vrijdag 14 juli 2017

Beaufort, NC


Bij zonsopgang zijn de landingsvaartuigen verdwenen, niks van gemerkt, goeie mariniers. De eerste 10 mijl varen we door het oefengebied van de Marines. Her en der liggen kapotte pantservoertuigen. Dit is pas de Mekong. Je mag nergens aan land, er passeren visbootjes, verder is het stil.

De brug van Surf City laat ons een half uur wachten. Er komt een ambulance. Als de ambulance in aantocht is sluit de brugwachter de bomen en na vijf minuten zijn de linker weghelften leeg. De ambulance voorafgegaan door een politiewagen gaat over de brug. Dan opent de brug en kunnen we doorvaren. Goed werk.

We ankeren in de creek bij Beaufort NC (spreek uit: bovert), een klein stadje met een historisch centrum. Er zijn veel tochtjesboten, de eilanden voor het stadje zijn prachtig met wilde paarden. De Water Bug vertelt de toeristen, dat die zeilboot uit Rotterdam komt. En dan is er de piratenboot, de Revence of Queen Anne. Ze zijn verkleed en voeren een hele theatershow op voor de kinderen. De kinderen mogen schieten met waterkanonnen, die op reling zijn gemonteerd. En dan komt een klein bootje met een piraat  langszij: eerst ruzie dan een zeeslag. Als ze ons passeren horen we steeds hetzelfde stuk tekst: wanna –be-Jack-Sparrow, Walt-Disney-reject. Het doet ons denken aan het Land van Ooit.

Beaufort heeft een buitengewoon Maritiem Museum. Een grote collectie, goed uitgestald, goede teksten en vriendelijke staf. We mogen op het uitkijkdek op het dak. Het museum is van de State, dus gratis. Als iets van belastinggeld is betaald mag er niet aan verdiend worden, zo zijn ook de zeekaarten van de NOAA gratis. Goed idee.

We lopen elke dag naar het winkelcentrum. Op het land is heet, erg heet. Een dame stopt haar auto, draait het raam omlaag: are you boaters? Ze keert en brengt ons naar het winkelcentrum. We kopen een Amerikaanse gasfles met regulator. Die fles kunnen we nu bij elke supermarkt omwisselen, een half volle Europese fles dient als reserve.
En dan wil de computer niet meer aan. Geen biepje, geen lampje, geen gezoem, nada. Na wat omzwervingen komen we terecht bij een computer nerd in Morehead City, de aangrenzende stad. Dan is het wachten op een telefoontje. Is het te repareren? Moeten er onderdelen worden besteld? Moeten we een nieuwe kopen?


We zijn dus nog wel een paar dagen in Beaufort. Maar erg is dat niet, het is hier erg mooi, de mensen zijn erg vriendelijk en in Morehead City is er twee keer in de week een Taoistisch Tai Chi klas. Hamish haalt me op bij de steiger, in zijn rode sportwagen rijden we naar de klas. De instructeur heet Terri en is Tai Chi glimlachend positief en aardig. In de pauze komt iedereen naar me toe voor een praatje. Een vrouw vertelt, dat haar dochter vorige maand in Rotterdam is geweest en dat ze het de mooiste stad van Europa vond. Ik kreeg het even te kwaad.

De Nederland connecties zijn telkens verbazend. Hamish heeft Nederlandse buren, hij heeft zelf veel in Nederland gewerkt, kent Zwolle, Helmond en Rijswijk. We spreken een vrouw bij haar historische huis. Haar man is van Nederlandse afkomst en is de stamboom aan het uitzoeken. Haar zoon is met een Nederlandse vrouw getrouwd. De mensen waar we 4th of july vierden heetten Zwart. Gisteren spraken we een man, die voor General Electric aan de Helpman Centrale in Groningen had gewerkt. En ga zo maar door, altijd zijn er connecties of zijn ze  zelf in Nederland geweest. Nou ja, Amsterdam. Hier dichtbij is een gebied, Terrasea gesticht door Nederlandse settlers. Met tulpen, klompen en souveniers.
Het moederbord is defect. Er kan een nieuwe uit Taiwan komen. Ik vraag de computerman naar een soortgelijke computer te zoeken, die je hier kan kopen. Hij gaat aan de slag. Hamish maar bellen, dat ik ook naar de vrijdagklas kom.


Het is morgen een jaar geleden, dat we uit Delfshaven vertrokken. We krijgen een mail met een foto van de Islemunda collega’s. Moet ik alweer bijna huilen. Ik mis John en die andere lui.
De mensen, die in Southport met ons als heroes op de foto wilden sturen de foto. We laten hem zien.(oh nee, gaat niet. foto staat op de computer in reparatie. in plaats daarvan een foto van Rommy met het laatste stuk pizza)

In verband met de Tai Chi klas ontbijt ik om 07.00 uur en lees mijn boek over de Amerikaanse geschiedenis (Burns). Op de priv├ęsteiger aan de overkant zit een jonge vrouw te lezen. Als Rommy mij overzet naar die steiger, zit ze er nog. Ze roept: Hallo, jullie zijn het. In het Nederlands dus. We zagen haar eerder even op een motorbootje, dat een Amerikaanse en een Nederlandse vlag voer. Ze heet Marie-Clair en haar familie bezit hier een huis met steiger.
Tijdens de klas gaat mijn telefoon. Later bel ik de computerman terug: hij heeft hetzelfde model gevonden, laat het opsturen en vervangt de onderdelen. Zal 3 tot 5 dagen duren.

We zitten in de kuip en een jongen in een Laser vaart langs. Hij roept: Bonjour (?), could you do me a favour? Yes?? Keep Trump! Hij ziet rood-wit-blauw en denkt, dat we Fransen zijn. Trump is vandaag,  in Frankrijk. Echter Trump heeft geen stijl, geen manieren en geen intelligentie. Geen kans, dat de Fransen hem een dag langer willen houden.

Morgen naar de Farmers Market en een tochtje met Hamish en Dorothy naar het fort.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen