maandag 20 november 2017

Life is a box of chocolats


De man gaat het café binnen en de motor van zijn grote 4WD blijft lopen. Als ik binnen ben zie ik  hem uitgebreid met iedereen staan praten. Sir, you let your motor running - It’s my car, I can do what I want with it - But it is my air - It’s a free country, I can do what I want - But it’s my climate, sputter ik nog....

Beaufort SC is weer beeldschoon. De mooring kost $ 20 met douche en de leenauto om naar de supermarkt en West Marine te gaan. We hebben een nieuwe handheld marifoon nodig voor het contact met bruggen en aanlegsteigers. De leenauto heeft een lekke uitlaat. Om niet teveel lawaai te maken, rijdt ik 25 in plaats van 35. Niemand stoort zich er aan.


Na 50 nMijl voor de wind gooien we het anker uit achter in de Turner Creek. Over een drempel van 1,1 meter komen we binnen. We zijn in Georgia, het verval is hier 9 voet. Er is een marina, waar je de dinghy kan leggen. Aan de weg is een supermarkt, hardwarestore, bar en de bus naar Savannah.



De marina is vervallen en verlaten. De bar Cheers lijkt al jaren dicht. De bus voert ons door arme woonwijken en wij zijn de enige blanken in de bus. 


Savannah is heel mooi. Een waterfront met pakhuizen en een raderboot, brede straten met live oaks en oude huizen. Om de 2 straten een parkje met een standbeeld. We wandelen lekker in de najaarszon naar het Civil Rights Museum aan de Martin Luther King Blvd. De sit-ins, massmeetings en de boycot van de winkels in de hoofdstraat waren hier erg goed georganiseerd. Zonder rellen of geweld is hier de segratie afgeschaft. Een waterkraan for coloured only is schokkend en een orgineel KKK kostuum is angstwekkend. Binnenkort krijgen ze het uniform van de 1e zwarte politieagent, hij is 94 en heeft het uniform bewaard.


In de volle bus terug stappen later nog 2 blanken in. Een hele dikke kale man met getatoeëerde armen in een hemd. White supremacy, mompel ik. Misschien is hij wel heel aardig, zegt Rommy. Misschien is het wel een professor, zeg ik. Maar dat wil er bij Rommy niet in.



We drinken wat in een bar aan de weg, waar football op alle schermen is te zien. Als Savannah scoort krijgen we een touchdown-shot van het huis. Als we langs de vervallen bar naar de steiger lopen zien we mensen met een glas in de hand achter de kapotte ramen. Cheers is open! De deur gaat krakend opzij. In het donker onderscheiden we een bar met mensen rondom. Op een schoolbord een lange bierlijst. Een hoppige IPA voor mij. Rommy neemt een flesje Yingling, het oudste Amerikaanse merk. We zitten op het terras in de ondergaande zon en ontmoeten een Canadese biker (Ducati) die ook bij een vliegtuigfabriek heeft gewerkt. We praten over ouder worden en gezond blijven. Bekend onderwerp op onze leeftijd.


Nog een tweede dag in Savannah, nu met de fiets en een gids de historische stad verkennen. De 22 parkjes liggen zo, dat de auto’s elke 2 blokken moeten afremmen. Je kan onbekommerd fietsen. In een parkje is de life is a box of chocolats uit Forest Gump opgenomen. Alleen er is geen bankje, er was nooit een bankje, het bankje was van de filmset en staat nu in het Savannah Historisch Museum. In 1994 kwam het boek Midnight in the garden of good and evil uit, dat heeft het toerisme vertienvoudigd. Ook een film van gemaakt hier in Savannah. Regie Clint Eastwood. We eindigen de dag in de locale brewery. Ik zal niet weer de bieren opsommen.


15 nMijl verder ligt Hell Gate, een nauwe ondiepe snelstromende doorgang, te nemen bij stijgend water. Dat komt op dit moment slecht uit, we zouden in het donker deze kreek uit moeten varen. Beter een dag te wachten en wat klussen te doen. De laatste avond zitten we in de bar met Joyce en Matthew, een jong stel uit New York, ook op weg naar het zuiden. Ze zijn geschokt als we onze zwarte Piet beschrijven. Amerikanen zijn een stuk gevoeliger over etnische stereotypen. 
In Nederland is het ook koud, Feyenoord speelt weer waardeloos en de witte Friezen willen een zwarte Piet. We blijven nog maar een winter weg.

