maandag 4 februari 2019

San Blas


De nachtelijke oversteek naar Panama gaat prima. Aanvankelijk wind tegen, maar geleidelijk draait de wind naar het noorden. Dan tussen de 5 en 6 knopen met golven van 2 meter. Schloss Ort, de Oostenrijkse boot meldt een gebroken voorstag. De mast kan gelukkig met de spinakkerval overeind worden gehouden. Drie boot blijven met ze meevaren als ze onder motor de tocht hervatten.

Tupbak                                                                                                                                                                
We ankeren achter Pinos eiland of met de Guna naam: Tupbak. Het eiland ziet er uit als een walvis, Tupbak betekent walvis. Francis Drake ankerde hier al in 1571, want het is een ruime en gemakkelijk aan te lopen ankerplaats. Mannen in een boomstambootje komen $10 ophalen. We mogen ook het eiland op, zeggen ze. Als we de volgende dag aan land gaan willen ze daar $2 voor de dinghy en $2 voor het lopen over het eiland. We betalen niet, ze zien maar. Later geven ze geen geld terug als we 2 blikjes bier kopen. 


Ze leven dichtbij de natuur, maar langs de voetpaden is het bezaaid met plastic afval. Een man neemt ons mee in zijn hut, het is binnen kaal en met hangmatten. We kopen een zak bananen. Zijn vrouw vraagt om een zonnebril, maar we hebben geen extra bril bij ons. Ze zijn klein (alleen de pygmeeën zijn kleiner) en ze mogen niet trouwen met een buitenstaander. Op een bord bij de steiger van het dorp staat wat je allemaal niet mag. Je mag bijvoorbeeld geen vieze woorden zeggen of iets slechts zeggen over de gemeenschap. Wat ik ook niet doe.


Midden in het dorp is een grote hut (de congreso), daar vergaderen ze met het hele dorp, de 3 dorpshoofden in hangmatten in het midden. De dorpshoofden delen ook straffen uit. Een man had zijn vrouw geslagen, hij moest 10 bakken met koraalsteen uit de zee halen om het eiland mee op te hogen. Toen hij zei, dat z’n vrouw het had uitgelokt moest zij ook 10 bakken koraal uit de zee halen. Bij ons heet dat blaming the victim.


In 1925 was er een opstand, Panamese politieagenten en mensen van gemengd ras werden gedood. Het staat bekend als de Holocausto de Las Razas. Het vlag van de rebellen was met een swastika. Geen kwaad woord over de Guna’s.

Ustupu

Ustupu is het grootste dorp van de San Blas. We landen op de steiger van de Panamese Armada. Tino de General Secretary of the Congreso (een imposante naam voor een klein mannetje in een voetbalshirt) leidt ons rond, hij spreekt Engels. Zonder hem hadden we nooit het binnenplaatsje gevonden waar ze locale sim-kaarten verkopen. Midden in het dorp staat een standbeeld van de rebellenleider Nele Kantule. Een man aan een tafeltje verzamelt geld voor de feestelijkheden tgv de 95e herdenking van de opstand. We geven allemaal 2 dollar (we zijn: de Noren en Amerikanen in de catamarans en de Annalena). We kijken rond in het atelier van een schilder, mooi naief kleurrrijk werk. De onderwijzer van de school loopt een stukje mee en vertelt over het onderwijs: van kindergarten tot academisch.

Tim (Trump made me rich) koopt een zak candy’s en deelt die uit aan de kinderen, zoals een rijke Amerikaan dat alleen kan. Het nieuws dat een dikke man in een blauw shirt snoep uitdeelt gaat door de kinderen van het dorp en van overal duiken ze op. De zak is snel leeg. Op een bordje staat: ijs, sap, meloen, annanas, etc. De onderwijzer komt naar buiten, hij is ook nog restauranthouder. Om sap te maken moet hij eerst benzine kopen voor de generator, dat duurt allemaal lang, maar de sap is heerlijk. Met de stroom gaat ook de tv aan en we zien beelden van het bezoek van de Paus in Panama.


