maandag 9 juli 2018

Amsterdam, Rotterdam

Aangemoedigd door de positieve feedback van Greta en Maciek nu ook even een blog uit Capelle ad IJssel en Amsterdam.

We krijgen een foto van de Annalena in de krimpfolie. Tijdens onze afwezigheid worden de propaankessen gevuld en wordt er een nieuwe VHF radio ingevoerd uit de US. Wij hebben ondertussen Delfsblauwe klompjes gekocht voor de dames in het Powerboats kantoor. We kopen ze in het museum van Brielle waar we de tentoonstelling over de tachtigjarige oorlog bezoeken. We doen ook het Dordrechts museum.


De eerste dagen in Nederland zijn we overrompeld door de overvloed. De eerste haringen eten we in Amsterdam, maar die in Rotterdam zijn lekkerder. Nog een week van eetafspraken met familie en vrienden in Rotterdam en omstreken. Het is steeds een feest en het is alsof we niet zijn weggeweest.


De tweede orkaan Baryl passeert het Caribisch gebied ruim ten Noorden van Trinidad. Baryl zwakt af en Chris ontwikkeld zich bij Cape Hatteras. Vannacht zijn er 3 mensen doodgeschoten in Chaguaramas. Daar ligt onze boot dus. Blij, dat we in Amsterdam zitten....


Volgende week wonen we op de Lauriersgracht. Dan gaan we in Amsterdam rondlopen en tochtjes door Nederland maken.


Wees gerust, dit wordt geen toeristisch Nederland blog. We stoppen er mee tot ongeveer 1 september. Dan zijn we weer op Trinidad. We gaan dan nog wat schilderen en ons klaar maken voor de overtocht langs de kust van Venezuela naar de ABC eilanden.


Prettige zomervakantie.

Nagekomen goed bericht: we kunnen mee met de West Caribien Rally van de Ocean Cruisers. Dat betekent, dat we veiliger en met minder gedoe langs Colombia, Panama naar Belize gaan varen. Van november tot april. 

donderdag 21 juni 2018

Naar Nederland


Er zitten nu 6 lagen verf op de romp. Het onderwaterschip is klaar voor de behandeling in het najaar, de motor heeft zijn  olie, filters en anodes, binnen is alles schoon, de dinghy is opgeknapt en de airco staat op 24 graden. En het buiten-boordmotortje heeft een rode kap. In ons Trinidad-schrift met klussen is bijna alles doorgestreept.

We hebben elke dag vanaf 6 uur gewerkt en hoeven alleen nog maar de koffer te pakken voor de reis naar Nederland. Vrijdag om 5 uur met een taxi naar het vliegveld en zaterdag zijn we op Schiphol. Nu is het dinsdag, dus we zitten op schema. 



We lopen na het werk wat rond en praten met veel mensen. Het zijn hier allemaal echte zeilers, geen vakantiegangers. In de sportbar (bier en rum half geld) zien we Belgie goed spelen en de Manschaft tegenvallen. Morgen kijken hoe Iran het doet.


We gaan in de ochtend nog een keer naar Port of Spain, naar het museum bij het grote park, een prachtig victoriaans gebouw. De mevrouw van de kassa is er een half uur te laat. Gelukkig regent het even niet, dus staan we geduldig op de stoep. Het blijkt een aardig museum over Trinidad en Tobago: de natuur, de bevolking, de olie, de angustura, de bauxiet, de slavernij en mooie schilderijen (zie foto). De entree is gratis, de schoolkinderen zeggen allemaal “good morning sir”en zijn heel rustig. 

Mc Donalds nodigt mij uit mijn verjaardag bij hen te vieren, toch maar niet. 

Terug bij Power Boats lunchen we in de sportbar en zien Iran verliezen van Spanje. Geen schande. Het geraamte van de krimptent is ondertussen opgebouwd. De krimpfolie doen ze als we weg zijn. Ze sturen een foto.


Nadat we klaar waren met verven heeft het 2 dagen tropisch geregend. Het dek lekt op een paar niet gelocaliseerde plaatsen, de krimptent is echt nodig. In het najaar gaan we kitten.



De Customs en Immigration gaat razendsnel, dat geeftons tijd voor een laatste capucino met cheesecake bij Caffe del Mar. We zitten buiten, het is 26 graden, heel aangenaam, binnen speelt Frankrijk. Nog even langs de Yanmar monteur, die me uitlegt waarom onze waterseal het zo snel heeft begeven: teveel spanning op de aandrijfriem. Een kwarslag draaibaar had ik geleerd, maar de monteurs in West End zetten er een hefboom op. Tegenover de Yanmar is Marine Warehouse, die bestellen dingen voor je zonder invoerkosten en met lage Fedex-kosten.
Bij elke boot hangen de ankerkettingen over een balk. Dus dat hebben wij ook maar gedaan. Waartoe? Geen idee. De foto is trouwens van voor het schilderen. Vergelijk het eens met de foto hierboven. Boven het schilderij van de dame.


Inpakken, gif strooien, een wedstrijd zien, vroeg naar bed, deze blog posten en om 4 uur komt de taxi. Tot ziens in Nederland.

maandag 11 juni 2018

Trinidad


We doen de hele nacht geen oog  dicht. Zo kunnen we niet slapen. Na 2 jaar op een schommelende boot te hebben geslapen, beweegt er helemaal niets. We staan op het harde. Naast de werkplaats van de timmerlieden Allen en Gerard, met uitzicht op het water, 10 meter van een douche en toilet. Wat wil je nog meer?



De boatyard heet Power Boats. Het is perfect geregeld: 50 contractors hebben een werkplaats op het terrein en de klussen gaan via Power Boats. Ze letten op dat de contractors niet te veel beloven (teveel werk aannemen) en bij problemen lost PB het op. Ze geven je zelfs je geld terug als het fout gaat. Voor $3 per dag krijg je een airco op het dek en voor $700 bouwen ze een tent van krimpfolie over je boot. Een PB vuilniswagen komt elke dag je afvalton legen. Er zijn al 2 schilders langs geweest, maar voorlopig gaan we zelf aan de slag. Vanaf 6 uur, want in de middag moet je in de schaduw blijven zitten. Of in het water liggen. Of in de airconditioned sportsbar naar voetbal kijken.



De tweede nacht is ook geen doen, geen wind en daardoor te warm. In de ochtend komt Rawle, de schilder. Hij weet me toch over te halen hem het schuren te laten doen. We hebben er $150 van afgepingeld, maar toch vinden we het achteraf wel duur. Gaat allemaal van mijn Jeep af. Ik wil namelijk bij terugkomst in Nederland een Jeep kopen (de wegen kunnen in Rotterdam best wel glibberig zijn). Rommy en vooral Jori vinden dat bespottelijk. En nu gaan de krimptent, de airco en de schuurklus van mijn Jeep af. Dat is toch niet rechtvaardig? De airco is inmiddels opgesteld en het is fantastisch. Werkt tevens als dehumidifier (ontvochter) als we weg zijn. 



Rawle schuurt de romp. In een stofoverall, masker en muts. In de zingende hitte. Daarna vertelt hij ons welke verf we moeten kopen. Hij doet het mengen van de verf 1 keer voor en we zetten er zelf 2 lagen primer op. Tot ons genoegen heeft de PBwinkel Jotun verf. De Jotun antifouliung, die we in Nederland via een ingewikkelde weg kopen is na 2 jaar nog perfect.  Hier zijn de milieuregels gelukkig niet zo streng. Geen zeiltje onder je boot, alles loopt weg in het zand. De verf is uit aardolie gemaakt, dat komt ook uit de grond. Eén keer per dag komt een man met een bezem je rommel opruimen. Achter de boot is een douche met NO WORKERS ALLOWED op de deur, ik neem aan dat dat niet op ons slaat. Hoewel we van 6 tot 14 uur heel hard werken.



Zwerfhonden en katten houden het terrein vrij van ongedierte en ’s morgens zitten er gieren op de weg tussen de boten. Die eten de dode honden en katten.

Om 11 uur hebben we al 2 lagen primer aangebracht, normaal komen we om 11 uur pas op gang. We gaan nog tot 14 uur door met het plamuren van het onderwaterschip. Rawle komt steeds langs om aanwijzingen te geven, er is op dit moment geen werk en hij hoopt nog steeds (buiten PB om) voor ons te werken. Maar eerst een vrije dag: met de maxi-bus naar Port of Spain, de hoofdstad. 



Port of Spain is heet en druk. Bij een Hindustaan kopen we een goedkope koffer voor de vliegreis. Een familielid in de winkel komt uit Suriname, onverwacht praten we in het Nederlands over hoe slecht het daar gaat. Bij thuiskomst zitten er al 2 gaten in de koffer. Te goedkoop. Er is dichtbij nog een grote shopping mall, daar gaan we het nog een keer proberen.

Rommy zit de volgende dag binnen onder de airco de dinghy chap te naaien, terwijl ik in de hete zon de romp aan het schuren ben. De rode dinghy chap is mooi geworden en de romp is spiegelglad.


Rawle helpt nog een dag met schuren. Hij gaat ons instrueren voor het aflakken en dan gaat hij weg. Maar "only, if you do it properly", eerder gaat hij niet weg. We geven TT$80 per uur, is ongeveer 10 Euros. Wel van hem geleerd: veel thinner, droog afstoffen. We drinken 's morgens eerst een kopje thee en dan vertelt hij over zijn familie, het eten, de misdaad en het eiland.

dinsdag 29 mei 2018

Grenada, spice island


De bergweg is smal en de airco is defect. Als er een tegenligger opdoemt duik ik de rechterberm in. Links, links, roepen Jori en Rommy. Oh ja, links houden. Het binnenland van Grenada is dichtbegroeid regenwoud met veel bloemen. In de dorpjes geiten, zwerfhonden en rondhangende mannen.               
We lopen 1 ½ uur rond het Etangmeer, we eten in het vissersdorp Glenville. Bij de Concord waterval worden we begroet door een man: I am here for your safety and entertainment. Don’t jump, antwoord ik. Bij elke waterval springen ze voor $EC 50 boven van de rotsen (zie gele schim op de foto). Dat hoeven we niet meer te zien. Bij een kasteel wordt er zondag geen entree geheven, gelegenheid voor de bewakers het geld toch te vragen en je ongevraagd een rondleiding te geven. Als de man geld wil voor zijn rondleiding, doen we dat dus niet. Laat ze de Amerikanen maar belazeren...

Ik heb de auto gehuurd bij een klein hotel met autoverhuur, botenverhuur, bar, restaurant, garage en pech-service. Aan de overkant van de weg heeft de eigenaar een stuk baai gedempt en een parkje aangelegd. In het parkje staat nu een schreeuwerige soep-verkoop-tent. Van de broer van de minister, niks aan te doen. De eigenaar heeft een grote pot witte verf klaar staan op het terras. Om het zebrapad voor het hotel opnieuw te schilderen. Hij wacht al 5 weken op toestemming. De gefrustreerde ondernemer doet ons uitvoerig uit de doeken hoe het hier werkt. 


De hoofdstad St George is druk, luid en heet. Er zijn twee baaien gescheiden door een containerhaven. Elke dag ligt er een ander vrachtschip. Er wordt veel bouwmateriaal ingevoerd. Hout, cement, stenen, asfalt. Ze hebben hier zelf niks. Het centrum ligt achter de linker baai, over een steile heuvel. Er is een tunnel uit 1895 waar je vlak langs de auto’s kan lopen.

Als de scholen uitgaan is het vol met kinderen in uniform, die chips en snoep eten. De scholen hebben eigen snoepwinkeltjes. De helft van de kinderen is dik. Meer dan de helft van de bevolking is dik: ontbijt met kip en rijst, lunch met kip en rijst en het is te warm en te stijl om te lopen. 


Jori is inmiddels in Amsterdam aangekomen (zonder koffer). Volgens Nu.nl is er daar een hittegolf.  Gemakkelijke overgang voor Jori. Ietsje koeler, maar ook minder wind. Met belangstelling volg ik de rechtszaak van Patricia Paay. Verdaagd naar woensdag om te kunnen schikken. Ze wil 4,5 ton. Woensdag gaan we oversteken naar Trinidad, dus we zullen er pas later over horen.


Mag ik nog een schrijver aanbevelen? Yanagihara: Een klein leven. Aangrijpend, perfect geschreven, soms moet je het wegleggen, magistraal. En vergeet de biografien van Heineken en Bernard niet, heel leerzaam. Tussendoor lees ik opnieuw Hermans, hoef ik niet aan te bevelen en voor de lol Nicci French. Jammer dat Jori het boek van Gordon niet achter kon laten. 


In het kleine Customs and Immigration kantoortje wordt alles weer gecopieerd en geregistreerd.

We krijgen een Grant of Clearance, under section 10 (1) of the Immigration Act 2010 (revised) edition. Morgen naar Trinidad, einde van de reis. Voorlopig.

vrijdag 25 mei 2018

Grenadines


Met Jori aan boord gaan we terug naar Wallilabou Bay, omdat we het zo mooi vonden. Schilderachtig: een hotel met een galerij, een watermolen en een oud pakhuis. We betalen de bootjongen weer EC$ 50 voor de mooring, maar hij komt later terug. Hij bracht het geld naar het hotel en de mooring is maar EC$ 20, de vorige keer zijn we opgelicht. Ze kennen de boosdoener. We krijgen het geld terug.


Aan land blijken de gebouwen enkel gevels met daarachter een schuur van steigerpalen. Het is het decor uit het begin van de Pirates. In de schuur veel foto’s van de opnames, oude filmrollen, doodskisten en andere spullen. Wel leuk, maar het is nep. We lopen de weg omhoog, langs 4 mannen die uit styrofoam bakjes eten, langs het huis van een man, die beelden van auto-onderdelen maakt, langs een vervallen suikerfabriek. Een stukje verder is een waterval, maar dat weten we niet en keren eerder om.


Bequia is nog steeds hetzelfde. Beschutte baai, veel zeilboten, veel souvenirstalletjes en nog meer bars en restaurants. Er ligt een Engelse 4kant getuigde 3master. ’s Avonds halen Jori en ik BBQ-wings met knoflookaardappelen bij een BBQ- stalletje. Als we wachten kijken we naar een Christian Revival bijeenkomst met gezang en hysterische preken. We mogen naar voren komen en onze zonden zullen vergeven worden. Als we horen, dat homo’s niet welkom zijn zien we er maar vanaf.


Mustique slaan we over. Het zou leuk zijn Mick Jagger tegen te komen, maar ze vragen EC$ 200 voor het ankeren. Koop ik liever een plaat van de Beatles voor. We leggen aan in Canouan. Ze houden zeilwedstrijden in traditionele boten en na afloop is er feest. Een diskjockey met boemboem muziek en drank. Drie kleine jongetjes spelen cricket op het strand met een tennisbal en drie takken. We bekijken het allemaal en gaan dan naar het hotel waar we onze dinghy hebben liggen. De kok van het hotel legt me uit hoe ik koekjes van de overgebleven knoflookaardappelen kan maken. We hebben een Mahi Mahi gevangen, dus het menu is in orde.


Tobago Cays: snorkelen tussen de schildpadden en mooie vissen. Druk met charterboten. Naast ons een boot met 7 dikke Trump-aanhangers. Om 16 uur beginnen ze (niet onze buren) te kitesurfen tussen de snorkelaars en de geankerde boten door. Begrijpen we niet helemaal.


In de ochtend een korte trip naar Union Island. We nemen bij Clifton een mooring voor 2 uur om te gaan uitklaren en wat eten te kopen. De man vraagt $EC 20 voor de mooring. Later blijkt dat het een privé-mooring is. Gelukkig kwam de eigenaar niet opdagen. Het wordt steeds onbetrouwbaarder. Clifton heeft een mooie hoofdstraat met winkels, fruitstalletjes en een perfecte koffiebar. Ik koop bij een fruitman een soursop, een heerlijke vrucht met vezels en pitten. Hij heeft ook iets om te roken, maar dat doe ik maar niet. We gaan een stukje verder ankeren bij Ashton het andere stadje op Union Island. Ashton is armoedig, we lopen het op en neer, overal honden en geiten, we voelen ons niet op ons gemak  en gaan weer terug naar de boot.


Carriacou heeft meer dan 100 rumwinkeltjes en 1 benzinestation. Het inklaren langs Immigration, Custums and Harbour Authorities gaat snel. Bij de 3e instantie is niemand aanwezig, de man van Customs komt uit zijn tegenover gelegen kantoor en neemt even waar. Op straat zoals altijd aardige korte gesprekjes. Veel oudere mannen zijn zeeman geweest en kennen Rotterdam. Eén man herinnert zich, dat ze zand voor de kust opzogen en daar een haven mee bouwden. Hij vond het erg byzonder. Bij het aanleggen van de dinghy wil een meisje ons helpen en vraagt geld. Nou maken we altijd zelf onze boot vast, dus niet. Ze moppert, dat ze 5 kinderen heeft. Twee of drie is beter, zegt Rommy. We leggen de dinghy op slot.


In de nacht is het anker gaan krabben. Valwinden van de bergen. We zijn tussen de boten, waar we eerst voor lagen blijven steken aan het anker van een mooring. Bij het eerste licht halen we ons anker los. Het is de tweede keer dat we krabben in 2 jaar.


Om 5.30 vertrekken we voor de oversteek naar Grenada, over de Kick en Jenny, een onderzeese vulkaan. Gelukkig barst hij niet uit, anders hadden we op het droge gestaan. Om 11.30 zijn we al in een baai van Grenada, onze eindbestemming met Jori en onze laatste stop voor Trinidad. Er zijn moorings van het Natuurpark. De eerste mooring heeft geen lus. Die is afgebroken, roepen ze van de boot uit Almere. De Parkrangers geven ons een goede mooring. Rommy en Jori gaan snorkelen.


woensdag 16 mei 2018

St Vincent


Up in the better, eastern anchorage, it presents security concerns as there have been several armed incidents. The police, when they have a boat, are willing to patrol, and would certainly do so for a group of boats. Aldus de Sailors Guide over een grote baai aan de westkust van St Vincent. When they have a boat…  We varen naar  Wallilabou Bay, 5 mijl verder. Het was de hoofdlocatie van de Pirates of the Caribbean. Delen van de set zijn behouden en er is een ruimte met requisieten. Voor het kleine hotel zijn moorings of je ankert en de boatboys leggen je achtertouw aan een boom (EC$10). We nemen een mooring (EC$50). Na 4 dagen Euro’s zijn we weer in de East Carribean Dollar (10 EC$ is 4 US$), maar US dollars neemt men overal. Wallilabou Bay is trouwens schilderachtig mooi.


Om 06 uur even zwemmen en de slingers ophangen, een eitje koken en koffie zetten. Ik lees de biografie van Juliana, terwijl ik wacht tot Rommy wakker wordt, 66 jaar oud. Speedy, een boatboy komt langs roeien met een vislijn achter zijn kleine bootje. Ik kan een tonijn kopen als hij terug komt. De wereld van de koningin is bizar, Juliana was opstandig, creatief en niet zo slim, Bernard was slim en doortrapt, Wilhelmina was zeer ouderwets. Speedy komt terug: no fish today.


Gisteren las ik Er isst wieder da , de hoofdfiguur Adolf Hitler is er weer en spreekt prachtig archaisch Duits. Zijn gedachten over de huidige tijd zijn aanstekelijk. 


Bij de zuidpunt van St Vincent is de Blue Lagoon, een kuil in het water omringt met riffen. Op het kaartje is te zien, dat de ingang lastig is. Op de riffen staat steeds een witte branding. Toch is er een dag geleden een Frans jacht op geknald, dek eraf, total loss. Ze wilden bij de andere boten gaan liggen, keken niet op de kaart of naar bakens en negeerden de branding. De tandeloze man van onze mooring vertelt er over. Ik deel zijn mening over Franse zeelui. Hij heeft verder goed nieuws: het vliegveld ligt inmiddels aan de andere kant van de Lagoon en is gemakkelijk te bereiken. Het kantoor van de Custums and Immigration is nu hier aan de wal. Dat scheelt een lange tocht naar Kingston.


Vanwege Rommy’s verjaardag gaan we uit eten. Bij de strandtent waar Rudy Carell altijd kwam. Onder de palmen aan het strand met Rum Punches en Painkillers als apperative. De baai ligt vol met catamarans. We hebben het er over om zo’n huisje op het water te kopen en hier te blijven. We hebben dan een logeerhut voor de mensen uit Nederland en voor ons zelf meer comfort en ruimte. Je ligt hier altijd voor anker of aan een mooring, dus de breedte is geen probleem. Is het de Rumpunch en de Painkiller, die ons op deze gedachten brengt? We bespreken de modellen, die in de Lagoon liggen. Rommy wil er één, die er nog een beetje uitziet, mij kan het niet lelijk genoeg zijn.


Aan boord bekijken we nog een aflevering van 24. Als ik Rommy vraag of ze nog wat wil drinken is ze in diepe slaap. Het was een mooie verjaardag. Morgen gaan we opruimen en schoonmaken. Jori komt. We hebben een route uitgestippeld: Wallilabou, Bequai, Mystique, Grenadines, Carracou en Grenada.

zaterdag 12 mei 2018

Martinique


Basseterre: de viswedstrijd is uitgesteld vanwege de ruwe zee. Het is Labour Day en op de radio gaat het er nog dagen over, dat de Labour Party deze dag heeft ingepikt. Vroeger was het een Mei-feest voor het hele gezin. Dan is er op internet nog de foto van een naakte juffrouw in de uniformjas van de Hoofdcommisaris van Politie. En de headlines van de kranten gaan over het legalizeren van Canabis. De gouverneur is fallikant tegen met: als je ziet dat jongeren met een stickie de dominee niet meer groeten, wat zal het worden als iedereen het kan verkrijgen. Zo’n argument zet je toch aan het denken.


St Kitts is heel goed. De oude suikerplantages, het oude fort en de stad zijn mooi en de mensen zijn heel prettig. Iedereen maakt graag een praatje, ze willen alles van je weten en ze vertellen alles over zichzelf en de familie. Grappen en ouwehoeren is standaard. Ik zag een agent een al grappend een bekeuring uitschrijven. Hoewel St Kitts in het huricane gebied ligt, kan je de boot bij Sandy Point op het land zetten. Ze maken een kuil voor je kiel en de boten staan zover van elkaar, dat geen dominoeffect mogelijk is. Ze verdienen aan de cruiseschepen en de resorts op de zuidpunt. In de dienstverlening doen Indiers het werk, alleen de taxi-chauffeurs zijn van St Kitts en die lullen dus onafgebroken. De duikschool met een grote boot naast ons wordt gerund door een Schot, een Engelsman, een Duitser en een Ier. Ze vertrekken elke ochtend met een volle boot. De dockmaster is van St Kitts, hij beantwoord de radio nooit, maar als je hem later spreekt heeft hij alle tijd. How long are you going to stay? Forever, zeg ik. Hij loopt lachend door.

Philip en Claire, onze buren, hebben hun  paspoorten moeten inleveren. Ze hadden begrepen dat in- en uit-klaren in één keer op de vertrekdag kon. Dus niet. We zullen niet weten, hoe het afloopt want wij vertrekken wel (met een uitklaring) en kunnen alleen maar naar ze zwaaien..

In een dag en een nacht varen we naar Martinique. Omdat we ‘s avonds laat nog ver voor de kust bij St Pierre zitten, gaan we door naar de hoofdstad Fort de France. Het is de 4e keer, dat we daar komen. Het lijkt een tropische buitenwijk van Parijs. Goedkope zaken en dure zaken, een bibliotheek en een kerk van Gustav Eifel, en groot fort, heel veel havens en Franse cultuur (ieder voor zich en lekkere kaasjes).