Klusen: stopcontact voor de tablet in de kuip, lieren gesmeerd, ketting aan het reserve-anker, ketting aan het dinghy-anker.
Puorto Rico wordt lastig, geen electriciteit, de baaien vol gezonken boten, verkrijgbaarheid van water en diesel is onzeker. Misschien beter van de Bahamas naar Bermuda?

woensdag 15 november 2017

Oriental en Beaufort revisited





Terug in Oriental, North Carolina. We liggen aan het gratis town dock tegenover The Bean, het koffiehuis waar het hele stadje binnenloopt. Alle nieuws wordt uitgewisseld en van commentaar voorzien. Af en toe staat iemand op om zijn koffiebeker bij te vullen en ondertussen lullen ze maar door. Ik zit met een cappucino te lezen, maar raak snel in de gesprekken betrokken. De één na de ander komt aan mijn tafeltje zitten. Aan de hand van Google Maps wijst een man mooie eilanden in Georgia aan. Op één ervan leefde hij in een hippy-commune. Later, Rommy is er bij komen zitten, komt een vrouw komt binnen en zegt: blijf op afstand want ik krijg chemo, ik kwam alleen maar om te vertellen dat ik mijn auto vandaag niet gebruik, dat de boaters hem kunnen lenen.  Op een meter afstand van elkaar praten we over haar vriendin, die in Leiden is gepromoveerd. Wij werden gisteren door de cheffin van de supermarkt overal naartoe gebracht. Er is een tweedehands watersportwinkel, de sleutel van de winkel krijg je mee van de autohandelaar ernaast. Zo’n stadje dus.

Een bekende hier in town is Martijn Dijkstra. Hij komt uit Bruinisse en vaart al 11 jaar langs deze kust. Hij haalt spullen van gezonken boten en verkoopt ze. Hij repareert oude spullen en knapt zijn grote stalen Colin Archer op. Hij bouwt motoren om en zet masten recht. Hij ziet er naar uit om straks naar St Maarten te varen en spullen van de gezonken boten te halen. Handige kerel, aardige kerel. Hij spreekt Amerikaans met een Zeeuws accent.



In Oriental stemmen ze Democraten, de gepensioneerde professoren en journalisten. In de omgeving stemmen de plattelanders Trump. We praten over Updike: suburb missery. De oude vrouw zegt: you learn the most from fiction. Helemaal mee eens: Updike, Franzen, Mc Innerly en ook Hemmingway, Steinbeck en  Faulkner zijn de beste leerboeken over Amerika. 


We willen eigenlijk nog een dag blijven, maar we willen ook graag naar Beaufort om Hamish en Dorothy weer te zien. Uiteindelijk varen we toch naar Beaufort, kan ik vrijdag nog een keer aan de Tai Chi klas meedoen.
We ankeren weer in de Taylor Creek. De New York Times brengt 5 metoo beschuldigingen aan het adres Louis C. K. mijn favouriete komiek. Hij is zo goed en wat nu? Hij blijft natuurlijk goed, maar moet ik er niet meer naar kijken? Gewoon een verschil maken tussen de komiek en de persoon? Twee dagen later publiceert Louis C. K. een brief waarin hij erkent, dat hij het niet hadden moeten doen. Hij deed nooit iets zonder instemming, maar als je zo beroemd bent geeft dat erg veel macht, erkent hij nu. Klopt. Hij is weer mijn man.

Het is Veterans Day, scholen en postkantoren zijn gesloten. In de Tai Chi klas werken we aan het kick gedeelte. Dat deden we op de heenreis ook, hebben ze ondertussen 104 bewegingen gedaan. Terry, de lerares, brengt me terug. Aan boord praten we met haar met een kopje thee. Buiten waait een stevige en koude wind. In de tweedehands watersportwinkel kopen we een in-line filter voor de buitenboordmotor. Als het past kan het de verstoppingen van de low-speed sproeier voorkomen. We dineren bij Hamish en Dorothey, gegrilde groente, spruiten, zijn hier zeldzaam..

In de nacht daalt de temperatuur naar 2 graden C. De laatste avond eten we een piza met onze vrienden. We nemen afscheid, we zien elkaar waarschijnlijk nooit meer. De tocht naar de boot in de dinghy is ijskoud. Als we ’s morgens om 7 uur wegvaren staat Terry op de steiger bij de Townhall ons uit te zwaaien en foto’s te maken. Met de stroom mee worden met 8,4 knopen naar buiten gelanceerd. De betonning is verwarrend, tegen de zon in is de kleur niet te zien en ze zijn allemaal vierkant. Toen we Fort May bezochten zagen we een zeilboot op een zandbank lopen. Wij komen veilig naar buiten. Langs Cape Fear naar de inlet bij Georgetown. Eén nacht doorvaren.


Rommy heeft een nieuw aas en lijn op de grote hengel gezet. Na een uur hebben we een tonijn, een litle tunny, genoeg voor 2 maaltijden.

In de Bean vertelt een man een mop met zijn  linkerhand op de rug. Hij vertelt: Ik zag een man met één arm aan het vissen. Gaat dat, vroeg ik. Ja hoor, als ik beet heb klem ik de hengel zo onder mijn arm en draai met hand de molen (de verteller hij doet het voor met zijn  rechterarm). Gister heb ik zo’n grote vis gevangen. En steekt zijn ene hand naar voren ...

zaterdag 4 november 2017

Great Dismal Swamp Canal



Om Bas, Raoul, Rolf, John en anderen jaloers te maken: we liggen gratis aan een steiger voor een brewery. De Bull Island Brewery: een triple Belgium Style, IPA’s en een mooie Pilsener. De brouwer doet het al 17 jaar en heeft een jaar in België doorgebracht. Hij houdt ook erg van de Westmalle Triple en de Dilerium Tremens.


Langley is hier dichtbij. Niet alleen het hoofdkwartier van de CIA, maar ook de plek waar de lucht- en ruimtevaart is begonnen. Er is een groot museum: NASA Air and Space Center, met spaceshuttles, vliegtuigen en uitleg over vliegen en ruimtevaart. Een gepensioneerde vliegtuigbouwer leidt me rond terwijl Rommy een 3D-film bekijkt. Het Fokker-gevoel komt weer boven.


Een korte oversteek naar Portsmouth, langs de aangemeerde oorlogsschepen en de containerschepen. De free citydock is een klein haventje, dat al vol ligt met boten, die naar het Zuiden gaan. Ik maak bij iedere boot een praatje, moet ook gebeuren... Op de heenweg gingen we naar de Commodore, het gerestaureerde filmtheater waar je kan dineren en film kijken. Alleen ... ze draaien slechte films. De vorige keer Dunkirk, vreselijk! en nu Thank you for your services, dat ook maar een 6,5 IMDb  rating krijgt. We blijven aan boord en ik maak tortillas met maiskolven. En nu liggen we voor het Legend Brewery Depot. Geen brouwerij, maar ze hebben bieren van andere lokale brouwerijen.



We hebben de Chesapeake Bay verlaten en morgen gaan we naar het Great Dismal Swamp Canal, het begin van de Intra Coastal Waterway (aiceedobbeljoe). Het kanaal was een jaar dicht en ging 2 dagen geleden weer open. Het schijnt prachtig te zijn.


Om 9 uur gaan we met 12 zeilboten onder de Gilmerton hefbrug door. Wij zijn de enige boot, die daarna meteen stuurboord uit gaat richting Dismal Swamp Canal. Het water is glad en spiegelt de bomen in herfstkleuren. Inderdaad prachtig. Veel eendekroos. We moeten een uur wachten bij de sluis, er is verderop een kraan over een leiding gevallen, no power. De sluiswachter neemt de lijnen aan en vertelt wat er gaat gebeuren. Meerdere boten zijn voor het eerst in een sluis. Ik laat de motor lopen omdat de Amerikanen dat ook doen. Bij het uitvaren klinkt de motor hol: geen koelwater. We draaien om en bereiken zonder koeling een steigertje. Wat slangen loshalen en de verstopping localiseren kost een half uur. Het zit bij de afsluiter. Als we alles hebben teruggemonteerd, besluiten we hier te overnachten.



Later komt een mooie motorboot naast ons liggen. Het zijn Dick en Phillis en ze hebben 4 jaar in ‘s Hertogenbosch gewoond (ze spreken het correct uit). Hij werkte voor Carterpillar. Ze laten ons de boot zien en we drinken een Stella Artois op hun achterdek. Ze hebben ook in Zwitserland en Denemarken gewoond. Dick is in ‘s Hertogenbosch aan zijn apendix geopereerd, ze zijn zeer lovend over ons gezondheidstelsel en fel tegen de pogingen van Trump om het beetje gezondheidszorg wat hier is af te breken. Als je hier niet rijk bent, brengt de ambulance je naar een ziekenhuis waar je dood gaat.



We verbazen ons langzamerhand niet meer over alle Dutch connections. De helft van de mensen die we spreken heeft een vriend of familielid in Nederland. Of ze zijn er geweest. Als militair gelegerd in Duitsland of voor een Amerikaans bedrijf. Of jong als backpacker, of oud met een cruiseschip.


Wat een rottig kanaal. A dismal canal. Na 3 nMijl is de koelwaterinlaat al 3 keer verstopt geweest en het kanaal is 18 nMijl lang. Een Canadese Westerly vaart samen met ons terug, telkens stoppend omdat de motor oververhit raakt. Het ontstoppen van de inlaat gaat steeds geroutineerder, maar we nemen toch de andere route. Het kost een extra dag, maar wat is een dag op 2 ½ jaar varen?

We leggen tenslotte aan in Great Bridge. Op de heenreis waren hier de foodtrucks. We liggen naast de 2 Canadezen van Cambridge.

dinsdag 31 oktober 2017

Williamsburg, Yorktown



De Antipoison Creek werkte goed: rustig en windstil. Kapitein John Smith kreeg in 1608 van de Indianen een papje van modder uit deze kreek op de stingray-beet die hij bij Stingray Point had opgelopen. Zo hebben alle namen een betekenis. Veel namen zijn Indiaans: Rappahannock River, Potuxent River, Susquehanna River. We lichten het anker bij zonsopgang en gaan 40 nM tegen de stevige zuidwind in naar de Sarah Creek. We zoeken beschutting voor het passeren van de tropische storm Phillipe (remember Ophelia?). In de baai gaat het 34 kts (Bft 8)  waaien, in deze kreek zal het hooguit 20 kts (5 Bft) zijn. Milan en Michelle hadden 55 kts (11 Bft) in North Carolina. Die zijn te vroeg naar het zuiden gegaan.

Wij blijven hier een paar dagen om de historische steden te bezoeken. Rommy was 50 jaar geleden in Williamsburg, toen ze hier studeerde. Het is niks veranderd, kan ook moeilijk, de historie blijft hetzelfde. Een brede straat met 18e eeuwse huizen. Voor de huizen die je kan bezichtigen zit iemand in historische kleding. Mooi maar saai. De hemel is blauw, het  is lekker warm. Met de ubertaxi via de Collonial Parkway met de bomen in herfstkleuren terug naar Yorktown. Yorktown heeft geen verklede acteurs, maar is schilderachtiger. Hier is de Onhafhankelijkheids Oorlog gewonnen. Een groot Liberty monument getuigt van dit moment. We eindigen onze dag met een ubertaxi rit naar de West Marine Store voor een Y-klep voor het toilet. Ze hebben het niet, maar laten er één apart leggen in Hampton. We hebben op de boatshow in Annapolis een bon gekregen voor een gratis overnachting in de Public Pier Marina in Hampton. Dat gaan we dus doen, 30 nMijl, zuidwaarts, windstil, blauwe lucht, moteren.

In Williamsburg is een grote Barns & Noble boekwinkel (een soort Donner). Ik twijfel of ik American Philosophy zal kopen, doe het toch maar niet. Er is een plank van één meter met atheïstische boeken, dat doet me goed. Later zijn we in een thriftstore van één of andere kerk, de mevrouw achter de kassa draagt nonnenkleding. Ik kom binnen met de grote diesel-jerrycan, zojuist gekocht bij West Marine. Ik zwaai ermee en zeg dat hij leeg is. Ze vlucht naar achteren en komt terug met een collega zonder klederdracht en ze houden mij in de gaten.

Het is steeds weer die vreemde mengeling van gastvrijheid, openheid, conservatisme en christelijk sectarisme. Ontwikkelde liberale mensen en bekrompen Trump-aanhangers. Het land is in tweeën verdeeld. En iedereen is aardig en behulpzaam, de natuur is groots en betoverend. En de burgers en het bier zijn geweldig. En de CO2 uitstoot van de SUV’s en de powerboten is maximaal. En de president is een gevaarlijke gek. En het is een land met grote schilders en schrijvers, met de meeste Nobelprijswinnaars. Het is optimistisch en energiek, sentimenteel en commercieel. Zeg het maar...

zondag 29 oktober 2017

Tangier


Trump had hem deze zomer gebeld. De burgermeester, een visser in een oud sweatshirt op een scooter met een plastic tas met boodschappen tussen zijn voeten, vertelt het op de steiger naast de boot. Het eiland Tangier wordt elk jaar een stuk afgekalft en ze haalden een stoet aan reporters naar het eiland. Daarop beloofde Trump, dat het eiland niet zal verdwijnen. Vandaar dat er borden langs de weg staan met Vote Trump 2020. Eén van de vissersboten vaart met 2 grote Trump vlaggen.


Er zijn nog 340 inwoners, 91 heten Crocket, 62 heten Pruitt, 44 heten Parks. De havenmeester is Wilton Parks, 86 jaar oud. Hij heeft 12 katten, maar toen zijn vrouw nog leefde hadden ze 32 katten. Hij is goed bij de tijd, heeft humor, vindt Trump een idioot en houdt toch niet van katten. We liggen met 3 zeilboten aan 3 kanten van het huisje (een rommellige werkplaats) van de Parks Marina, 2 boten die van het Eiri Meer zijn gekomen en de Annalena. Na een dag hebben we al een tiental eilanders gesproken en op onze wandeling naar het strand is 3 keer een hondje een stuk met ons meegelopen. Een paar katten zijn even aan boord gekomen en hebben alles goed bekeken. Heel vriendelijk allemaal.

Maar het is Urk. Paul Newman wou zijn film Message in a bottle hier opnemen. De gemeenteraad las het script, een ontroerend verhaal. Ze wilden alle platte woorden geschrapt hebben. Dat ging dus niet. Newman heeft de film op Martha’s Vineyard opgenomen en dit eiland is tienduizenden dollars misgelopen.

Ze zijn Methodisten, maar is een afvallige kerk. Die kerk is tijdens de bouw vernield en 2 mensen zijn daarbij doodgeschoten. Er was een shirt-factory maar die is afgebrand, men wilde niet dat daar vrouwen werkten. Zomers komen hier elke dag boten met toeristen, want dit is uniek in Amerika. Nu zijn wij van de zeilboten de enige bezoekers. De burgemeester opent voor ons het museum. We hebben er al veel gezien, ieder dorp heeft een museum, maar dit is een goed museum. Het eiland heeft een rijke historie en een bijzondere historie. Indianen, Engelsen, gevluchte slaven en nu Methodisten. Overal zijn kleine begraafplaatsen en veel mensen hebben hun naasten in de voortuin begraven.

Met de drie boten hebben we een pizza-party. We hebben het over zeilen, over Amerika, over dit eiland en onze levens.  ’s Morgens maakt Wilton ons los, nadat hij heeft uitgelegd hoe we gezonken wrakken naast het eiland moeten omvaren. De luchtmacht deed er target-practice met bommenwerpers, maar wil de wrakken niet markeren. Daarna zetten we koers naar de Antipoison Creek. De naam alleen al.




Potomac


Een platte witte doos. ’s Morgens staat de doos met een taart op de kuipbank. Van de Canadezen? Ze waren gisteren winkelen in de Walmart... we willen gaan vragen of de taart van hen is, maar ze komen aanlopen en vragen ons, of hun taarten van ons zijn. We hebben dus alle 3 een taart gekregen van een anonieme gever. Cambridge is een gastvrij stadje.


We verlaten de Choptank River, maken een slag naar het Zuiden en naar de overkant, ankeren bij Solomon Island in de Patuxent River. De rivieren aan de westkant van de Bay voeren 90 % van het water aan. Je vindt er grote steden, Washington, Baltimore. De oostkant is grotendeels moeras en bos. Oost is de provincie, west is stedelijk. Net als in Nederland. In de tijd van de Indianen waren de stammen aan de west-oever oorlogzuchtig, die aan de oostkant leefden in vrede met elkaar. De blanken hebben ze uiteindelijk overal uitgeroeid.


Er werd 34 knopen wind (8Bft) voorspeld voor dinsdag, daarom gaan we de Potomac op, de grootste rivier in de Chesapeake Bay. Een dag later is de voorspelling gezakt naar 23 knopen, maar we blijven bij ons plan.



De Potomac is de grootste van de 48 rivieren, die naar de Bay stromen en is bij de ingang 10 km breed. 170 km stroomopwaarts ligt Washington. De noordoever is Maryland (katholiek) en de zuidoever is Virginia (protestants), waar de meeste Founding Fathers vandaan komen. Overal zijn historische plaatsen uit de tijd van Revolutie, de Civil War en de Underground Railroad.


We gunkholen van kreek naar kreek. Gunkholen is een onvertaalbaar woord, het betekent zoiets als rondzwerven, kreekjes invaren en ankerplekken zoeken. Langs een militair vliegveld (er vliegen 2 drones met een spanwijdte van 5 m over de mast), komen we bij St Marys City. We liggen bij een kerkje en een groot wit kruis. Er is een klein museum waar mensen in historische kostuums oude ambachten beoefenen.  Aan de kade een replica van één van de twee scheepjes waarmee in 1634 300 immigranten uit Engeland aankwamen. Ze plaatsten een kruis en een altaar. Later werd St Marys City de hoofdstad van Maryland. Nog later niet meer.

We steken de Potomac over en gaan de Yeocomico River op. We raken door onze voorraden heen en in het dorpje Kinsale is een grocery. Het zal in de nacht hard waaien, dus we zoeken een beschut plekje. Nou, de grocery is al jaren gesloten en voor het eerst krabt het anker 40 m. We liggen ‘s morgens voor het volgende huis. Al gaat het ankeren 100 keer goed, de volgende keer kan het fout  gaan. Het huis waar we voor zijn komen te liggen heeft goed en niet beveiligd draadloos internet. Zo zien we, dat de wind snel zal afnemen en dat de enige supermarkt bij de zuidtak van de Yeocomico ligt. Het is 3 km lopen vanaf Harryhogan Point (ik noem de namen, omdat ik ze zo mooi vind).

Als we goed vast liggen bij Harryhogan Point, komt van het huis aan de kant een piratenboot aangevaren: zwart, verscheurde zeilen, piratenvlag, kanon, zwaarden en een skelet met zeis achterop. De man zegt, dat we wel bij hem kunnen landen. We willen naar de supermarkt zegt Rommy. I bring you with my truck, just come to the house. Danny is een gepensioneerde brandweercommandant, hij heeft het huis verbouwd, twee piratenboten gebouwd, een guesthouse gebouwd (waar we mogen douchen) en van de garage een brandweerkazerne gemaakt met een bar, twee oude sofa’s en pooltable. To hang out with the boys...  Onderweg naar de supermarkt stoppen we 2 keer om kennis te maken met mensen en om iemand te helpen met het tillen van een groot matras. In Philadelphia kwam hij bij brandende huizen, waar de mensen hun buren niet eens kénden. Hij is erg gelukkig hier aan het water ..... alleen zijn vrouw is vorig jaar overleden. Ze deed aan holistic healing, maar toch.. Hij wil alles weten over Nederland en onze tocht. Over de president zijn we het snel met hem eens.


Danny komt ons tegen de avond halen met de piratenboot voor een tochtje door de creek. Holy de hond staat voorop naast het rondborstige boegbeeld. Danny vertelt over de creek, de bloeiende havens zijn verdwenen. Er is nog een visfabriekje, voor de rest huizen van gepensioneerden. Voor 3 tot 4 ton kun je hier nog een huis aan het water kopen. Maar bedenk wel, dat de muggen in de zomer vreselijk zijn.



