wandelen. Maar we hebben nog geen betaalbaar vervoer gevonden.

donderdag 25 januari 2018

Havana



De Guarda Frontera drukt ons nogmaals op het hart, dat we tussen Dársena en Hemingway Marina in Havana geen enkele haven of ankerbaai mogen aandoen. In het begin van de overtocht staat er een stevige oostenwind: zo komen we veel te vroeg in Havana aan. Maar in de nacht zwakt hij af en varen we nog maar 3,5 knoop, er is 1,5 knoop stroom tegen: zo komen precies bij dageraad aan.


We liggen met 2 boten aan het Customs Dock, wij hebben al een visum, een cruising permit en een gezondheidsverklaring. De andere boot komt van Key West en is even langer bezig, zeker als de drugshond aanslaat op een pakje pijptabak. Na veel heen weer geloop en een 2e bezoek van het hondje, wordt de tabak maar in beslag genomen. Het is een Duitse boot, die is overgevaren door 2 Amerikaanse schippers. Ze werden wel even zenuwachtig, je weet nooit met andermans boot.


Onze sateliet-telefoon was in Varadero niet verzegeld, dus tapen de dames van de Frontera hem in met een meter tape. Er weer officieel af laten halen bij vertrek uit Cuba.

Marina Hemingway is veel leger dan op de foto’s in de gids van Addison. Er zijn 3 kanalen van 1 kilomeer lang. De hotels rond de Marina zijn leeg. Aan het begin van het kanaal 2 ligt een grote Amerikaanse houten tweemaster, verderop een tiental boten, de meeste onbewoond. In kanaal 1 liggen nog 3 boten, een Italiaan en boot met Nederlandse vlag, maar geen Nederlanders aan boord. We zien nog 3 keer Amsterdam en 1 keer Dordrecht op een boot staan, maar het blijken Fransen en Slowaken.



’s Avonds is er een potluck party op de tweemaster, een mooie gelegenheid om in één keer alle bemanningen te leren kennen, Italianen, Canadezen, Slovaken en Amerikanen. De kokkin heeft heerlijk chili maisbrood gebakken en er is bier en wijn. De boot doet werkweken met schoolkinderen, maar ligt nu werkeloos aan de kade. Iedereen die in de USA  overheidssubsidie krijgt is het verboden naar Cuba te reizen. Door het diplomaten-oorpijn-incident komen er verder ook nauwelijks Amerikanen deze kant op. En de haven van Varadero is volgens Trump militair gebied en dus verboden voor Amerikanen.


We  horen, dat de meeste havens en baaien aan de zuidkust voor zeilboten zijn gesloten. Het beroemde Isla de la Juvendud, waar eerst Castro en zijn rebellen gevangen zaten en later communistisch jongeren uit de hele wereld citrussen kwamen plukken is in verval geraakt, nadat de Russen de subsidie stop zetten. En je mag er nu niet meer aanleggen of ankeren (zelfs vliegtuigen mogen er niet meer overheen vliegen, hetgaan aanleiding geeft tot wilde speculaties). Ook Trinidad en Cinfuegos zijn niet meer open, de enige  plek om aan land te gaan is Cayo Largo, een toeristenresort. Daarna is het 334 nMijl naar Santiago de Cuba, helemaal aan de andere kant van Cuba. We gaan eerst eens uitgebreid Havana bekijken en nadenken over de verdere route.


De Marina Hemingway ligt 20 km van het oude Havana. Zoals overal stikt het van de taxi en bussen, maar het vergt enige studie om het juiste vervoermiddel te vinden. Bushaltes zijn er niet, bussen hebben geen opschrift en overal staan groepjes mensen langs de weg. De prijzen varieeren van 60 cent tot 30 dollar. We nemen eerst een maquina naar Paradero, grote rotonde 2 km verderop. Dat kost 20 volkspesos, oftwel 1 dollar. Een maquina is zo’n oude Chevrolet of Plymouth met veel chroom en vleugels, van binnen is het meer in in elkaar gelaste tractor. Aan de overkant van de weg schieten ze van alle kanten op je af, we dingen af tot 10 convertable pesos voor een rit naar Habana. Dat is 10 dollar.


Havana is overweldigend. Grote paleizen, brede boulevards, pleinen en een chaos van taxi’s en bussen. Richting oude stad zijn er smallere straten, vervallen maar de koloniale grandeur straalt er toch vanaf. Dit is bijzonder, zo’n hoofdstad aan de zee hebben we nog nooit gezien. Soms lijkt het op Porto of Lissabon, dan weer op Brussel of Madrid.



We lopen zonder plan wat rond om het eerst op ons in te laten werken. Het Museo de la Revolution gaan we naar binnen om de Granma te zien, het plezierjacht waarmee Castro met 82 rebellen de overtocht vanuit Mexico maakte. Het museum is in het oude Batista regeringsgebouw, de zalen hangen vol oude foto’s en veldradio’s, petjes, granaatscherven, martelwerktuigen van het Batista regime, de typemachine van het New York Times interview en overzichtkaarten van de veldslagen. Het is een hele oorlog geweest. In een glazen gebouw ligt de Granma, de ramen zijn wat beslagen. Rond dat gebouw pantservoetuigen, met kogels doorboorde autos en vliegtuigen uit de Revolutionaire Zege.



We doorkruizen de oude stad nogmaals en eten in het koloniale restaurant Europa, met salsa muziek en een danspaar. De stad begint wat te wennen en we slenteren ontspannen richting het park met de taxi’s. De zwarte Chevrolet terug kost ons 15 pesos (dollar), maar bij de rotonde nemen we een groepstaxi naar Hemingway voor maar 10 volkspesos (50 ct). Langs de straat is het vol met mensen, etensstalletjes, cd-kraampjes, muziek en lawaai. De drukte en chaos begint te wennen. In de marina kopen we bij de chandler de beste en goedkoopste rum van Cuba. Zegt Addison. We hopen, dat hij hier nog aankomt, voordat wij vertrekken.

Het weer is de komende week minder gunstig, later zouden we met zuidenwind terug naar Varadero kunnen zeilen. Het plan is dus voorlopig om van Havana terug te varen naar het Oosten en over te steken naar de Bimini’s. Voorlopig.

Matanzas


Piet Hein, zijn naam is klein. Maar hier bij Matanzas veroverde hij de zilvervloot. Wij zijn zeer trots als de gids het vertelt in het busje met Canadezen, Duitsers en Fransen. We vertellen over het lied, dat we op school leerden. Ik wil het wel even zingen, maar dat hoeft niet.

Matanzas is een verwaarloosd havenstadje. Op de Plaza de Libertad staat het standbeeld van Marti met een wulpse mevrouw, die haar ketens verbreekt. Aan het plein de Pharmacia Francesa, een grote apotheek uit de 19e eeuw met een enorme verzameling flessen, potjes en instrumenten. Fotograferen kost 1 convertable pesos (1 dollar). Aan de overkant van het plein het enige hotel. Het is geen all-in hotel, we gaan naar binnen en drinken in de schitterende lobby een Bucanero, ons Cubaanse bier.

In de grot van Bellamar kost het fotograferen 5 pesos. Dat is me teveel en ik stop mijn camera in mijn broekzak, zo ben ik er eerder mee weggekomen. De bewaker bij de ingang ziet de bobbel in mijn broek. Is dat een telefoon? Yes, antwoord ik. Nou dat mag ook niet. Maar je kunt er geen foto’s mee maken. Onverwurmbaar. Ik had moeten zeggen: a. Nee, het is geen telefoon, b. It is not of your bussiness, c. No, I am just happy to see you. Ik breng de camera terug naar het busje.


We worden ingedeeld bij een soort Engels sprekende gids. Een Chinese vrouw laat zich voor elke druipsteenformatie fotograferen. Met veel flits. Dan neemt de gids de camera van haar man over en flits haar voor elke druipsteen. Ze mag tussen de druipstenen staan, op plekken waar de groep nog niet naar mag wijzen. Hij heeft nauwelijks tijd voor het stalagtieten-2 cm-per-eeuw-verhaal, dat je in elke grot hoort. En wat je kan zien in de formaties: gezichten, olifanten en watervallen. Zeer uit mijn humeur geef ik hem geen fooi. Maar ik denk, dat de dikke Chinese hem wel 10 pesos zal hebben gegeven. Hoewel, haar man had de portemonnee en die liep nogal somber in de staart van de groep... Maar het was een mooie grot en een gezellige rit in 3 talen. Er zijn geen foto's van. En een uitzichtspunt, waar ze handelen in de oude Amerikaanse auto’s. Het kerkje van de Zwarte Madonna bovenop de heuvel is nu een cultureel centrum, maar in een hoekje mag nog gebeden worden. Ik heb even de neiging het te doen, ik word wat opstandig van dit land. La Revolution Siempre.



De volgende dag, zondag, is het weer boerenmarkt in Santa Marta, we zijn hier al weer een week. Vanuit de achterbak van zijn auto verkoopt iemand grote hammen. We sjouwen met de zware ham de markt over en Rommy gaat in de rij bij de bakkerij. Twee mensen voor haar is het brood op. Cuba. We kopen 2 bossen wortelen voor 1 peso en lopen naar het Barlovento Hotel aan de andere kant van de brug. Ze hebben daar snel internet, maar je moet op de stoep zitten, want all-in, polsbandjes, geen toegang. Ik lees, dat we van Ajax hebben verloren. Jammer, volgend jaar beter.


Internet gaat met een kraskaartje van ETECSA, de staatsprovider. Zo’n kaartje voor een uur internetten koop je aan een loket (lange rij) voor 1 peso en je moet je paspoort laten zien. Het nummer van het kaartje en die van je paspoort typen ze in de computer. Vandaar de lange rij. Je mag niet meer dan 3 kaartjes kopen. Samen kopen we 6 kaartjes. De code om in te loggen moet je krassen, net als bij een kraslot.


Morgen om 11.30 uur vertrekken we naar Havana. Na 12 uur moeten we voor een extra dag betalen. Varen we gewoon wat langzamer om bij daglicht aan te komen. Hier lagen 3 trekkers, gisteren vertrok de Amerikaan, in de Hemingway Marina bij Havana schijnt het wat drukker te zijn.


vrijdag 19 januari 2018

Cuba: Topes Collantes



De toerbus stopt voor de Marina Dársena. Twintig Duitsers zijn al bij hun hotels ingestapt, wij zijn de laatste instappers. De reisleider heeft zichzelf Duits geleerd uit een boekje, aan vervoegingen en meervoudsvormen is hij niet toegekomen. Maar het is een aardige kerel en hij weet alles over Cuba. Onze gesprekken met de Duitsers, het zijn bijna allemaal Ossies,  verlopen aanvankelijk moeizaam, maar na de eerste mojito’s komen ze los.


Als eerste zouden we het Che Guevara mausuleum in Santa Clara bezoeken, maar het is gesloten vanwege het natte weer. Jammer, want het schijnt indrukwekkend te zijn. Remy een jonge kraanmachinist van Koerdische afkomst is heel teleurgesteld. Che is zijn grote held. Hadden ze het niet van te voren kunnen checken? Nee, dit is Cuba, hier is alles slecht georganiseerd. Als compensatie gaan we naar de Treno Blindada, de overblijfselen van de pantsertrein met Batista soldaten die Che liet ontsporen en daarmee de strijd een beslissende wending gaf. Zoals er meer plekken zijn waar een beslissende wendig werd gegeven. Met monument. Ook de bulldoser waarmee Che de rails vernielde staat er bij.