Zoals altijd zijn we de 2e dag minder overweldigd door de indrukken. We maken een lange wandeling door het dorp. Tussen de bamboehutten staan stenen huizen van 2 verdiepingen. De mensen groeten verlegen, alleen de kinderen zeggen stralend hola. Er zijn kleine winkeltjes en overal hangen bordjes, dat men iets verkoopt: brood, sap, vruchten, vis. De man in een winkeltje spreekt goed engels, hij heeft in de USA gewoond, hij heet Nicky en was kapper bij het leger.....hij knipt mijn haar op de binnenplaats van zijn huis, terwijl Rommy met zijn vrouw in de hangmat praat. ‘s Avonds brengen we de rest van de groep (er zijn 4 boten bijgekomen) naar zijn zaak voor de clandizie. Als we met de kapper staan te praten verzamelen zich veel vrouwen en kinderen om dat te zien. De lange blanke bootmensen zijn bezienswaardig. We voelen ons wel wat opgelaten met alle bekijks. Op het plein zien we het strijken van de vlaggen Panama en San Blas (met swastika) en het marcheren van de jongens van de militie. Het marcheren lijkt nergens op.


Mamitupu

Er staat een stevige tegenwind, dus we gaan maar één eiland verder. Mamitupu: hutten met smalle steegjes. Twee winkeltjes, een congreso waar elke avond wordt vergaderd. De helft van het eilandje is onbebouwd, daar huizen boze geesten. Hoewel er aan de punt, bij de 2 watertorens wel een soort badhuis is en 1 woonhut met tuin. Een man in een boomstam kano verkoopt ons een zo juist geplukte ananas (pinas), dulce zegt hij. 

We roeien naar het strand bij het badhuis, lopen door het onbebouwde gedeelte naar het dorp. Vier vrouwen tronen ons ergens naar binnen en laten molas zien. Molas dekens, molaspetjes en veel molasjurkjes. Sommige zijn erg mooi, maar die kosten $ 40. Een onderwerp voor de congresso: goedkopere molas. Maar het zal hier zijn als overal: de Amerikanen betalen elke prijs, dus waarom niet? We kunnen hier weer lekker in het water springen, bij Ustupu was het te smerig. Morgen slaan we wat eilanden over, want op deze manier doen we 2 jaar over de San Blas. Geen straf, maar we moeten toch ooit eens naar dat flatje in IJsselmonde. 


De simkaart trekt geen internet. Hoe verder we naar het Noorden trekken hoe beschaafder het wordt. Binnen een week verwachten we een internet-café.


Tegen de avond zien we een grote krokodil voorbij zwemmen. Tegen de stroom in, het is geen boomstam. Morgen weer zwemmen?


De ananas is wit van binnen, knapperig als een appel en lekker zoet.

Mono Island

Het is te bewolkt om San Ignacio de Tupile aan te lopen. Het is er bezaaid met riffen en die moet je kunnen zien. In de baai bij Mono Eiland treffen we 6 andere boten van de rally. Rondom regenwoud en verderop de bergen. Men is in de weer met kano’s en paddle boards. Wij lezen Hermans en Kellendonk.


Isla Tigre

We laten het onbewoonde eiland Aridup met zijn palmenstrand rechts liggen. Er ankeren al 3 boten en de 3 van onze groep, die alles samen doen gaan er ook heen. Ze hebben uren over de radio overleg gepleegd en zijn 4 keer van plan veranderd. Wij maken ons eigen plan, zoals de meeste boten van de rally. Volgens de gids is Isla Tigre well organized. Waarschijnlijk hoeven we niet lang te wachten op het bootje, dat de $15 ankergeld komt ophalen. We eten straks de skipjack, die we onderweg hebben gevangen. Morgen gaan we het eilandje op.


Volgende dag is het zondag, er is nog niemand geweest voor het ankergeld. We peddelen naar de kant en lopen het dorp op en neer. Tropisch Staphorst andermaal: klederdracht, achterlijke godsdienst, inteelt en verdienen aan toeristen. Alleen in Staphorst lopen honderden toeristen, hier zijn wij de enige twee. We doneren weer $5 voor het revolutiefeest op 5 februari. Er zijn 3 kerkdiensten gaande, verder is het stil. Het lekkere Guna-brood is uitverkocht. 


Terug aan boord brengt een man in een kano een klein vlaggetje van San Blas, het is het bewijs dat we het ankergeld hebben betaald. Het vlaggetje kost $10 en heeft geen swastika, maar 2 gekruisde hamers. Even later varen 2 boten met touristen voorbij. Nederlanders. In welke uithoek van de wereld je ook bent, Nederlanders zijn onvermijdelijk.

Yandup en Akuanusatupu
Twee dorpen verbonden door een hoge brug. Hier hebben ze het traditionele Guna leven losgelaten. Geen klederdracht, geen chiefs, wel televisie en rum. Er is een politiebureau, een bank, een supermarkt en een gevangenis. We komen weer in de beschaving.


Overal zijn de jongeren aan het sporten, we zien slecht damesvolleybal, redelijk baketball en een groep jongens op weg naar het voetbalveld. Ze zijn erg goed zeggen ze. Als we met wat zeilvrienden eten is er Superball op de tv, de Rams winnen. Een Amerikaans stel ziet hier voor de 12e keer de Superball. Veel geschreeuw en reclame trouwens.


Er is hier een goede telefoonverbinding, dus deze blog gaat verzonden worden. We hebben groente en fruit en Apollo is met zijn waterboot langszij gekomen om onze tank met emmers rivierwater te vullen. Er komt wat harde wind aan, we blijven hier nog een paar dagen.







vrijdag 25 januari 2019

Isla Fuerte


We sjouwen het eiland helemaal rond en kopen lokaal handwerk, armbandjes voor de meisjes en een stenen bootje met een visser. Met de anderen liggen we later in het zwembad van het hotel en overleggen over de verdere tocht. Het is zo’n zwembad met een bar, in het water bestel je een lemonade de coco con ron, in het water drink je die op, op een barkruk in het water. Morgen is er weer overleg.

Dan is het windstil en bloedheet (32°C). We leren Spaans en lezen. De verhalen van Kellendonk en Mendelsohn op het dak van Kiri Weil. Vergelijkbaar met De Welwillenden en Hhhh, maar met een andere toon. Qua levensbeschouwing ben ik een beetje afgedwaald van Spinoza. David Hume las ik in de Penguin uitgave: How to read Hume. En Julien Offray de Lamettrie: Het geluk. Als je dat niet kent: lezen! Staat alles in, hoef je niks anders meer te lezen, je begrijpt daarna alles.  Als dat je aantrekkelijk lijkt.   





We hadden een paar dagen in Cartegena gewacht op de nieuwe buitenboord motor van Michael (wij zouden de oude overnemen). Toen we als enige in de baai overbleven zijn we vertrokken nadat we de klus hadden overgedragen aan een boot die nog in de marina lag met een reparatie. Waarschijnlijk daarom heeft Michael de oude motor zonder iets te zeggen aan een ander verkocht. We zijn verbaasd en boos.



Er is een verschil tussen de Europeanen en de Amerikanen. In het algemeen gesproken. De Yankees zijn van: How are you, Very nice to see you, maar niet zo betrouwbaar. Wij (Engelsen, Fransen, Noren, Duitsers en ook Canadezen) zijn directer en drijven vaker de spot met iemand, maar wel betrouwbaar. Jeff was gister jarig, Rommy vroeg belangstellend hoe oud hij was geworden. Hetgeen volgens de Amerikanen typisch Europese botte directheid was. Toen ik zei: you look much older, konden ze dat evenmin waarderen. Jeff wel, hij is Engels met veel gevoel voor humor. Het is allemaal maar cultuur. Maar het kunstje met de motor zit ons niet lekker. 





We zijn geankerd aan de zuidkant van Tintipan. De kust is volledig privéterrein, we kunnen er nergens aan land. Wel is er aan de oostkant een eilandje Islote Santa Cruz. Het dichtsbevolkte eiland van de wereld: 540 inwoners in 97 huizen. Zo groot als een voetbalveld. De huizen staan tot aan de waterkant.  Een paar winkeltjes, twee panerias, een schooltje, een christelijke kerk, een aquarium met een grote haai, een visser zonder armen en de kooi voor hanengevechten. Een groot dak met zonnepanelen is geschonken door Spanje. Het is druk in de kleine steegjes en iedereen is erg vriendelijk. De kleine kinderen spelen met eigengemaakte bootjes in de plassen, de grotere voetballen in de straat voor de school, een groep vrouwen is aan het kaarten en overal zit men voor de huizen niks te doen. Straks gaat een sirene en gaan ze allemaal weer aan het werk, grapt één van de Engelsen.  





Er komen een paar dagen met weinig wind. We zakken met hulp van de motor 33 nmijl af naar het Colombiaanse eiland Isla Fuerte. We komen daarmee nog dieper in de hoek bij de grens tussen Panama en Colombia. Een windstille hoek. Voorlopig is het goed dat er weinig wind is, Fuerte is een rond eiland met veel swell. Als we als tweede ankeren liggen er 8 schepen van onze rally, dat wordt een gezellige get together op het strand. We kennen inmiddels iedereen goed en het klikt wonderwel. Die eikel, die zijn bb-motor aan een ander verkocht is vertrokken naar de San Blas. Die motor doet het trouwens niet meer. We missen alleen onze Franse vrienden Michelle en Bruno, die zijn wie weet waar. 




Iedereen vangt vis en wij niet. Maar vandaag is het anders: Rommy vangt een prachtige Dorade, foto is bijgaand afgebeeld. Was ook nodig, want de rookworst uit Aruba begint op te raken.





Isla Fuerte is een verrassing. Het is bedrijvig, 2500 bewoners, landbouw, ezels vervoeren de zware dingen, een 600 jaar oude boom, een wandelende boom (luchtwortels) van 400 jaar oud, varkens, koeien en kippen. Het hostel/surfschool is van een Colombiase vrouw, die in Nederland was geadopteerd. Ze woont zomers in Amsterdam en ’s winters hier. We wandelen een uur tussen de plantages (bananen, mais, kokos, aardappelen). De bevolking is heel aardig, geven je dingen maar willen ook wel wat verdienen. Het onder een afdak parkeren van de dinghy kost 10.000 pesos, een cerveza 4000 en een red snapper met rijst 30.000. (10.000 pesos is € 2,50).





Morgen is de laatste dag in Colombia. In de middag beginnen we aan de oversteek naar Panama. We zouden moeten inklaren in een haven net voorbij de grens, maar die haven is onbeschut en onveilig. Waarschijnlijk duiken we eerst de San Blas eilanden in en doen de inklaring later. Morgen de laptop mee naar de wal om deze blog in een internetcafé te posten. En daarna kan het even duren met dit blog.  
  
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

vrijdag 18 januari 2019

Isla Rosario revisited


Toch nog een blog, er is hier een telefoonmast. We liggen bij Islas de Rosario, 3 uur varen vanaf Cartegena. We lichten als laatste het anker in de baai bij de Oude Stad, uitgezwaaid door 4 militairen in een zwarte rubberboot. De ochtend besteden we aan water en diesel tanken, bij de Jumbo halen we uien, wortelen, sap en aardappelen. 
We halen ons uitreisdocument (zarpe) bij de agent op de 15e verdieping van een kantoorgebouw. We mogen even op het balkon van de directrice om foto's te maken. 's Avonds eten we ceviche in de oude stad.
Bij Rosario ankeren we weer onder het toeziend oog van de Armada Nacional. De hele nacht flikkert het blauwe zwaailicht van de patrouilleboot door de baai.



Er komt verontrustende informatie uit de San Blas eilanden. Er is een boot onder bedreiging van pistolen beroofd bij de stad Linton. Ze stapten eerst aan boord van een boot en eisten de cocaine en het geld, kennelijk een misverstand. Ze schrokken van de grote zwarte hond aan boord en gingen weg. Een andere boot werd vervolgens beroofd van geld, telefoons en laptops. De zeilers werden geslagen. De politie kent de bende, maar doet niks. We gaan daar dus niet heen.

Sabrina en Tom met de Honey Ryder (uit welke film komt die naam?) hebben SSB contact met de 1e groep en zijn aangesloten op cruisers-netten. We besluiten de rest van de reis in de buurt van de Honey Ryder te blijven. 


Eerst nog een paar eilanden voor de kust van Colombia en daarna een oversteek van 100 mijl naar de San Blas eilanden. Een paar weken gaat iedereen zijn eigen weg in de San Blas en we verzamelen weer bij de ingang van het Panama-kanaal. Tijd voor excursies, bv met de trein naar Panama City.

Als we een lokale simkaart kunnen kopen, zullen we weer een blog versturen. Het is niet te zeggen wanneer. Of misschien een korte golf blog zonder foto’s.


Ander bericht uit San Blas: één van de boten heeft de dinghy niet goed vastgebonden. De dinghy met een 15 pk motor is weggedreven. Ze vragen ons naar er naar uit te kijken. Gisteren werd hij terugbezorgd door de plaatselijke bevolking. Er zijn daar eerlijke en oneerlijke mensen, net als overal.

donderdag 17 januari 2019

Cartegena


De ankerplaats is van de Armada Nacional, normaal verboden gebied maar de rally mag er liggen. Aan de ene kant de oude ommuurde stad, aan de andere kant de terreinen van de Armada. Elk uur komt van daar een bootje om onze veiligheid te waarborgen. 


De eerste avond is er een welkomsparty van de Club de Pesca, onbeperkt gin tonic met kaas, varkensvlees, maiskoek en plantaan. Ik praat met de commandant van de Armada. Hij verteld over hoe lastig het is om deze grote baai in de gaten te houden. Hij is zeer gedreven om er voor te zorgen dat ons niets overkomt. Hij wil, dat we later anderen vertellen hoe mooi en veilig Cartegena is. Bij deze. We treffen hier veel mensen met dezelfde gedrevenheid. Escobar is dood, de positieve en grondwettelijke krachten hebben het overgenomen.
Ik lees Killing Pablo, dat vertelt ongeveer hetzelfde verhaal als de serie Narcos. Het is ongelooflijk hoe dit land is herrezen. Je voelt nog steeds de energie en opluchting.



Het is hier duurder dan in Santa Marta, maar voor € 10 kun je nog steeds uitgebreid eten en drinken. Goedkoper dan zelf te koken, dus lunchen en dineren alle dagen, todos dias. Om de hoek bij de Club de Pesca is een landje met foodtrucks, daar belanden we als we de brug naar de oude stad niet over willen. 

In de nacht om 2 uur is er een klap en geschreeuw. De patrouilleboot van de Armada is op de Tao Pao geknald. Ze proberen nog snel weg te varen, maar de fotocamera’s flitsen over het water. Ze zijn nu bezig met Bill, de schipper, financieel iets te regelen. Als de commandant er van hoort zwaait er wat.


De oude stad is uniek, zoals Amsterdam of Venetië, maar minder overstelpt met toeristen. We verkennen de stad 4 uur met een gids en slenteren daarna elke dag door de straatjes. Het Museum voor Moderne Kunst herbergt een kleine maar prachtige collectie van Colombiaanse schilders. Geen Botero, gelukkig niet. De souvenirs komen niet uit China en er zijn mooie beeldjes en molas (geborduurde doeken). We kopen een aantal maskers en een paarse panamahoed.

Iemand van de groep wil een motor huren. Kan ik iemand achterop meenemen? Een man of een vrouw? Een man. Nee, dat is wettelijk verboden....... Een overblijfsel uit de strijd tegen Escobar, die veel aanslagen op politiemensen en rechters liet plegen van achter op een motor.

We bereiden ons langzamerhand voor op de oversteek naar de San Blas eilanden. De 340 eilanden horen bij Panama, maar hebben een eigen bestuur en eigen regels. De Guna indianen zijn er een gesloten gemeenschap, cocosnoten zijn er nog een betaalmiddel (raap nooit een cocosnoot op), geen toerisme, maar ze laten zeilers toe als die niets vervuilen en niet bloot rondlopen. We zijn daar 4 weken en moeten water en voedsel meenemen. Vissen en duiken is verboden, maar je kan wel vis van ze kopen.  $ 10 voor een lobster.

Maar eerst nog een tijdje in Cartegena. Zondag naar de opera: Cosi fan tutti. Met dat vreselijke libretto, maar met goede Italiaanse zangers en het geweldige orkest van Medellin in de bak. Het operahuis is een 18e eeuwse bonbondoos, we zaten vooraan in een loge. Het was een heerlijke avond. Na afloop met ons zessen gegeten (2x Canada, 2x Frankrijk en 2x Nederland), Arroz Caribe uit een ananas en Red Snapper met bruine rijst.
Dan een dag met boodschappen in het spaans: zeekaarten van San Blas kopieren, spoeltje voor de naaimachine, brushes voor de jamsessies, sunbrella voor boothoezen, gerepareerde klok ophalen en dan naar een verhaal van Lee Miles over Colombiaanse  emeralds in zijn winkel Mister Emerald. Lee handelt hier al 30 jaar in emeralds en kan er uren over vertellen. Ik moest er toch heen want het waren zijn San Blas kaarten die ik kopieerde.



Door het heen en weer geloop leren we de stad goed kennen. We ontdekken steeds nieuwe straatjes en pleintjes, maar herkennen daarna ook weer snel bekende punten. Het is echt nodig aan de schaduwkant van de straat te lopen en om het uur een lemonade natural, ijskoude verse citroenlimonade te drinken. Dan gaat het best. Als er een cruiseschip is zijn de hoedenverkopers lastig, maar vandaag was het rustig.
De ankerplaats: Aan de overkant bij de Armada (toch een mooier woord dan Marine) liggen 14 in beslag genomen boten, van 3 steekt alleen het topje van de mast boven water. Op de wal twee mini duikboten. Alles drugssmokkel. De rondvaartboten zijn gewend binnendoor over de lege ankerplaats te varen. Nu scheuren ze tussen ons door. Voor een Colombiaan hebben de gashendel van een outboard en de volumeknop van de geluidsinstallatie slechts 2 standen: uit of vol open. In het weekend wordt het pas om 3.30 uur stil.

We sluiten een deal met Michael: we kopen zijn 2 jaar oude buitenboordmotor en wachten hier tot donderdag of vrijdag op zijn nieuwe motor en nemen die dan mee naar Islas Rosario. Hij wil met zijn zoon duiken bij Isla Rosario. Wij vinden het niet erg om 2 dagen langer in Cartegena te blijven. 

De Ocean Cruisers Club werkt met Port Officers, die leden opvangen en dingen voor ze regelen. De Port Officer in St Lucia is gisteren vermoord. Ik zal Port Officer van Rotterdam worden, gevaarlijke baan. 
In de San Blas eilanden zal er geen telefoon of wifi zijn. Dus 4 weken geen blog.

Groeten uit Cartegena en tot over 4 weken.






dinsdag 8 januari 2019

Islas de Rosario


La brisa loca noemen ze het hier, de krankzinnige wind. De harde wind in december en januari, vannacht ging het tot 44 kts (windkracht 9). En dan liggen we nog achter de cocaine-witte torenflats.

We gaan met een gids in het oerwoud wandelen. Zwemmen bij een waterval, lunchen in een bamboehuis, rivieren oversteken, koffieplantage, cacaoplantage. We proeven 3 minuten oude chocolade, een klontje chocolade en een klontje palmsuiker. Heerlijk.



Met Kathy en Michael gaan we naar het sterfhuis van Simon Bolivar. Een groot park met de hacienda, een monument en een kunstgalerij. Er hangen knappe tekeningen: los aan een draad in de zaal, het papier schijnt door, aan de ene kant is een deel van de figuur scherp getekend en het andere deel is aan de andere kant scherp. We lunchen mexicaans, eten een ijsje (lugo en tamarindo) terwijl een groep jongens een heel vette breakdance laten zien. De boekhandel is al dicht, maandag gaan we een gemakkelijk spaans boek kopen. We eindigen de dag op het terras van de marina met het zingen van liedjes: Drifters, James Taylor, Denver, Dylan, Beatles en franse liedjes uit het songboek van Bruno en Christine. Sara speelt zonder moeite elke melodie op haar fluit. Ze speelde 20 jaar in een kamerorkest. Meezingen is dan gemakkelijk.



Er zijn een aantal gitaristen in de groep, het is verbazend hoeveel liedjes de Amerikanen kennen. The American Songbook. De Noren, Nederlanders, Yankees, Britten, Duitsers, Fransen en Oostenrijkers zingen samen: Countryroad, bring me back to West Virginia ...

Dan is het zondag, de Colombianen komen naar hun motorboot. Hele families arriveren, ondertussen schettert de muziek. Als ze vertrekken hanteren ze de scheepshoorn fanatiek. Wat heb je aan een boot, als die geen lawaai maakt. Ik ben buiten in de hete zon de stuurwielautomaat aan het repareren, de herrie maakt me gek. Ik roep af en toe: kan het wat zachter! Maar ik weet dat dat niet kan. Het is jouw probleem, zeggen ze steeds. Als het wiel is gemaakt, kan ik er weer beter tegen.


Maandagmiddag, in Nederland is het al oudejaarsavond, lopen we de stad in voor een ukelele en een trommel. Rommy koopt een ukelele, ik zoek verder in Cartegena naar een trommel. De boekhandel verkoopt ons 200 jaar eenzaamheid als een gemakkelijk boek. Valt tegen, toch maar met een kinderboek beginnen. Niet vergeten om 6 uur naar de meiden te bellen om gelukkig nieuwjaar te wensen. Weer een jaar met verre ouders en verre kinderen.
Er zijn 2 groepen in deze rally, de eerste grote groep ligt 3 weken op ons voor. De eerste groep is van diners en partijen in overhemden en jurken. Wij zijn van de potluck en T-shirts. Het grote geld zit in de eerste groep, hoewel wij ook 3 grote catamarans in de groep hebben (Tim: Trump made me rich). Op oudejaarsavond dus BBQ met potluck side dishes. 


Techniek: Twee dagen voor het vertrek uit Santa Marta is de nieuwe impellar voor de waterpomp binnen. Het gat in de pully is gelast, een krakend lager is vervangen. In Ridderkerk kocht ik 2 nieuwe waterseals. Ik kan de pomp weer in elkaar monteren.... de seals passen niet, ze zijn 1 mm te groot. De laatste dag laat ik me met een taxi naar de hoek van Carrera 11 en Calle 11 brengen. Daar zijn honderd zaakjes in motoronderdelen. Na 3 keer doorverwijzen beland ik bij MotorPower, een grote zaak. Op straat voor de winkel repareren ze motoren. Ze hebben de seals, merk Honda. Ik wil er 2, quanto e? 4000 pesos. Me da tres. Ongelooflijk goedkoop is hier alles. Mijn spaans kan beter.


Met een goed lopende motor vertrekken we naar een eiland bij Cartegena, met ankeren halverwege voor een korte nacht slaap. Het eerste deel is spannend, we meten tot 44 knopen (9 bft), 2 riffen en een half voorzeil, 5 meter hoge golven, flink sturen als je de golf afdendert. Het tweede is deel is heet en saai, we motoren, slappe wind recht van achteren. De waterpomp doet het goed.


We ankeren bij Isla Rosario. Een tiental boten van de eerste groep ligt er nog, dus het is een volle baai. Midden tussen de zeilboten ligt een marineschip die ‘s nachts met zijn schijnwerpers alles in de gaten houdt. Een kleine boot met blauw zwaailicht vaart ook nog rond in de nacht. Reden is, dat drugssmokkelaars pakjes onder de zeilboten aanbrengen en die er  dan in Panama weer afhalen. Wordt je gepakt, dan ben je je boot kwijt en kunnen jullie ons in een Panamese gevangenis bezoeken. Wel leuk om elkaar weer eens te zien, maar beter toch van niet.

We moeten even wennen aan de nieuwe groep. Ze zijn nogal groeps. Diners, watergymnastiek, met 20 dinghys aan elkaar het eiland rond, peddel wedstrijdjes. Bij het ankeren kwamen ze aanwijzingen geven. Ben ik allergisch voor.  Ze bedoelen het goed, ze zijn alleen anders.


We hebben een meeting met de organisatoren, Suzie en David. Veel nuttige informatie over de rest van deze reis. We schrikken van de prijzen van de marina’s en de uitstapjes. $ 150 om je boot te wassen, $ 110 voor een hotelovernachting, $ 450 voor een trip, $ 190 voor een visum. Alsof we ooit onze boot laten wassen. Zij dus wel.


Er rijst langzaam maar zeker het plan om het volgende hurricane seizoen in Guatemala door te brengen. In de Rio Dolce zijn goedkope marina’s, we kunnen reisjes maken en aan ons Spaans werken. En zolang de hurricanes uit de buurt blijven kunnen we naar de eilanden voor de kust. We denken er nog over na en praten met de mensen die het al gedaan hebben.


We lopen over het eilandje, kleine zandpaadjes, langs de zee hotels en beaches met stampmuziek. Het dorpje bestaat uit hutjes van sloophout. Men verkoopt handwerk en vruchten aan de toeristen. Die mensen zijn erg arm.

Dan komt de dag dat we terugvaren naar Cartegena. 3 uur op de motor met 13 boten, de Armada National vaart met ons mee. Port Control vraagt me mijn naam te spellen: golf-echo-romeo-alpha-romeo-delta   hotel-oscar-echo-november-delta-echo-romeo-victor-alpha-november-golf- echo-romeo. De man gelooft het wel en wij krijgen nummer 0020. In een lange rij varen we de 5 mijl door de baai, langs een skyline met hoogbouw richting oude stad. Daar ankeren we onder toeziend oog van een andere Armada boot bij de Club de Pesca, de oudste jachtclub van Colombia. 








woensdag 26 december 2018

Eerste week Colombia.


Kathy en Rommy gaan met alle papieren naar de authoriteiten voor de groepsuitklaring. Het verloopt typisch Caribisch: niemand weet ergens van, er zijn geen mensen beschikbaar en de man met wie alles is afgesproken is niet te bereiken. Door Rommy’s vasthoudendheid is het een paar uur later gelukt.


Ondertussen ruim ik de boot op en laat de motor even draaien.....met een hol geluid.....zonder waterkoeling..... Ik maak de waterpomp los om de impeller te controleren, maar merk dat de pomp muurvast zit. Als ik over de radio meld, dat de Annalena moet afhaken zijn Jeff en Steve binnen 30 seconden aan boord en beginnen mee te sleutelen. Jeff was machinist bij de Britse marine (en getorpedeerd bij de Falklands). De pomp heeft weer een lekke waterkering en de lagers zitten na 2 weken stilstand vastgeroest. Een klassieke behandeling met WD40 maakt de boel weer gangbaar. We gaan mee met de oversteek naar Colombia.
De voorspelling is 22 kts wind met vlagen van 32 kts. Een dag later waait het 5 knopen minder, we willen liever dán gaan, maar we zijn de enigen en alleen varen dicht langs Venezuela kan gevaarlijk zijn.

En dan waait het onderweg slechts 14 kts. Met een volle maan is het mooie overtocht. Na 140 nM ankeren we in de Cabo de Vela baai met 12 boten. De volgende dag blijven we met 6 boten liggen. De hele dag wordt er overlegd over de volgende 144 nM naar Santa Marta. Hoever om het booreiland, de hoek van de wind, de ondiepte voor St Marta, de hoogte van de golven bij de hoek, de katabalische winden van 40 knopen. Hoe meer er over gepraat wordt hoe meer we tegen de tocht gaan opzien.
Maar het zal maar 14 knopen waaien, bakstags en de beruchte golven bij St Marta zullen maar 2 meter hoog zijn. Dat zeggen de voorspellingen de volgende ochtend. De motor moet bij. De motor met de lekkende pomp. 
Halverwege gaat een rood lampje op het motorpaneel branden: geen koelwater! Impeller stuk? Ik roep de anderen op: we gaan op zeil verder en waarschuw de kustwacht maar (de kustwacht houdt ons constant on de gaten). Ik ga in de schommelende boot de pomp demonteren. Mijn hand komt tegen de pully. Die zit los, de bout is losgetrild. Bout vastmaken en de motor loopt weer. Alle paniek voor niks. Met 2 boten links en rechts van ons en 1 achter ons varen we in convooi naar St Martha. Volle maan, 4 lichtjes in de nacht. De zon gaat op vanachter de hoge bergen en om de hoek begroet de kustwacht elke boot.

En dan Santa Marta. Tussen de hoge bergen, appartementsgebouwen bij het strand, drukke binnenstad, parken, pleinen, veel muziek, heel veel toeterende auto’s. We staan nog wat onvast op de benen na 26 uur achter het roer. De tweede dag lopen meer op ons gemak door de drukke straten. Dit is Midden Amerika, het is overweldigend. De prijzen zijn in 10 duizenden pesos, het is even wennen. Een blikje bier kost 2000 pesos, dat is ongeveer 75 ct en het is lekker bier. We namen bij de lunch geen vis, want die was 30.000 en de andere dingen maar 20.000, we praten dus over € 5 tot € 8 voor een maaltijd. Een woordenboek kostte € 1. 
De marina is luxe en wordt bewaakt door mannen met pistolen. We hebben korting. Elke ochtend beginnen we met 2 uur Spaanse les (eerst geef ik om 7 uur een tai chi les). Ik bij de beginners, Rommy bij de gevorderden. Gezien mijn kennis van het Italiaans is dat niet terecht. De professora gaat er in een noodvaart doorheen en ze houdt het praktisch. Geen ingewikkelde verleden en toekomende tijden, enkel tt en vvt. En in de winkels en restaurants spreken we nu (hakkelend) Spaans.

Op kerstavond hadden een potluck BBQ met ingepakte kadootjes. We zaten in een kring rond de stapel kadootjes, als je aan de beurt bent mag je een kadootje van de stapel pakken of een kadootje afpakken van iemand anders. Een kado mag maar 2 keer gestolen worden. Iemand pakte een mooi voetbalshirt en die werd gestolen door iemand anders. Dat was mijn kans, ik stal het voor de 2e keer en hij was van mij. Leuk spel. Iets voor Rommy’s bridge dames.
Mijn nasi is een groot succes, ze vragen naar het recept.
De katabalisch winden zijn er elke nacht. Eén keer zagen we 41 knopen op de windmeter, dat is windkracht 9.
Het is een goede groep, niemand irriteert ons en dat wil wat zeggen. Interssante mensen: Kathy leidde een theater, Steve was politieagent in Londen, Bill was vliegtuigpiloot in China, Michiel bracht een verloederde school tot bloei, Ken bouwde uitbreidingen aan musea, Steiner ontwierp wapens, Tom is drummer en huisjesmelker, Leo is expert bij de rechtbank inzake autoonglukken. Happy Hour op het strand levert altijd boeiende gesprekken op.


De pully van de waterpomp was uitgesleten, er wordt een plaatje op gelast met een nieuw vierkant gat dat op de as van de pomp past. Na de kerst.

We kennen inmiddels de weg in de stad en genieten van de drukte en de kleine gesprekken in het Spaans. We zien een autobus in een een straat zonder verkeer, de chaufeur claxoneert, gewoon om lekker lawaai te maken. Een man koopt in een drukke winkelstraat een metershoge luidspreker, hij gaat aan de overkant van de straat staan en de winkelier zet de speaker vol open. Voorbijgangers knikken goedkeurend: dat is een goede speaker!


Nos gusta Colombia. Colombia bevalt ons. Nos gustan los Colombianos. De Colombianen bevallen ons.