Voor we de volgende morgen vertrekken bekijken we nog het grote zeilschip dat bij Danny aan de steiger ligt. Een houten tweemaster van 80 voet. Een buurman bouwde het in Manchester - Engeland, charterde er mee in de Bahamas en nu na 2 strokes ligt zijn schip werkeloos en onverkoopbaar bij Danny. Als het schip in Delfshaven lag gingen we er op wonen. We nemen afscheid en gaan naar Tangier Island, midden in de Chesapeake Bay. Een tip van Danny.


vrijdag 20 oktober 2017

Oxford en Cambrigde


Omdat we gestudeerde mensen zijn gaan we eerst naar Oxford en dan naar Cambridge. ’s Nachts in de kreek aan de Patapsco River draaide de wind naar het Noorden. Een lekkere wind om de Chesapeake Bay op te gaan. We gaan 25 nMijl naar het Zuiden, ronden het Poplar eiland en gaan het Knack Narows door. Een ondiep kanaal met een bascule brug, die weer onberispelijk opent. De nacht brengen we door in een kreek met een moeilijke ingang. Dan is het de volgende dag nog een klein stukje naar Oxford.

Oxford is beeldschoon, maar daar is dan ook alles mee gezegd. We lopen een rondje en maken foto’s van de mooie huizen, de bloemen langs de weg en de fraaie doorkijkjes. Er is één winkel, die geen olijfolie heeft. Ik neem gewone zonnebloem-olie. Die hebben we ook in de wc staan, om de pomp te smeren, zegt Rommy. Ik zal nóóit olie uit de wc gebruiken om te koken. Rommy vindt dat onzin, er zit toch een dop op...

Cambridge is een stadje: oude winkelpanden, een rechtbank, veel restaurants, een brouwerij en een maritiem museum. De juwelier gaat proberen Rommy’s bril te maken, we hebben een leuk gesprek met de tassenmaker en de politieagent. In een oud winkelpand is het museum van Harriet Tubman, de beroemde conductor van de Underground Railroad. Nadat ze zelf uit de slavernij ontsnapt was, bracht ze nog 300 vluchtende slaven naar het Noorden. In de Civil War spioneerde ze voor de Union. Ze werd 93 en staat nu op het 20 dollarbiljet.


We liggen aan de stadskade naast twee Canadese boten, beide met 2 kinderen aan boord. De ene gaat het Panama Kanaal door voor een rondje wereld, de andere gaat voor een rondje Bahama’s. Ze hebben Nederland op de fiets gedaan. Vanaf Schiphol volgden ze de bordjes ALLE RICHTINGEN , dat schoot niet op. Maar ze vonden Nederland prachtig.


De juwelier kan Rommy’s bril niet maken, hij heeft er uren aan gewerkt zegt zijn vrouw. We treffen de politieagent in de antiquair. Mooie winkel, alles over de Bay, vooral veel decoys. Lokeenden. In de thriftshop vind ik nog een ongelezen Updike en een DVD: The old man and the sea – Spencer Tracy.


De RAR-Brewery heeft ongeveer 20 bieren, ik neem de Lumber Sexual, een dubble IPA. Rommy neemt de Groove City, een Lefeweizen. Uiteindelijk nemen we er twee.


Het is doodstil aan de stadskade, we liggen voor het Gerechtsgebouw, de straat is 100 m verderop. Af en toe een wandelaar, altijd goed voor een praatje. De WIFI komt van Dorchester County Free WIFI en is razendsnel. We leggen de ankerketting uit in het gras en merken de 5, 10, 15, 20 en 30 meter met rode verf. De oude merken waren onzichtbaar geworden. Als Rommy roept: Hoeveel heb je er in? Dan zeg ik meestal: ongeveer 15 meter. Dat gaf toch onzekerheid, vooral bij harde stroom en wind.


We plakken er nog een dag bij aan. Het zonnetje schijnt, het is ongewoon warm voor de tijd. Rommy gaat naar de laundromat en ik ga het lek opsporen dat de rubberboot na drie dagen laat inzakken. Pas als Rommy terug en we het samen overdoen, zien we een klein bubbeltje in de zeepsop: Gevonden. We doen nog een wandeling door de stad. In een andere thriftshop vinden we Mc Innerney: Bright Lights, Big City voor 50 ct. Ik vertelde al eerder dat hij de perfecte 9-11 roman schreef: The good life. En The Old Man and the Sea, altijd leuk als je een oude man op zee bent.


Morgen is de lijm uitgehard, gaan we vroeg tanken en naar Solomon Island. 40 nMijl te gaan. Geen wind. Veel zon. Dinsdag gaat het hard waaien, maar nu is het pas vrijdag.