maandag 4 februari 2019

San Blas


De nachtelijke oversteek naar Panama gaat prima. Aanvankelijk wind tegen, maar geleidelijk draait de wind naar het noorden. Dan tussen de 5 en 6 knopen met golven van 2 meter. Schloss Ort, de Oostenrijkse boot meldt een gebroken voorstag. De mast kan gelukkig met de spinakkerval overeind worden gehouden. Drie boot blijven met ze meevaren als ze onder motor de tocht hervatten.

Tupbak                                                                                                                                                                
We ankeren achter Pinos eiland of met de Guna naam: Tupbak. Het eiland ziet er uit als een walvis, Tupbak betekent walvis. Francis Drake ankerde hier al in 1571, want het is een ruime en gemakkelijk aan te lopen ankerplaats. Mannen in een boomstambootje komen $10 ophalen. We mogen ook het eiland op, zeggen ze. Als we de volgende dag aan land gaan willen ze daar $2 voor de dinghy en $2 voor het lopen over het eiland. We betalen niet, ze zien maar. Later geven ze geen geld terug als we 2 blikjes bier kopen. 


Ze leven dichtbij de natuur, maar langs de voetpaden is het bezaaid met plastic afval. Een man neemt ons mee in zijn hut, het is binnen kaal en met hangmatten. We kopen een zak bananen. Zijn vrouw vraagt om een zonnebril, maar we hebben geen extra bril bij ons. Ze zijn klein (alleen de pygmeeën zijn kleiner) en ze mogen niet trouwen met een buitenstaander. Op een bord bij de steiger van het dorp staat wat je allemaal niet mag. Je mag bijvoorbeeld geen vieze woorden zeggen of iets slechts zeggen over de gemeenschap. Wat ik ook niet doe.


Midden in het dorp is een grote hut (de congreso), daar vergaderen ze met het hele dorp, de 3 dorpshoofden in hangmatten in het midden. De dorpshoofden delen ook straffen uit. Een man had zijn vrouw geslagen, hij moest 10 bakken met koraalsteen uit de zee halen om het eiland mee op te hogen. Toen hij zei, dat z’n vrouw het had uitgelokt moest zij ook 10 bakken koraal uit de zee halen. Bij ons heet dat blaming the victim.


In 1925 was er een opstand, Panamese politieagenten en mensen van gemengd ras werden gedood. Het staat bekend als de Holocausto de Las Razas. Het vlag van de rebellen was met een swastika. Geen kwaad woord over de Guna’s.

Ustupu

Ustupu is het grootste dorp van de San Blas. We landen op de steiger van de Panamese Armada. Tino de General Secretary of the Congreso (een imposante naam voor een klein mannetje in een voetbalshirt) leidt ons rond, hij spreekt Engels. Zonder hem hadden we nooit het binnenplaatsje gevonden waar ze locale sim-kaarten verkopen. Midden in het dorp staat een standbeeld van de rebellenleider Nele Kantule. Een man aan een tafeltje verzamelt geld voor de feestelijkheden tgv de 95e herdenking van de opstand. We geven allemaal 2 dollar (we zijn: de Noren en Amerikanen in de catamarans en de Annalena). We kijken rond in het atelier van een schilder, mooi naief kleurrrijk werk. De onderwijzer van de school loopt een stukje mee en vertelt over het onderwijs: van kindergarten tot academisch.

Tim (Trump made me rich) koopt een zak candy’s en deelt die uit aan de kinderen, zoals een rijke Amerikaan dat alleen kan. Het nieuws dat een dikke man in een blauw shirt snoep uitdeelt gaat door de kinderen van het dorp en van overal duiken ze op. De zak is snel leeg. Op een bordje staat: ijs, sap, meloen, annanas, etc. De onderwijzer komt naar buiten, hij is ook nog restauranthouder. Om sap te maken moet hij eerst benzine kopen voor de generator, dat duurt allemaal lang, maar de sap is heerlijk. Met de stroom gaat ook de tv aan en we zien beelden van het bezoek van de Paus in Panama.


Zoals altijd zijn we de 2e dag minder overweldigd door de indrukken. We maken een lange wandeling door het dorp. Tussen de bamboehutten staan stenen huizen van 2 verdiepingen. De mensen groeten verlegen, alleen de kinderen zeggen stralend hola. Er zijn kleine winkeltjes en overal hangen bordjes, dat men iets verkoopt: brood, sap, vruchten, vis. De man in een winkeltje spreekt goed engels, hij heeft in de USA gewoond, hij heet Nicky en was kapper bij het leger.....hij knipt mijn haar op de binnenplaats van zijn huis, terwijl Rommy met zijn vrouw in de hangmat praat. ‘s Avonds brengen we de rest van de groep (er zijn 4 boten bijgekomen) naar zijn zaak voor de clandizie. Als we met de kapper staan te praten verzamelen zich veel vrouwen en kinderen om dat te zien. De lange blanke bootmensen zijn bezienswaardig. We voelen ons wel wat opgelaten met alle bekijks. Op het plein zien we het strijken van de vlaggen Panama en San Blas (met swastika) en het marcheren van de jongens van de militie. Het marcheren lijkt nergens op.


Mamitupu

Er staat een stevige tegenwind, dus we gaan maar één eiland verder. Mamitupu: hutten met smalle steegjes. Twee winkeltjes, een congreso waar elke avond wordt vergaderd. De helft van het eilandje is onbebouwd, daar huizen boze geesten. Hoewel er aan de punt, bij de 2 watertorens wel een soort badhuis is en 1 woonhut met tuin. Een man in een boomstam kano verkoopt ons een zo juist geplukte ananas (pinas), dulce zegt hij. 

We roeien naar het strand bij het badhuis, lopen door het onbebouwde gedeelte naar het dorp. Vier vrouwen tronen ons ergens naar binnen en laten molas zien. Molas dekens, molaspetjes en veel molasjurkjes. Sommige zijn erg mooi, maar die kosten $ 40. Een onderwerp voor de congresso: goedkopere molas. Maar het zal hier zijn als overal: de Amerikanen betalen elke prijs, dus waarom niet? We kunnen hier weer lekker in het water springen, bij Ustupu was het te smerig. Morgen slaan we wat eilanden over, want op deze manier doen we 2 jaar over de San Blas. Geen straf, maar we moeten toch ooit eens naar dat flatje in IJsselmonde. 


De simkaart trekt geen internet. Hoe verder we naar het Noorden trekken hoe beschaafder het wordt. Binnen een week verwachten we een internet-café.


Tegen de avond zien we een grote krokodil voorbij zwemmen. Tegen de stroom in, het is geen boomstam. Morgen weer zwemmen?


De ananas is wit van binnen, knapperig als een appel en lekker zoet.

Mono Island

Het is te bewolkt om San Ignacio de Tupile aan te lopen. Het is er bezaaid met riffen en die moet je kunnen zien. In de baai bij Mono Eiland treffen we 6 andere boten van de rally. Rondom regenwoud en verderop de bergen. Men is in de weer met kano’s en paddle boards. Wij lezen Hermans en Kellendonk.


Isla Tigre

We laten het onbewoonde eiland Aridup met zijn palmenstrand rechts liggen. Er ankeren al 3 boten en de 3 van onze groep, die alles samen doen gaan er ook heen. Ze hebben uren over de radio overleg gepleegd en zijn 4 keer van plan veranderd. Wij maken ons eigen plan, zoals de meeste boten van de rally. Volgens de gids is Isla Tigre well organized. Waarschijnlijk hoeven we niet lang te wachten op het bootje, dat de $15 ankergeld komt ophalen. We eten straks de skipjack, die we onderweg hebben gevangen. Morgen gaan we het eilandje op.


Volgende dag is het zondag, er is nog niemand geweest voor het ankergeld. We peddelen naar de kant en lopen het dorp op en neer. Tropisch Staphorst andermaal: klederdracht, achterlijke godsdienst, inteelt en verdienen aan toeristen. Alleen in Staphorst lopen honderden toeristen, hier zijn wij de enige twee. We doneren weer $5 voor het revolutiefeest op 5 februari. Er zijn 3 kerkdiensten gaande, verder is het stil. Het lekkere Guna-brood is uitverkocht. 


Terug aan boord brengt een man in een kano een klein vlaggetje van San Blas, het is het bewijs dat we het ankergeld hebben betaald. Het vlaggetje kost $10 en heeft geen swastika, maar 2 gekruisde hamers. Even later varen 2 boten met touristen voorbij. Nederlanders. In welke uithoek van de wereld je ook bent, Nederlanders zijn onvermijdelijk.

Yandup en Akuanusatupu
Twee dorpen verbonden door een hoge brug. Hier hebben ze het traditionele Guna leven losgelaten. Geen klederdracht, geen chiefs, wel televisie en rum. Er is een politiebureau, een bank, een supermarkt en een gevangenis. We komen weer in de beschaving.


Overal zijn de jongeren aan het sporten, we zien slecht damesvolleybal, redelijk baketball en een groep jongens op weg naar het voetbalveld. Ze zijn erg goed zeggen ze. Als we met wat zeilvrienden eten is er Superball op de tv, de Rams winnen. Een Amerikaans stel ziet hier voor de 12e keer de Superball. Veel geschreeuw en reclame trouwens.


Er is hier een goede telefoonverbinding, dus deze blog gaat verzonden worden. We hebben groente en fruit en Apollo is met zijn waterboot langszij gekomen om onze tank met emmers rivierwater te vullen. Er komt wat harde wind aan, we blijven hier nog een paar dagen.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten