donderdag 20 juni 2019

Laatste dagen Belize


St George Cay was van 1650 tot 1784 de hoofdstad van het British Honduras (Belize) en hier versloegen ze de Spanjaarden 1798. Dat wordt elke 10 september nog gevierd. Dit wordt een leerzaam blog. Nu is er nog één klein kanon dat herinnert aan die tijd, verschillende orkanen hebben het eiland sindsdien compleet verwoest. Wel is er nog de barak uit 1981 van het Engelse leger, de troepen konden zich hier ontspannen met diverse watersporten. De soldaten waren er, omdat Guatemala het land dreigde te bezetten. Dat land dreigt nog steeds, maar het recreatiekamp ligt er vervallen bij. Net als een stuk of tien huizen van steenrijke Belizers. Elk huis heeft een steiger. Ook de steigers zijn verlaten. Gelukkig werkt het resort nog en serveert ons bier en buffelo-wings. Ik doe mijn  tai chi bij het zwembad en de resort gasten zijn dol op ons: You are living your dream. We glimlachen dan bescheiden en Rommy legt uit dat zij het ook kunnen doen. 


Met één Amerikaans stel praten we lang, ze zijn in Nederland, Duitsland en Noorwegen geweest. Ze waren in Auschwitz en Pearl Harbour. Ze houden van geschiedenis. Ons soort mensen.

Naar Belize City nemen we een geul langs de mangroven. Af en toe gaat de dieptemeter naar 1.9 m, dan gaan we een stukje naar stuurboord en als dat niet helpt een stukje naar bakboord. Als niks helpt varen we heel langzaam verder en dan wordt het weer dieper. 


We leggen aan in Cucumber Beach Marina. Een Amerikaan is hier in 1956 groente gaan telen en de groenten werden in deze haven in schepen geladen. Het is niks geworden met de groenten. Maar het heet nog steeds Cucumber Beach. Het blijft een leerzaam blog. Er liggen een tiental catamaran ferryboten, die gasten van de cruiseschepen aan land zetten. Soms liggen er 3 tot 4 cruiseschepen ver voor de kust voor anker. Hier verder 20 jachten, 7 charter catamarans en een drukke fuel steiger. Aan de andere kant is een soort pretpark Old Belize, een museum met minitrein, een restaurant en een zwembad met grote drijfdingen. De cruise gasten worden met bussen aangevoerd. Zonder cruise schepen is het er heel rustig.

Het havenkantoor zit boven, onder zit een vader, een lilliput moeder en een struise dochter, die tamales en BBQ-chicken verkopen. De tamales zijn al 20 jaar de beste van Belize, men komt van heinde en ver. Een maaltijd kost 6 Belize$, dat is 3 US$ dat is €2,75.

Naast ons aan de steiger ligt de ketch van Patrick en Devone, een jong stel dat schippert en kookt op de charter catemarans, zij is schipper, hij is kok. Ze doen dit al jaren en kunnen ons de mooiste ankerplekken vertellen.



Kenny bedient de fuel pomp en hij brengt ons in een oude pickup naar de City en naar het vliegveld om Lynn  af te halen. Hij weet het beste fruit, het goedkoopste Belikin Beer en we brengen een kort bezoek aan zijn 89 jarige moeder, die gisteren uit het ziekenhuis kwam, hartproblemen. Een hele lieve vrouw, die 15 kinderen op de wereld zette. Kenny was de vierde. We kunnen uren in de te krappe pickup met slechte airco rondrijden en zijn verhalen over het leven in Belize horen. Over zijn broer bijvoorbeeld, die in Amerika iemand vermoorde en naar Belize vluchtte. Hij werd in Belize doodgeschoten.


De City is trouwens best aardig. Een drukke winkelstraat, een gebied voor de cruisegasten, mooie koloniale huizen en verder veel nieuwe kantoren en snelwegen. De mensen zijn relaxed en houden van een geintje, mijn soort mensen. 


Lynn moet vanwege een heftig onweer boven het vliegveld van Panama City uitwijken naar Colombia. Daarna overnacht ze in Panama en om 13.10 landt ze in Belize. Na 10 minuten is ze door de douane en immigratie. Dan met zijn vieren in de krappe en warme pick-up van Kenny.

Twee dagen later komen we aan bij Tobacco Cay. De Engelsen wilden hier tabak verbouwen. Weer leerzaam. We zien een alumiunium zeilboot juist wegvaren. Dan roept Worlddancer ons op, het zijn Heike en Harwich uit Hamburg. Twee jaar geleden zagen we ze op Spanish Wells. Ze keren om en gaan weer voor anker. Later praten we bij in de openlucht bar van Kirk, the barefoot bartender. Ze gaan ook naar de Rio Dulce, dus we zullen ze vaker zien. Dat is mooi. Zij kennen ook Ralph en Monica, onze Duitse vrienden uit de rally. Kirk laat mij zijn boek zien, ik zeg Painkiller is toch met coconut? This one is not, zegt hij. This is a real killer.


Zo tegen het einde van het seizoen is iedereen hier op weg naar de Rio. We zagen al twee keer een zeilers bar met de naam REHAB. (No, no, no..)


Met Worlddancer gaan we naar het Hide Away restaurant, met de moorings. We hebben een handvol buitenlandse munten voor de schatkist van An, het kleine meisje dat er woont. Ze is geinteresseerd in piraten en ze heeft een 17e eeuwse vierkante rumfles, die haar vader heeft opgedoken. De piraten zaten vlakbij op South Water Cay, een eiland direct naast een doorgang in het barrièrerif. Bij Hide Away is het prachtig snorkelen.
Next stop is Pacencia. We gaan naar onze plekjes: Ricks Cafe voor pizza, The Shack voor smoothies en Joli’s voor vrouwenvoetbal met rumpunch en gesprekken met Heike en Harwich. 
Als ik in Big Cay aan land ga wordt ik begroet door een paar blote inheemse schonen. Ze hebben rieten rokjes aan en verder niks. Van dichtbij ruiken ze lekker. Ik weet me geen raad, mompel iets over mi esposa, maar laat me meenemen naar een grote hut met rieten dak. In het donker, achter een door een schemerlamp verlichte tafel zit een dikke madam met een politiepet, best sexy. Als mijn ogen wat gewend raken aan het duister, zie ik dat het de immigratieofficier uit Big Creek is. You said you would leave 2 days ago, you are still in Belize, you have to pay 6000 dollars. Door het geschommel van de boot slap ik erg onrustig en droom veel. We waren voor de lage wal gaan liggen om de wifi van het resort aan de kant op te pikken en toen ging het waaien en kwam de swell.
We hebben ons in Big Creek bij Immigration en Customs afgemeld en de dag daarna zijn Lynn en  Rommy gaan duiken, terwijl we gezegd hadden dat we direct gingen vertrekken. En dan krijg je nare dromen. Het duiken was overigens perfect, ze hebben haaien geaaid en spinkrabben over hun arm laten lopen. Ze zagen een krab van een meter en aaiden ook de kop van een grote kwal. De duikinstructeur maakte fotos, misschien kan ik die in dit blog zetten.


Op Moho Cay South is een resort met houten hutten en rieten daken, op palen, zeer romantisch. Twee jongens zijn aan het opruimen en repareren. We liggen een nacht met regenbuien beschut achter het eilandje en de riffen die aan weerskanten uitlopen. Dit is de laatste stop in Belize, geen nare dromen meer.


maandag 3 juni 2019

De atols van Belize



Het is een gek gezicht als een groepje keurige bejaarden Joly’s bar verlaat om op de steiger een joint te roken. Op het strand spreken we een zwarte jongen, die ons marihuana en coke wil verkopen. Ik zet hem op de foto en hij versterkt nadere informatie. De coke komt van aangespoelde pakketten, die de smokkelaars overboord gegooid hebben (hier in Belize noemen ze het the lottery) De marihuana verbouwt hij zelf. Niet onder groeilampen zoals in Nederland, maar in de tropische zon. Je bent zonniger stoned. Tenminste, dat zou ik zijn als ik het zou roken. En het is pittig spul, dat heb ik van horen zeggen.
Zeilers durven de drijvende pakketten meestal niet uit het water te halen, bang dat de smokkelaars het te weten komen. Ze kwamen bij een andere zeilboot aan boord, eisten de  coke die er niet was, tenslotte hebben ze de boot leeggeroofd.

Ik lees Isabel Allende: De winter voorbij, over latino illegalen in de US, over de armoede en dictatuur in Guatemala en Chili. In de zeventiger jaren was het erg hier, vooral in Argentinie, toen wij daar voetbalden. En was Venezuela een veilig en welvarend land waar men heen vluchtte. Daarna lees ik Arriaga, Mexicaan, in Nederland bekend van DWDD. Schrijft snel en direct, soms heel orgineel, soms te vlot, nooit saai. Allende kan nog wel eens saai worden. Straks aan de wal meer Latijns Amerikaans op de reader zetten: Borges, Fuentes, Rulfo en natuurlijk ook Marquez, daar kom je toch niet onderuit, maar die ellenlange zinnen met surrealistische beelden, niet mijn ding, we zagen zijn huis in Cartegena, we zagen ook overal standbeelden, hij is een leerling van Kafka, daar hou ik wel van, maar die lange zinnen, je zoekt terug naar het werkwoord en het onderwerp van de zin, kan je niet in het Spaans, ik niet, nog niet, dan liever Arriaga, bondig en vlot, zoals van Nieuwkerk.
We hebben In Guatemala een taalschool gevonden aan het Atitlan Meer in de bergen, 5 uur per dag les en wonen bij een familie in het dorp. We gaan 3 weken. Rommy gaat in dat meer het High Altitude Padi doen. Hoogteduiken: een aardig woord. Ik ga dan Arriaga lezen in het Spaans. Hoogtelezen. Of als ik er een joint bij zou roken: high reading. Maar dat doe ik natuurlijk niet.

En daar aan de boot werken of laten werken, de vaklui zijn er goed en goedkoop. Tussendoor excursies, in Guatemala en Belize is zoveel te zien. Duizend Maya ruines. Misschien ook naar Nederland en met een repositioning cruise terug. Dat is voor de halve prijs in 14 dagen van Europa naar Amerika met een cruiseschip. We nemen dan de route Southhampton, Belfast, Dublin, Reykjavik, Hallifax, New York.

Terwijl ik lees, zit Rommy 2 dagen aan de SailRite een nieuwe zonnetent te naaien. In de oude tent vallen steeds gaten als gevolg van de zon. Heeft het toch mooi voor ons opgevangen. Terug uit het stadje (supermarkt, John the Bakerman, smoothy bij The Shak, groente bij de winkel naast het basketball veld) maakt Rommy een foto van de boot met het nieuwe zonnescherm. We wilden in Guatemala een bimini laten maken, maar dit werkt ook goed. We laten daar in ieder geval een nieuw keukenblok bouwen. 

Na 9 dagen Placencia lichten we het anker, we gaan wat Cays bezoeken. Placencia was o.k. We kennen al een aantal mensen en weten waar je wat het beste kan kopen, eten ofdrinken. Voor sommige zeilers begint het dan pas, wij trekken dan liever verder.


We nemen een mooring in de Pelican Cays, een stuk of tien eilandjes met riffen er tussen. Op sommige staan huizen. De mooring kost 20 Belize Dollar, tenzij je gaat eten bij het Hide Away Cay restaurant. Red Snapper, chicken of lobster. We nemen de snapper en die is beter dan we meestal krijgen. Niet uit de frituur, maar gebakken in kokosolie. We zitten aan tafel met 4 Amerikanen, ouders en twee kinderen die volgend jaar gaan studeren. We hebben het over politiek, over de Cariben, over de corruptie en het is een prettig gesprek. 

Justin, de eigenaar van Hide Away Cay komt er bij zitten. Hij was visser in Key West en kocht 20 jaar geleden het eilandje. Het is een eiland zonder zand, alleen koraal en mangroven, dus geen zandvlooien of muggen (geen zand en geen stilstaand zoet water). Hij bouwde het restaurant, het woonhuis en een gasthuis van hout dat hij steeds van het vasteland haalde. De vis die we eten speervist hij zelf en hij heeft 20 kreeftenkooien. Normaal is het derde gerecht conch, maar het conch seizoen is voorbij, daarom kip van het eilandje. Ook het kreeftseizoen is gesloten, maar aan 1 of 2 kreeften tilt men niet zo zwaar.

Next stop is Blue Ground Range, zes eilandjes in een cirkel. We gaan liggen in een hoekje bij een huis met vissers. Het is laag op lager wal en als het ’s nachts hard gaat waaien ga ik wacht houden. We blijven keurig op onze plek en ’s morgens ga ik naar de vissers om een praatje te maken. 15 juni begnt het lobsterseizoen en dat zijn ze aan het voorbereiden. Het zijn allemnaal broers en neven. Goede kerels, je schaamt je dat je even bang was dat ze ons zouden beroven en je bent blij dat je er langs bent gegaan. Blijdschap is zoveel beter dan schaamte.

South Water Cay lijkt een betere ankerplaats. Het is een natuurpark met een eiland met 2 resorts en IZE, een marine onderzoeks instituut. Aan de zuidpunt is het goed snorkelen. Het eiland lijkt uitgestorven, maar in het Blue Marlin Resort treffen we 20 meisjes en 4 jongens, biologiestudenten die hier het rif leren onderzoeken. De bardame geeft ons met zichtbare tegenzin  iets te drinken en als we onze telefoon aanzetten komt de manager zeggen dat wifi 6 US$ per persoon per dag kost. We zetten de telefoons weer uit. Are you Dutch?  vraagt ze als ze wegloopt. Yes how can you tell? I was raised in the Hague. I know that accent. Nou dat is mooi en we begrijpen nu waarom ze hier zo bot doen…..

Af en toe kunnen we op de boot het wifi signaal van het resort oppikken (een student gaf ons het password). Zo weten we de wind van de komende dagen (geen wind) en weten we dat 11 % van jullie op Baudet heeft gestemd. Kunnen we jullie nou nooit alleen laten. Maar goed, PvdA en VVD deden het goed.

We ankeren achter het kleine Tobacco Cay, een eilandje op het barrièrerif. Er wonen 4 families, er zijn lodges en restaurants. We ankeren op 2 meter, op het witte zand met grote zwarte stenen, het water is erg helder. De stenen bewegen, het zijn stingrays. We lopen het eiland over. Verschillende bewoners maken een praatje. Aan het eind is het Reef Edge restaurant van Per een Zweed met Kim zijn New Yorkse vriendin. Ze hebben in Zweden net een oude Nauticat motorsailer gekocht en doen volgende week de tent dicht om daar heen te gaan. Jammer dat ze dicht zijn als Lynn over 3 weken met ons meevaart.


De koraaleilandjes liggen hier op het Bariere Rif of erachter met 5 of 6 eilandjes in een cirkel. En er zijn ook nog losse eilandjes. In totaal zijn het er tweehonderd. Het is zaak om de eilandjes te tellen in het voorbijvaren, anders ga je ankeren bij een ander eiland dan je denkt. De kaarten geven geen details. We hebben het boek van Freya Rauscher met getekende kaarten op foto’s, daar vaart iedereen op. Alleen houdt ze het boek niet bij, dus sommige herkenningspunten zijn er niet meer en onbewoonde eilanden hebben een groot resort.


We gaan eerst naar Dangriga aan de kust. Dangriga is een stadje waar de Garifuna indianen in 1823 zijn geland. De Garifunas zijn de oorspronkelijke zwarte Caribeans, die de Engelsen in 1797 uit  St Vincent naar Honduras deporteerden . St Vincent was het enige eiland waar ze niet zijn uitgeroeid door de Spanjaarden. Langs de kust van Honduras en Belize wonen ze tegenwoordig. We hoorden op Guanaja een Garifuna zanger die liedjes over het leven van zijn volk zong.


We ankeren 100 m voor de wal en Rommy gaat met de dinghy aan land om vlees, groente en chips te kopen. Een jongen loopt met haar mee met de fiets in de hand. Het stadje is armoedig en de winkel heeft niet veel. Natuurlijk wil de jongen geld, net als de jongen die de boodschappen inpakt. Het visseizoen is gesloten, niemand verdient wat. Dan steken we over naar Fly Range, 6 eilanden in een cirkel. Er is niks, verlaten vissershutten en in de verte een resort.

In de nacht zijn er onweersbuien en in de morgen komt de zon schitterend op in de wolken.


woensdag 15 mei 2019

Aankomst in Belize


De Innamorata van Steve en Carol en de Annalena zijn de overgebleven Rally boten op Utila. Zíj gaan morgen richting Florida met als eindbestemming een boatyard in de Chesapeake Bay. Wij blijven hier nog wat rondhangen en gaan dan naar Belize. Rommy heeft met de duikschool 7 keer gedoken en gisteren nog een keer met Steve en Carol. Carol maakte mooie foto's van Rommy in een kloof.

Het anker heeft in de eerste dagen 35 knopen wind doorstaan, maar met een depressie dichtbij is er soms harde westenwind en maken we een 360° draai. Vannacht gingen we daarom krabben tot 30 meter voor een catamaran. We zijn in de ochtend op de plek van Innamorata gaan liggen, die om 6 uur is vertrokken.
In verband met de EuropaCup  zijn we in de Skid Row sportsbar vaste gasten. We leggen de dinghy bij de EcoMarine duikschool er tegenover. De bar wordt bevolkt door expats: oude langharige hippies en twee oude kale Amsterdamse homo’s. Met de laatsten verwerken we de laatste minuut goal tegen Ajax. Zij zitten er niet echt mee en wij eigenlijk ook niet. 


Als je onze tracks op de kaartplotter bekijkt naar een ankerplaats aan de westpunt van Utila, dan lijkt het alsof we dwars door een eilandje zijn gevaren. We moesten vlak langs dat eilandje, alleen Navionics geeft het eilandje niet en CMaps geeft het 100m zuidelijker (verkeerde datum?). Het rif waar Calder het over heeft in zijn 25 jaar oude boek is inmiddels een eilandje geworden. Maar met eyeball navigation komen we op een ondiepe beschutte plek en dat is waar ons leven om draait, ondiepe beschutte plekken. En om drinkwater en eten. En een bar waar ze voetbal vertonen. Met bier en piza. Het is een eenvoudig leven, maar niet veel eenvoudiger dan achter de geraniums in Nederland. En vaak is het spannend, lastig en ongewis, dat houdt je jong.


De ondiepe beschutte plek is 0.77 nMijl van 2 dichtbebouwde met een brug verbonden eilandjes: Suck-Suck Cay en Pigeon Cay, plaatselijk Up en Down genoemd. We nemen een kijkje. Een kijkje is het juiste woord: de straat is 150 cm breed, er zijn 3 groceries, een hotel en een fish burger restaurant. De laatste lijkt ons wel wat, maar het is dicht. Tegenover het hotel ligt Diamond Cay, een strand en party eiland met 2 poezen, ganzen, eenden, pauwen en varkens. Er is niemand, alleen 2 jongens die het zand harken. We vragen een biertje, dat is op en wordt van Pigeon Cay gehaald. Dat duurt even en dan is het des te lekkerder in die hitte. Het is namelijk niet raadzaam om rond 12 uur te gaan lopen, we zitten 16 ° van de evenaar. 

Je hebt het eerst niet in de gaten, maar dan wordt het erg. De beten van de zandvlooien en de no-see-ums. Erger dan gewone muggen. De boot ligt vol met anti-itch tubes, maar dat helpt maar kort. Afkoelen in de zee helpt ook een tijdje. Na een dag of drie wordt het minder. Het is waarschijnlijk van het party-eiland.

We maakten 4 nmijl per uur op de overtocht uit Utila, sneller was niet goed want we hadden de ochtend zon nodig om door het rif te manouvreren dat 10 nmijl voor de kust van Belize ligt. En dan liggen we voor Placencia geankerd met de gele vlag gehesen. Het is zondag, we wachten tot morgen om geld en simkaarten te halen en een boottaxi naar de grote cargo-haven te vinden om daar in te klaren. We vinden het altijd leuk om in een nieuw land aan te komen en weer te moeten wennen en te onthouden hoeveel het geld omgerekend waard is. Belize heette vroeger British Honduras, de voertaal is dus Engels, maar ze rijden rechts.

De Hokey Pokey watertaxi scheurt met 60 km/uur door de mangroven naar Mango Cay. Dan met een taxi naar 4 kantoren in Big Creeek, het industrie en cruise havengebied: Health, Immigration, Customs and Port Authority. Inclusief lunch langs de weg doen we er 4 uur over. Nu kunnen we hier een maand rondvaren. 

Eerste indruk van Belize: lijkt op Martenique, goed in de verf, veel kleine hotels, veel local handycraft, hippe terassen en restaurants, 2 keer per week een groenteboot, duikscholen, Chinese supermarkt. Alles is duur, de duikschool is meer dan 2 keer zo duur als in Utila. Evan een woodcarver maakt voor ons een maskertje van driftwood. Er zijn bijna geen hotelgasten of cruiseschepen (te heet), dus kunnen we aardig afdingen: van 50 naar 25 US$.

We leggen aan bij Joly’s bar. Jodl is een kleine Maya-vrouw getrouwd met een grote Canadees. Aan de bar 7 dronken Canadezen. Joly en haar buurvrouw vertellen ons over de groenteboot en Ricks Cafe, het beste restaurant in town. De vriendin werkt bij de cruisseschepen, die weet veel. We gaan vanavond bij Ricks eten om Rommy's verjaardag te vieren.

We lezen, dat je de helft van de wereldproblemen kunt oplossen door je geloof en je sex in de slaapkamer te houden. Nou de andere helft nog.

zaterdag 4 mei 2019

Utila en mrs Bucket


Utila: rond de East Harbor Bay zijn 15 duikscholen en 22 bar/restaurants. In eerste instantie is het ons daar om te doen. Alle duikscholen scoren hoog op TripAdvisor en zijn spotgoedkoop, maar Alton Diving geeft serieus en eerlijk antwoord op die ene negatieve beoordeling tegenover de 265 excellente beoordelingen. Rommy begint daar dus morgen aan de Advanced Padi. En ik zoek een sportsbar waar Ajax tegen de Spurs op tv is. We vinden Skid Row, een afdak met golfplaten, 4 tv-schermen en koude Salva Vida. Er zitten wat eilanders, 6 Nederlanders en een paar Denen. Amerikanen houden niet van voetbal. Ajax doet het goed, we juichen bij de prachtige goal van van  de Beek en zijn na het laatste fluitsiggnaal zeer tevreden. Ik zei het al eerder: van hier uit is er geen verschil tussen Amsterdam en Rotterdam.

Utila, de kleinste van de 3 Hondurese Bay Islands is de leukste. Het woord paradijs valt hier al snel, maar dit eiland komt wel dicht in de buurt. Het vaste land is 20 mijl weg, we zien de hoge bergen.



Roatan is is verpest door het toerisme (zegt een zeilende snob), maar we konden er alles krijgen, airconditioners, usb-stekkers, kakkerlakspray, een haarknipbeurt en IPA-bier. De laatste dag gaan we met een groepje naar de Island Brewery. Met een busje hobbelend een zandweg omhoog door het regenwoud. De begroeiing wordt steeds dichter en gevarieerder, dan is er een open plek met mangobomen, cashewbomen, bloemen, gras en een beekje. Een modern gebouw met glimmende rvs ketels. Op het grasveld wordt een lam op Griekse wijze geroosterd. We maken een  keuze uit 9 bieren. De Citrus IPA, de Brown Ale, de Tjech Pilsener zijn goed. De IPA is zelfs uitstekend, niet zo citrus als de naam suggereerd, maar heel subtiel en toch stevig. De lam is heerlijk en de stemming is na al het proeven niet meer stuk te krijgen. Steiner (uit Noorwegen, rechts van mij op de foto) en ik worden door 2 Engelsen ingemaakt met tafelvoetbal (10-1). Gelukkig doen 2 Oostenrijkers het tegen hen beter (10-9). En Ajax dus ook (0-1).

Op het vaste land is het roerig: volksopstanden in Venezuela en Honduras. Het is prachtig hier, maar het zijn politiestaten of linkse dictaturen. Of de drugs mafia is aan het moorden, zoals in Mexico. Ik weet niet wat erger is. En Trump wil een muur bouwen om de “criminelen en hoeren” uit deze landen tegen te houden. De New York Times bericht vanmorgen, dat Trump zijn 10.000 ste leugen heeft verteld (dat abortusartsen gezond geboren baby's vermoorden).

De Suzie2 Rally staat onder leiding van Suzie Chappell. Ze draagt altijd oogverblindende bloemen-jurken. Ze heeft er heel wat hangen in haar 60 voeter. Ze vaart met 23 boten ons 2 weken vooruit, dat is groep 1, wij zijn met 12 boten groep 2. Soms staan er een groep 1 foto’s van een dames-uitje op facebook, ze bezoeken dan modezaken en dragen allemaal mrs Bucket jurken, het brandt een gat in je computerscherm. 

Zonder de Rally hadden we de tocht langs Venezuela en Nicuragua niet aangedurfd. Achteraf valt het allemaal mee, we doen het de volgende keer gewoon alleen, maar dat is achteraf gepraat. Er waren wat problemen, er werd een snelheid van 7,5 knopen verondersteld, de aanbevolen uitjes en gidsen waren duur, de kustwacht heeft 2 keer een boot geramd, ons ankertje is gestolen, een marina vervijfvoudigde het tarief voor groep 2. Steeds ging Suzie er achteraan, maar nooit met enig resultaat. Het wining en dining met commandanten, presidenten, masters en mayors gaf haar minder invloed dan ze dacht. Erger was dat ze zeilers (de man met de arm het hoogst en de vrouw in de rode jurk) weigerde waypoints te geven van een rifdoorgang, omdat ze geen lid van de Rally meer waren (ruzie gekregen over een krantenartikel waarin Suzie niet werd genoemd). Dat is slecht zeemanschap, daarmee breng je de ander in gevaar, dat doe je niet, zelfs al heb je ruzie. 


Maar echte verwijdering met haar ontstond toen één van ons bij Immigration zat en zij binnenstormde en voorrang eiste. Later stuurt ze een mailtje waarin ze zichzelf the Leader noemt en uitlegt dat ons groepslid het allemaal verkeerd had aangepakt (hij had  bijvoorbeeld niet op de deur geklopt). Onze man schreef een reactie. Maar daarna ze ontkende ooit een mail te  hebben gestuurd. Maar we hebben die allemaal in onze inbox.

Maar nogmaals, zonder de Rally hadden we de tocht niet gemaakt en het is de mooiste tocht van allemaal geweest. We hebben de allermooiste plekken gezien, we hebben genoten van Colombia en de kleine groep is een vriendengroep geworden. Ellendige dingen, zoals de dood van Tim en het ongeluk van Jeff heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Met een aantal hebben we heel goed contact, maar we zijn aan het uit elkaar gaan. Een aantal gaat met ons naar Guatemala, die zullen we nog wel opzoeken. En dan is het voorbij.

En ons ankertje. We hadden het gemeld op een safety website van een vriendin van Sabrina. Reactie op internet van Mrs Bucket: had je maar aan de Rally mee moeten doen. Ze herkende de bootnaam niet, ze kende ons niet.

Sabrina is de informele leider van groep 2, ze doet het radionet met veel positieve energie, ze is bezorgd, ze helpt, ze organiseert en ze is fun. Haar man Tom (links van mij op de foto)  is goed in limmericks, ik maakte voor hem de volgende:

The Coolsingel is the mainstreet of Rotterdam

A cool single from Kansas said: There I am!

No man, it says singel not single and that is a canal

So I can sit at the water looking for a Dutch belle?

No man, we closed it, we are not Amsterdam

Horen gisteren van een Nieuw-Zeelands zeiljacht dat beroofd bij de San Blas eilanden. Hij is doodgeschoten, zij is bewerkt met een machette en de 2 kinderen zijn ongedeerd. We waren een paar maand geleden op die plek. Misschien de volgende keer toch met de Rally mee.






zaterdag 20 april 2019

Michaels Rock en Jonesville Bay



Het is zondagmiddag en de baai bij Michaels Rock ligt vol met motorbootjes. Kinderen spelen op het strand, ouders maken lunch op de grill en 2 jetski’s scheuren heen en weer. Lazy Sunday afternoon. We waren hier gisteren met een motorsloep en liggen er nu zelf voor anker, omdat hier zo’n prachtig rif is.


De rest van de Suzie2 groep is naar Roatan, de boot van Jeff, die uit de mast viel overbrengen.        De dikke man van het kleine motorbootje Just Enough naast ons komt rechtop aangezwommen met een drankje boven het water in de hand. Het lukt hem niet om ons kleine zwemtrapje te bestijgen en maakt dan maar vanuit het water een praatje. Zijn vrouw woont met twee dochters in Zwolle. Ben je in het meest afgelegen eiland van de Carib, komt er een Hondurese man met dochters in Zwolle. Hij vertelt over zijn ingewikkelde leven en het eiland, de corruptie en de kortzichtigheid. Als hij een uur later met zijn bpptje vertrekt, brengt hij ons een lunch: lekkere gebakken vis met plantain en coleslaw.


De situatie hier op Guanaja is als volgt: Er gaan veel drugs om, waar veel geld mee verdiend wordt. Het gebruik van drugs is echter beperkt, wel is het kweken en roken van wiet redelijk normaal. Ik sprak een man, die de zaadjes via internet in Nederland bestelt. Sterk spul... Er is de garnalenvisserij en verder is één Amerikaans duikhotel. Ieder die een restaurant, guesthouse of duikschool wil beginnen moet tienduizenden dollars aan de ambtenaren betalen. Voor verder ontwikkeling is een weg noodzakelijk, maar het bestuur heeft geen plannen in die richting. Als de andere partij de verkiezingen wint worden alle afspraken teruggedraaid en moet er opnieuw gedokt worden. Zolang er geen ontwikkeling is, is er geen middenklasse, is er geen tegenmacht en tiert de corruptie. Ondertussen hebben wij een snorkelparadijs met heel goed drinkwater en zonder wegen.


Na nog een dag snorkelen steken we over naar Roatan, het grootste eiland van de 3 Bay Islands (45 km lang, 2 km breed). We ankeren in in een baai bij Jonesville, voor de Jonesville Marina (6 ligplaatsen, bar/grill, zwembad, laundry). Er liggen 3 boten voor anker en 4 in de marina, Amerikanen en Canadezen. Aan de overkant liggen 20 werkloze shrimpboten, model Forest Gump.

De Suzie2 boten zijn naar een andere baai gegaan. Het is wel even lekker om niet in de groep te zijn. We zijn moe van de eeuwige grappen van de Engelsen, het positivisme van de Amerikanen en het ellebogenwerk van de Oostenrijkers. We luisteren naar het net om 8.15 uur. Onderwerpen: weerbericht, help needed, things to do, treasures of the bilge, alles met Engelse grappen en grollen.

Er treedt een zangeres op in de bar, begeleid door een jongen in een T-shirt met een afbeelding van Jimi Hendrixs. Zij is goed en hij speelt met een verbluffend gemak. In de breaks praten we met ze over zeilen en muziek.
Als je langs het zwembad de marina uitloopt kom je door een Tjechisch dorp. Tsjechen hebben hier vakantiehuizen gebouwd en verhuren die aan landgenoten. Het zijn mooie grote huizen, met een fantastisch uitzicht en met beneden een steiger met visboten en een groot zwembad. Bij Maycek in het huis aan de kruising huren we een scooter. ’s Nachts waait het 36 knopen. Eén boot gaat krabben, er blijkt een T-shirt om het anker te zitten. T-shirt weg en opnieuw ankeren op dezelfde plek voor de bar.


Een visser met zijn zoon komt langszij en verkoopt ons een zojuist gevangen grouper en een zak garnalen. Het garnalen seizoen is gesloten, maar kleine vissertjes gaan gewoon door. We krijgen de prijs naar beneden tot 700 lempiras, 20 dollar. Duur, maar goedkoper dan 2 hamburgers met Weizenbier in de bar. De visser verkoopt tevens hash.


De weg bij het Tjechische dorp is een nieuwe betonweg, maar dan komt de verassing: een zandweg met dikke stenen. Onwennig hobbelen we op de kleine wielen over de stenen en bereiken dan de hoofdweg, die in de lengte van het eiland over de toppen van de heuvels loopt. Het valt ons tegen, welliswaar prachtige uitzichten naar beide kanten, maar veel resorts en villawijken. Een uitverkocht eiland zoals Aruba, maar armoediger zoals Panama. We gaan naar wat dorpjes, kopen wat langs de weg en vinden zelfs een nieuw paraplue ankertje ($40). Er zijn niet veel auto’s en de scooter heeft een krachtige motor, die heuvelop de 50 km/u haalt. De weg is zonder gaten en de bochten liggen goed. Aan het eind van onze rondrit halen we eten en bier in een supermarkt. Op de weg met stenen breekt slechte één ei. Morgen is het Pasen.


Een week geleden is een zeilboot van Roatan onderweg naar Colombia voor de kust van Niguragua overvallen door 4 vissersboten met ca 20 mannen. De zeilers sluiten zichzelf op in de cabine, waarna de mannen de spullen aan dek stelen of vernielen en de zeilen kapot snijden. Het oproepen van de kustwacht heeft geen resultaat. Ze wijken uit  naar Providencia en melden zich bij de Colombiase kustwacht. Onder de zeilers is dit voorval het gesprek van de dag en noonsite doet uitgebreid verslag. Gelukkig zijn wij dat gebied voorbij en is het gebleven bij een gestolen paraplue ankertje van 40 dollar.

He regent. Geen dag om te scooteren, een dag om een blog te posten.




zaterdag 13 april 2019

Guanaja



De laatste Colombiase pesos maken we op aan rum van mevrouw Bush. Ze maakt het zelf en exporteert het zelfs. Sterk spul, lekker met citroen en sap. Er is een meeting met de groep van 9 boten over de tocht naar de eilanden van Honduras. Er zijn daar toch 3 overvallen per jaar... Afspraken: bootsnamen niet noemen, radiokanalen niet noemen, posities doorgeven tov ons bekende waypoints, lage lichten voeren en bij elkaar blijven. De Armada zal in de buurt zijn, maar is niet te zien op de AIS. Als we om 06 uur vertrekken, kunnen we de volgende dag voor donker na  200 nM bij een rif ankeren.

Als we 10 nM op weg zijn komt het voorstel een snelle en een langzame groep te maken. Ik ben even bang, dat de snelle groep uit 8 boten bestaat en dat de langzame groep de Annalena is. Maar Rommy had al afgesproken met Sabrina en Tom van de Honey Ryder dat ze bij ons blijven. Later komt Quicksilver door motorproblemen laat vertrokken erbij. Met z’n drieen varen we vlak bij elkaar de maanloze nacht in. Wind 12 tot 14 knopen, half tot iets achterlijk. Koers 304 °. We horen de snelle groep communiceren over naderende boten, maar die passeren. We varen langs  een groot schip met felle witten lichten, we denken een vissersboot. Dan vraagt de Nicaraguaanse Marine, dat we ons identificeren. Pare la machina is het bevel, maar meneer: we zeilen... In het Spaans gaat alles moeizaam. 


Ze komen met een grote rib naar de Quicksilver, knallen er 4 keer tegenaan en 2 militairen met automatische geweren springen aan boord. Nou gaat dat bij een vrachtboot of een vissersschip gemakkelijker dan bij een klein jachtje, dat 3 meter op en neer gaat en heftig schommelt. Ze beschadigen de romp, varen de zwemtrap eraf en breken 2 scepterpalen. Met hun zware schoenen beschadigen ze het dek. Verder zijn ze beleefd. Paspoorten, bootpapieren en zarpe. Bij het terug overstappen valt een militair bijna tussen de boten. De Honey Ryder en wij hebben het bevel gekregen terug te varen en de zeilen te strijken. Ze zullen ook bij ons aan boord komen. We hangen fenders uit om de schade te beperken. Maar de rib wordt weer aan boord gehesen. Ze bedanken de Quicksilver voor het geduld en de Armada vaart weg. Kennelijk hebben ze ingezien, dat het enteren van een zeiljachtje in de donkere nacht niet voor herhaling vatbaar is. In driehoeksformatie varen we onder voorzeil verder.

Quicksilver slaat een paar waypoints, die erg aan de voorzichtige kant zijn over. Wij zaten nog op de geplande route en zo raken we elkaar wat kwijt. Later varen we weer op 1 lijn ongeveer 4 nM van elkaar. We ankeren om 17 uur bij de ander boten bij de Banco Vivorillo, riffen en eilandjes 40 nM van de kust van Honduras. Quicksilver heeft een schroefblad verloren en komt in donker aan. Door het Armada gedoe hebben we beiden heel weinig nachtrust gehad, we nemen een sundowner (ti-punch), eten spaghetti (a la Pavarotti) en vallen in slaap (que un bloque).


Er komt de volgende dagen wind van meer dan 30 knopen (Beaufort 8), daarom blijven we een paar dagen achter Vivorillo. Er zijn 3 eilandjes met veel vogels en snorkelend zie je interessante vissen. Het grootste eiland Grand Cayos Vivorillo met ruines van een lighthouse met steigers is no go area. Daar liggen af en toe drugsboten en die laten soms spullen op het eiland. Het is niet goed als ze denken, dat jij ergens aan zit. Op onze party’s zou het de vreugde verhogen, maar later....

Het vastmaken van een kabel van de startmotor, het vinden en verwijderen van de verstoppende zeewier in de wc-pomp en het vervangen van een 12V stopcontact duurt tot in de middag. We lezen nog wat en hebben om 17 uur een meeting, waar de genoemde storm en het advies van Chris Parker aan de orde komen. Natuurlijk is de ontmoeting met de Naguraguase Marine gespreksonderwerp. Er zijn zoveel lekkere hapjes, dat we daarna niet meer eten.


De volgende ochtend ligt er een boot van de Hondurese marine ten westen van ons geankerd. Het lijkt zo avontuurlijk, maar we worden begeleid van de wieg tot het graf. Er komt ook een vliegtuigje laag over, eerst over de zeilboten dan over het marine schip. In de vorige nacht kwam ook 2 keer een vliegtuig over, zonder lichten. Het lijkt of ze de zee onder controle hebben, toch is de cocaïne in New York gemakkelijk verkrijgbaar en niet in prijs gestegen. Een grijze boobey zit de hele dag onze dinghy. 

De tocht door de nacht is stevig, de hoge golven komen van achteren en we sturen om de beurt. Als de meter 7,8 knopen ware snelheid aanwijst halen we wat zeil weg. Steeds zien we de heklichten 2 andere boten en in de ochtend zijn we weliswaar de laatste maar hebben alle boten weer in zicht (we have a visual). De vissershaven van Guanaja is aan te varen door een opening in het rif. Het lijkt of er vlak achter nog een rif is, maar Rommy gaat naar de voorpunt en ziet dat het zeewier is. We ankeren en laten ons oppikken door een motorsloep. 


Hier zijn 2 dingen anders, dan we na 100 keer in en uitklaren gewend zijn: we moeten op de telefoon fotos maken van de boot in de haven en we moeten bewijs van gele koorts vaccinatie tonen. De fotos maken we vanuit de sloep, maar het vaccinatieboekje zijn we kwijt geraakt. Aan land is Mr Red onze gids, hij heeft geen voortanden, draagt een haveloos tee-shirt en plastic slippers en kent iedereen en weet alles. Eerst gaan we voor geld (Lempira, genoemd naar de verzetsheld tegen de Spanjaarden) en een simkaart. De Capitania haalt de foto met bluetooth op en Immigration zegt dat boven de 60 jaar geen gele koorts vaccinatie nodig is. Alles gaat dus goed, het wachten en heen en weer lopen duurt van 08 uur tot 16 uur (locale tijd, 2 uur vroeger, nieuwe tijdzone).