Het eind van de tocht was niet gemakkelijk. Toen we motor starten om dichter bij de kust te komen kwam er geen koelwater. In een heftig schommelend boot vond ik na een uur het probleem: de schijf van de v-snaar, die de koelwaterpomp aandrijft slipte. De schijf zit met een rechthoekige uitsparing op de as, de uitsparing was helemaal weggesleten. Toen liep de moter weer. Kort: weer geen koelwater. Ik vervang de slang van de pomp naar de motor, daar zit veel locktite tussen die door de hitte is verbrokkeld. En dan loopt de motor weer lekker met veel koelwater. Kort. Doodvermoeid, het slingeren, de hitte van de motor, zoek ik naar het probleem. Ik haal de pomp er weer af. De impeller ziet er nog heel goed uit. En dan zie ik ineens dat de impeller niet met de as meedraait. Het bronzen busje is waarschijnlijk door de hitte van het draaien zonder water los van het rubber van de impeller gekomen. Een nieuwe impeller met een spie gaat er lastig in, zeker in een schommelende boot. En dan brengt de motor ons in 4 uur naar Fort de France , waar om 4 uur ’s nachts in een regenbui ankeren. Als we de volgende ochtend zien hoe we liggen, zijn we heel tevreden.

Ik had wel een moment, dat ik dacht dat ik te oud ben voor deze toestanden. Maar dat moment is al lang weer voorbij, ik schat dat we het nog wel 5 jaar volhouden.

Fransen staan altijd te mopperen in de douane en immigratiekantoren. Ze mopperen trouwens altijd en met een racistische ondertoon. Maar op een Frans eiland kan je in een winkel of een café zelf op een computer gratis inklaren. De computer in de winkel in Fort de France ligt er vandaag uit, we besluiten om morgen aan te komen. Dat lijkt de winkelier ook een goed idee. We kennen Fort de France goed. Om onze stijve spieren te verwennen lopen we nog een keer omhoog naar de kapel met de kruisgang. Weer beneden kopen we bij de Carrefour  kaasjes, worst en Leffe Blond. In Rotterdam is het normaal Leffe Blond te kopen, voor ons is het een bijzondere traktatie. 

Wat ik bedoel is: 3 keer ’s nachts een uur aan de motor sleutelen in een stampende zee, in een regenbui ankeren, 2 nachten maar 4 uur slapen en als de koning zo blij zijn met een Leffe. Dat bis ons leven. Jullie hebben het maar goed: douche, krantje, auto, Albert Heyn, eindje fietsen, de camping en de geraniums water geven. Dit hier is echt niks, dat is wel duidelijk. Maar ja, we zitten hier eenmaal en dan moet je doorgaan.

Achter een Engelse boot zien we dezelfde dinghy die wij hebben. Ook bezig uit elkaar te vallen. Ik ga even langs en we kunnen er heerlijk over mopperen. Alison en Miles komen uit Whitby en varen hier al 5 jaar rond. Ze geven nuttige informatie over St Vincent en Grenada. Colombia moeten we zeker doen. Iemand is met de dinghy terug naar de winkel gegaan en kreeg een nieuwe, maar die begon ook na een week uit elkaar te vallen.

Naast ons ligt een mooie Chesapeak Schooner, we kennen die boten van onze vrienden in Annapolis. Rommy zegt, daar zouden we op kunnen wonen. Ik ga er even heen om mijn complimenten te maken, ze leven al 27 jaar op die boot: Antillen, Pacific, Zuid-Amerika. De boot is nu te koop. We gaan er wel even naar kijken.

In de winkelstraat zit Remini onder een parasol vogels en asbakken van kokosnoot te snijden. Hij maakt voor ons een maskertje. Met het oog op haar verjaardag kopen we voor Rommy een Caribische broek met geplooide blouse. Misschien kunnen we de 15e in een goed restaurant eten. Met de broek bedoel ik.


Het zijn nog 3 dagtochten naar de zuidkant van St Vincent, daar komt Jori aan boord. Morgen de 1e etappe naar St Lucia. Een onveilig eiland, maar in het Noorden is een goede baai.