Als we naar Trinidad rijden houdt het op met regenen. Het is een koloniaal stadje, heel schilderachtig en vol met toeristen. In een geel huisje, dat nu een restaurant is, heeft von Humboldt gewoond. Een bar verkoopt de beste mojito’s van de wereld, de bar ernaast de beste van het universum. We nemen de laatste en ze zijn inderdaad lekker. Er staat op een flesje spuitwater: no 1 in Cuba. Makkelijk zat, want er is maar één spuitwater-fabriek.  Alles is hier no 1 in Cuba.

Hoog in het natuurpark van Topes de Collantes ligt het hotel, een voormalig tbc-sanetorium. Het is een goed hotel. Wat vochtvlekken en koud water uit de douche, maar verder is het prima. We slapen voor het eerst sinds 1 ½ jaar weer in een bed. Er zijn groepen Duitsers, Russen en Fransen. De andere Duitse gidsen hebben hun Duits in de bevriende DDR geleerd, dat Duits is wel wat begrijpelijker.


’s Morgens staan er oude Russische vrachtwagens klaar om ons dieper het natuurpark in te brengen. Omdat de plaats en tijd van verzamelen weer eens is veranderd komen we als laatste en mogen voorin bij de chaufeur zitten. Het is een enerverende rit, dubbel klutsen, glibberige modder, tegenliggende vrachtwagens. Ik probeer boven het lawaai van de motor uit te vertellen, dat ik in militaire dienst ook een vrachtwagen heb gereden met dubbel klutsen. Zwischenschaltung noemt een oudere Duitser het.


De wandeltocht door het regenwoud is erg mooi. Halverwege is er een man met een ezel, die mojitos verkoopt, dus de stemming is goed. We zien voor het eerst kolibri’s in het wild, nou ja, je ziet ze nauwelijks. We eindigen met een lunch onder een afdak. Als afsluiting een carejillo, koffie met rum.

Eerst met de vrachtwagen en later met de bus dalen we af naar Cienfuegos, een havenstad met verlopen grandeur. We mogen een uur vrij wandelen. Bij een souvenierstalletje roept een koopman ons na: Kijken niet kopen. Wat erg, dat we als Nederlanders met die woorden tot in Cuba beroemd zijn. We kopen twee guerilla petjes. De ontmoetingsplaats is weer eens veranderd, zodat de groep op verschillende hoeken van het centrale plein staan te wachten. Uiteindelijk vinden we elkaar bij onze bus  in een zijstraat.


Als we langs het honkbal stadion rijden wil Remy beslist stoppen. Hij krijgt zijn zin en komt een kwartier later terug met een door alle spelers gesigneerde bal. Hij mocht 9 keer slaan bij de training van het Elefantes Team. Rommy zegt: Remy is een man, die zijn eigen geluk creëert.

Om 19 uur terug op de boot, het waait nog steeds 22 knopen. We kunnen even geen Duitser meer zien.


De volgende dag hangen we wat rond in Santa Marta. Kopen 2 harde broden, checken de mail in het internetparkje en gaan naar de kapper. Rommy naar een peligriosa op een dakterras en ik naar een barberos van 1 ½ meter breed. We zijn beiden tevreden. Prijs 5 dollar (convertible pesos). Speciale prijs voor buitenlanders (5 ipv 1). Het is hem gegund.


Een man bij de kapper, er passen 4 mensen in het zaakje, spreekt goed Engels. Hij is duikinstructeur geweest en heeft nu een winkel in alles. Werk in de toeristensector is erg gewild, een buitenlander geeft een week duiken zo maar 10 pesos fooi. Het gemiddelde maandsalaris is 25 pesos. Wonen, opleiding en gezondheidszorg is gratis. Een kilo gerookte ham kost 4 pesos, een brood 20 ct, maar een 20 jaar oude Lada kost 20.000 pesos en een nieuwe Chinese scooter 3000. Veel bewoners van Santa Marta werken in de hotels of voor touroperators.