28 Lempira is ongeveer een Euro, een flesje Salva Vida bier kost 35 lempiras. Je kunt hier rondkomen.


Van de 8000 inwoners wonen er 6000 op een klein eilandje voor de kust. Een stadje met steegjes en kanalen. Tientallen garnalenboten liggen aan de kant, het shrimp-seizoen is voorbij. Op het grote eiland heb je veel last van muggen, zandvlooien en vliegen, op dit eilandje is een frisse zeewind. Op het grote eiland wonen vooral dieven en moordenaars, zeggen ze hier. We gaan van de vissershaven naar een mooie ankerbaai 1,5 nMijl naar het Noorden. Het is lastig varen, want de kaarten Gmap en Navionics spreken elkaar tegen. Een oud boek van van Nigel Calder neemt nog een andere route. Maar we komen er.

Als we de volgende dag door het stadje lopen is in alle bars Barcelona-ManUnited op de tv. Tegelijkertijd is Ajax-Juve, maar we begrijpen dat Messi de voorkeur heeft. Al is er van de Jong eigenlijk meer te genieten. We strijken neer in een bar en kijken met een biertje naar winnend Barcelona. De Duitser aan de andere kant van de bar roept dat Ajax 1-1 staat, ik steek vragend 2 vingers omhoog, het barmeisje brengt ons 2 nieuwe biertjes. De Duitser woont hier al 30 jaar, de Amerikaan naast ons aan de bar 20 jaar. Het probleem van de West Cariben is, dat je er nooit meer wegkomt, zegt hij.


Met 2 biertjes teveel op, verkennen we het stadje, maken praatjes en foto’s. Het is prachtig. Twee politie-surveillanten lopen met een megafoon en roepen iets onverstaanbaars om. We vragen wat ze doen. Er is vergiftige zelfgestookte rum in omloop, daarvoor waarschuwen ze de mensen. Als ze voor een foto poseren, wil de ene agent de megafoon wegleggen. Nee, dat is nu juist het verhaal. 


Terug op Chico's steiger bij de ankerplaats is er Julia, die eigengebakken brood verkoopt. We kopen een volkorenbrood. Julia is verpleegster en doet de was en het brood voor de zeilers. Achter de steiger is een pizzeria, dat wil zeggen een oven van een half olievat en houten banken op de steiger. Ze hebben Weizen bier. Want de eigenaar Hans is een (meestal) dronken Duitser. Hij verloor in 1998 zijn boerderij met alles in de hurricane Mitch, de zwaarste hurricane ooit. Van gekregen spullen heeft hij nu een bar en pizzeria voor de geankerde zeilers. Hij werkte als technicus voor de duikschool in het enige hotel. Dat hotel staat op een rots. Uit de verte lijkt het een passagiersschip. Het is Amerikaans en erg duur. Ze noemen het Alcatraz, want zonder boot kom je er nooit weg.


De Duitser neemt trouwens om 6 uur ’s morgens zijn eerst Salva Vida, de Amerikanen zullen hem wel niet meer inhuren. In het stadje zien we meer oude blanke mannen en vrouwen, die zijn blijven hangen. En we zien geen toeristen, behalve de zeilers dan. Zelf vinden we ons geen toeristen, maar we zijn het natuurlijk wel.

In de bar van Hans, ze noemen hem hier Chico, hangt een groepje gestrande oude zeilers. Ze drinken vanaf de middag. Ik zit er een uurtje bij en hoor de verhalen over het eiland. Steeds komt Mitch ter sprake, zoals in Zeeland steeds de watersnood weer boven komt. 


Jeff heeft zo’n Stow-Away zeil op zijn Bavaria, dat is een zeil dat je in de mast oprolt. Handig, maar ze blijven vaak steken, zeker bij een buigende mast als op de Bavaria. Jeff was naar boven geklommen omdat het zeil klemde en is uit de mast gevallen. Verbrijzelde onderste wervel. Hij ligt nu in een ziekenhuis in Honduras, krijgt een brace en moet dan een maand blijven liggen. De Bavaria ligt hier bij ons op Guanaja, we brengen de boot maandag naar het volgende eiland Roatan. Dat is maar 40nM, gemakkelijk te moteren. Jeff wil daar weer aan boord en later naar de Rio Dulce. Niemand vindt dat verstandig, maar we gaan er niet over.

De val en het gedoe met dokters en ambulanceboot hebben we niet meegemaakt, we waren nog in Providencia. Het is allemaal goed gegaan. Het is steeds weer verbazend hoe de onderlinge hulp functioneert. Een reis als deze doe je niet alleen.


Met 4 anderen lopen we de hele oost-kust van het eiland en nemen een watertaxi terug. Mr Tiger, de vreselijk aardige man die de bar/pizzeria runt, laat ons eerst de hangende tuin zien met tomaten en kruiden. Ze maken zelf houtskool en gebruiken de as als mest. Ze maken ook koolzuur en er staat een grote container, waar Hans bier gaat brouwen. Ze zijn aardig bezig.


Met z’n allen gaan we de volgende dag via het kanaal door de mangroven naar de andere kant van het eiland. Naar het strand waar Columbus landde en waar de laatste dag van het Carnaval wordt gevierd. We varen langs het strand waar ze met Pasen een feest houden en leggen aan bij een bar op palen. We lopen naar een waterval, een half uur lopen door de jungle en een uur klimmen over grote stenen. Bij een punt met een met bomen begroeide rots eten we meegebrachte rijst met kip. Het snorkelen rond de rots is magnifiek, de kleuren van de koralen zijn ongelooflijk. Het mooiste wat iedereen in de Carib heeft gezien. Dit is het mooiste eiland van de Carib: geen wegen, geen auto’s, nauwelijks toeristen, goede reggae, dun bevolkt, vriendelijke bewoners en een indrukwekkende natuur.


Vanavond is er een muzikant in Chico’s bar. Morgen gaan we aan de westkant van het eiland liggen. Een dag snorkelen en relaxen en dan naar Roatan, het grootste van de 3 Bay Eilanden.